Algemene Economie Hoofdstuk 12.1
Huishoudeninkomens
- In veel huishoudens hebben meer dan 1 persoon inkomens
Inkomensbegrippen:
- Actieve of primaire inkomens
o Inkomen als tegenprestatie van arbeid, kapitaal en natuur
o Alle primaire inkomens = BBP
- Inactieve inkomens
o Inkomen dat geen tegenprestatie is
o Uitkering
o Gefinancierd uit premies en belastingen die de overheid heft
- Bruto-inkomens = Primaire inkomensverdeling
o Inkomens zonder belasting- en premieheffing
- Besteedbaar inkomens = Secundaire inkomensverdeling
o Inkomens met belasting- en premieheffing
- Tertiaire inkomensverdeling
o Subsidies op goederen en diensten
o Lichte nivellerende werking op inkomensongelijkheid (weinig)
Frequentieverdeling
- Er zijn grote verschillen tussen de inkomensverdeling
- De inkomens naar hoogte gegroepeerd, duidt men aan als de inkomstenverdeling
- Bruto-huishoudensinkomen = eventuele arbeidsinkomsten, uitkeringsinkomsten en
vermogensinkomsten
o Inkomensverschillen niet gelijk
- Besteedbaar inkomen = netto-inkomen
o Verrekend met alle premies en belastingen
o Inkomensverschillen gelijker
- Gestandaardiseerd inkomen
o Er wordt rekening gehouden met de koopkracht per individu
o Nivellerend
Lorenzcurve
- Hoe gelijker de inkomensverdeling, hoe dichter de lorenzkromme bij de diagonaal staat
- Hoe ongelijker de inkomensverdeling, hoe verder de curve van de diagonaal af ligt
Inkomen gedurende de levensloop
- Mensen vergelijken hun inkomen niet alleen met die van andere, maar ook met het vroegere
inkomen en het inkomen die zij nog hopen te verdienen
o = het lifetime-inkomen
- Er verandert veel in de inkomens in de loop van de tijd
o Tweeverdieners gestegen, want ook meer vrouwen hebben een betaalde baan
o Besteedbare huishoudensinkomen is sterk gestegen
- Het inkomen verandert sterk in de loop van het leven
o Tijdens je studie een laag inkomen
, o Tijdens werk hoog inkomen
o Pensioen weer een lager inkomen
o Veel mensen uit de laagste inkomensgroepen zijn na tientallen jaren in de hoogste
groepen te vinden
Het omgekeerd telt voor pensioen of echtscheiding, waardoor je op een
lager inkomen komt
- Vrijwel iedereen is in de loop van het leven aangewezen op een uitkering
o Pensioenuitkering
o Ziekte- en werkloosheidsuitkering
- De inkomensoverdrachten hebben dus grotendeels betrekking op dezelfde persoon in
verschillende levensfasen
- De premies die iemand in zijn werkzame leven betaald, krijgt hij ook weer voor een deel
terug als uitkering
o De rest komt bij andere terecht
o Dit is een vorm van herverdeling van het inkomen van mensen met een hoog naar
mensen met een laag inkomen
- Vermogens spelen een belangrijke rol bij de huidige en toekomstige welvaart van mensen
o Tot het primaire inkomen behoort het inkomen, maar ook de rente en de winst
o Mensen met vermogen kunnen dit beleggen en/of investeren in ondernemingen
o Uit het vermogen vloeien opbrengsten in de vorm van rente en winst voort
o Ook uit het vermogen zelf kunnen consumenten bestedingen verrichten
Oorzaken van verschillen in primaire inkomens
- Productiviteitsverschillen
o Werknemers die een grotere bijdrage leveren aan het productieproces ontvangen
een hogere beloning en andersom
o Hogere arbeidsproductiviteit = hogere loon en andersom
- Schaarsteverhouding
o Schaarsteverschillen op de arbeidsmarkt
Als het moeilijk is om voor bepaald werk geschikte mensen te vinden, zijn de
lonen hoger en andersom
Vraag > Aanbod = hogere lonen, Aanbod> Vraag = lagere lonen
- Opleidingsniveau
o Hoger opgeleide
Hogere kosten qua tijd en geld
Meer kennis
Dus hogere loon
o En andersom
- Leeftijd
o Hou ouder, hoe meer ervaring, hoe hogere lonen
o En andersom
o In sommige gevallen weten jongere juist meer door de nieuwe kennis en zullen er
minder snel oudere worden aangenomen en sneller ontslagen, dus vallen de
inkomensverschillen niet te verklaren
- Macht
o Sommige marktpartijen op de arbeidsmarkt beschikken over de marktmacht
