Vraagstelling: Is er sprake van een geldige overeenkomst tussen partij A en partij B?/Is partij
A verplicht te leveren aan partij B?
- Herkenningswoord in casus → ‘Overeenkomst, verplicht te leveren’
Stap 1: Een overeenkomst in de zin van 6:213 BW komt tot stand door een aanbod en de
aanvaarding daarvan (6:217 BW).
Stap 2: Hofland/Hennis Stel vast of er sprake is van een aanbod of een ‘uitnodiging tot het
doen van een aanbod’, daar is sprake van onder 2 voorwaarden:
- individueel bepaalde zaak (Je hebt er maar 1 van)
- Je biedt het aan aan het publiek (advertentie)
De intentie van de koper dient als het aanbod
Stap 3: Stel vast dat aanbod en aanvaarding beide rechtshandelingen zijn in de zin van 3:33
BW . → Leg uit wat een rechtshandeling is: ‘een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard’
- Behandel de wil in de casus: is er sprake van wilsovereenstemming? Of van
wilsgebreken?
- Als er sprake is van wilsovereenstemming, dan is er sprake van een geldige
rechtshandeling (3:33 BW) en overeenkomst ingevolge 6:217 BW
- Als er sprake is van een discrepantie tussen wil en verklaring, dan is er geen
sprake van een aanbod als geldige rechtshandeling (3:33 BW) en daarmee
ook niet van een geldige overeenkomst (6:217 BW jo. 3:40 BW) → ga hierbij
ook in op wat de verklaring is en stel vast dat het uiteen loopt.
Stap 4: Is er sprake van een ‘geestelijke stoornis’ 3:34 BW → ga enkel in op deze stap als in
de casus duidelijk is dat er sprake is van een dergelijke stoornis.
- De geestelijke stoornis moet verband houden met het handelen. Er wordt in 2
gevallen geacht een discrepantie te zijn tussen wil en verklaring onder invloed een
geestelijke stoornis:
1. De stoornis moet een redelijke belangenwaardering beletten.
2. De overeenkomst moet onder invloed van de stoornis zijn gedaan. → wordt vermoed als
de overeenkomst nadeliger was.
- Rechtsgevolg: 3:34 lid 2 BW= vernietigbaarheid
Stap 5: Is er sprake van ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ art. 3:35 BW?
Definitie: Je mag er 'redelijkerwijs' vanuit gaan dat een gedane verklaring overeenstemt met
iemands wil. (art. 3:35 BW)
→ kun je er wel redelijkerwijs vanuit gaan dat verklaring overeenstemde met wil: geldig
beroep.
→ kun je er niet redelijkerwijs vanuit gaan dat verklaring overeenstemde met wil: geen geldig
beroep.
Dit beschermt juridisch gezien wel tegen:
- Discrepantie tussen wil en verklaring (art. 3:33 BW)
- Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
Dit beschermt juridisch gezien niet tegen:
- Handelingsonbekwaamheid (art 3:32 BW)
- Minderjarigheid (art. 1:234 BW)
- Curatele (art. 1:381 BW)
Onderzoeksplicht wordt groter naarmate de overeenkomst nadeliger is!!!
,Stap 6: conclusie:
- Stel vast of er sprake is van een aanbod en aanvaarding gevormd door een zuivere
wil en verklaring (art 3:33 BW)
- Stel vast of er een geldig beroep gedaan kon worden op gerechtvaardigd vertrouwen
(3:35 BW)
- Stel vast of er daarmee sprake is van een geldige overeenkomst (art 6:217 BW)
Stappenplan ‘Eigendomsoverdracht’
Vraagstelling: Is er sprake van een geldige eigendomsoverdracht?
- Herkenningswoord in casus → ‘eigendom’, ‘overdracht’, ‘levering’
Voor het tot stand komen van een geldige eigendomsoverdracht gelden de volgende
vereisten:
Stap 1: Is er sprake van een overdraagbaar goed? art 3:83 BW
Stap 2: Benoem de cumulatieve vereisten voor overdracht art 3:84 BW
- Is er sprake van een geldige titel? (zal veelal een overeenkomst zijn)
- Is er sprake van een geldige levering?
- Is er sprake van beschikkingsbevoegdheid?