Huishoudeninkomens
- In veel huishoudens hebben meer dan 1 persoon inkomens
Inkomensbegrippen:
- Actieve of primaire inkomens
o Inkomen als tegenprestatie van arbeid, kapitaal en natuur
o Alle primaire inkomens = BBP
- Inactieve inkomens
o Inkomen dat geen tegenprestatie is
o Uitkering
o Gefinancierd uit premies en belastingen die de overheid heft
- Bruto-inkomens = Primaire inkomensverdeling
o Inkomens zonder belasting- en premieheffing
- Besteedbaar inkomens = Secundaire inkomensverdeling
o Inkomens met belasting- en premieheffing
- Tertiaire inkomensverdeling
o Subsidies op goederen en diensten
o Lichte nivellerende werking op inkomensongelijkheid (weinig)
Frequentieverdeling
- Er zijn grote verschillen tussen de inkomensverdeling
- De inkomens naar hoogte gegroepeerd, duidt men aan als de inkomstenverdeling
- Bruto-huishoudensinkomen = eventuele arbeidsinkomsten, uitkeringsinkomsten en
vermogensinkomsten
o Inkomensverschillen niet gelijk
- Besteedbaar inkomen = netto-inkomen
o Verrekend met alle premies en belastingen
o Inkomensverschillen gelijker
- Gestandaardiseerd inkomen
o Er wordt rekening gehouden met de koopkracht per individu
o Nivellerend
Lorenzcurve
- Hoe gelijker de inkomensverdeling, hoe dichter de lorenzkromme bij de diagonaal staat
- Hoe ongelijker de inkomensverdeling, hoe verder de curve van de diagonaal af ligt
Inkomen gedurende de levensloop
- Mensen vergelijken hun inkomen niet alleen met die van andere, maar ook met het vroegere
inkomen en het inkomen die zij nog hopen te verdienen
o = het lifetime-inkomen
- Er verandert veel in de inkomens in de loop van de tijd
o Tweeverdieners gestegen, want ook meer vrouwen hebben een betaalde baan
o Besteedbare huishoudensinkomen is sterk gestegen
- Het inkomen verandert sterk in de loop van het leven
o Tijdens je studie een laag inkomen
, o Tijdens werk hoog inkomen
o Pensioen weer een lager inkomen
o Veel mensen uit de laagste inkomensgroepen zijn na tientallen jaren in de hoogste
groepen te vinden
Het omgekeerd telt voor pensioen of echtscheiding, waardoor je op een
lager inkomen komt
- Vrijwel iedereen is in de loop van het leven aangewezen op een uitkering
o Pensioenuitkering
o Ziekte- en werkloosheidsuitkering
- De inkomensoverdrachten hebben dus grotendeels betrekking op dezelfde persoon in
verschillende levensfasen
- De premies die iemand in zijn werkzame leven betaald, krijgt hij ook weer voor een deel
terug als uitkering
o De rest komt bij andere terecht
o Dit is een vorm van herverdeling van het inkomen van mensen met een hoog naar
mensen met een laag inkomen
- Vermogens spelen een belangrijke rol bij de huidige en toekomstige welvaart van mensen
o Tot het primaire inkomen behoort het inkomen, maar ook de rente en de winst
o Mensen met vermogen kunnen dit beleggen en/of investeren in ondernemingen
o Uit het vermogen vloeien opbrengsten in de vorm van rente en winst voort
o Ook uit het vermogen zelf kunnen consumenten bestedingen verrichten
Oorzaken van verschillen in primaire inkomens
- Productiviteitsverschillen
o Werknemers die een grotere bijdrage leveren aan het productieproces ontvangen
een hogere beloning en andersom
o Hogere arbeidsproductiviteit = hogere loon en andersom
- Schaarsteverhouding
o Schaarsteverschillen op de arbeidsmarkt
Als het moeilijk is om voor bepaald werk geschikte mensen te vinden, zijn de
lonen hoger en andersom
Vraag > Aanbod = hogere lonen, Aanbod> Vraag = lagere lonen
- Opleidingsniveau
o Hoger opgeleide
Hogere kosten qua tijd en geld
Meer kennis
Dus hogere loon
o En andersom
- Leeftijd
o Hou ouder, hoe meer ervaring, hoe hogere lonen
o En andersom
o In sommige gevallen weten jongere juist meer door de nieuwe kennis en zullen er
minder snel oudere worden aangenomen en sneller ontslagen, dus vallen de
inkomensverschillen niet te verklaren
- Macht
o Sommige marktpartijen op de arbeidsmarkt beschikken over de marktmacht