Stap 3: Maak duidelijk wat in de casus de titel is en of deze geldig is. (art 3:84 lid 1 BW)
Niet geldig in volgende situaties:
- De overeenkomst is ‘nietig’ → discrepantie tussen wil en verklaring, art 3:40 , of geen
geldige overeenkomst art 6:217
- Overeenkomst is vernietigbaar art 3:53 BW, bijv. geestelijke
stoornis/handelingsonbekwaamheid
- Met terugwerkende kracht ongeldig: ontbinding 6:269 en tekortkoming in nakoming
is vereist! 6:265
Stap 4: maak duidelijk of er sprake is van een geldige levering
Levering roerende zaak 3:90 BW jo.:
1. Bezitsoverdracht (feitelijke afgifte) 3:114 BW
tweezijdige verklaring:
2. C.P. levering (constitutum possessorium) = de vervreemder wordt houder→ de zaak
blijft bij de vervreemder, maar eigendom wordt wel overgedragen ‘bezitter wordt
houder’ (art. 3:115 sub a)
3. Levering Brevi Manu (met de korte hand)= de zaak bevindt zich al bij de verkrijger.
Deze was houder, maar wordt eigenaar. ‘houder wordt bezitter’ (art 3:115 sub b)
4. Levering Longa Manu (met de lange hand)= de zaak bevindt zich bij een derde en
blijft daar ook staan, maar eigenaar verwisselt. (art 3:115 sub c) ‘houder voor de één
wordt houder voor de ander.’
a. Erkenning door derde of;
b. Mededeling van vervreemder of verkrijger
Levering onroerende zaak 3:89 BW
notariële akte + inschrijving in daartoe bestemde registers
Levering vorderingsrechten 3:94 BW: akte+mededeling (lid 1) akte zonder mededeling (lid 3)
Stap 5: Is er sprake van beschikkingsbevoegdheid ‘mogelijkheid een goed te
vervreemden of te bezwaren’ Beschikkingsonbevoegd:
- Als het over te dragen goed niet van de vervreemder is. (geen eigenaar)
- Als de vervreemder failliet is (art. 23 faillisementswet)
, Stap 6: Kan er in geval van beschikkingsonbevoegdheid een beroep worden gedaan op
derdenbescherming? → beschermt enkel tegen beschikkingsonbevoegdheid.
(3:86 lid 1 BW) In geval van overdracht van een roerende zaak:
- Anders dan om niet
- De verkrijger is te goeder trouw (art. 3:11 BW)
Wel geldig beroep op derdenbescherming bij feitelijke afgifte, longa manu en brevi
manu, maar niet bij c.p. levering, omdat daarbij geen sprake is van bezitsverschaffing.
(3:111)
(3:88 BW) In geval van onroerende zaak/vorderingen
1. Je bent nooit te goeder trouw als in de openbare registers had kunnen zien dat de
vervreemder beschikkingsonbevoegd is (art. 3:23 BW)
2. Je mag vertrouwen op wat er in de openbare registers staat, tenzij je zelf beter weet
(art. 3:24 BW)
3. Beschikkingsbevoegdheid moet voortvloeien uit ongeldige vroegere overdracht
(jantje was beschikkingsbevoegd, maar geen geldige titel of levering → pietje is
hierdoor beschikkingsonbevoegd over onroerende zaak/vordering → klaasje wordt
beschermd.)
4. Ongeldige vroegere overdracht mag niet voortvloeien uit beschikkingsonbevoegdheid
toenmalige vervreemder (jantje mag niet beschikkingsonbevoegd zijn voor de
bescherming van klaasje.)
(3:86 lid 3) In geval van een gestolen zaak
revindicatie binnen drie jaar door de bestolen eigenaar mogelijk, tenzij:
- De verkrijger een particulier is die de zaak in een winkel heeft gekocht (art. 3:86 lid
3 sub a BW)
- Of het gaat om gestolen geld of bijv. staats- of krasloten (art. 3:86 lid 3 sub b BW)
Stap 7: Conclusie. Er is (geen) sprake van een geldige eigendomsoverdracht van (...) +
wetsartikelen
Stappenplan ‘Dwaling’ (vernietigingsgrond)
Vraagstelling: Beoordeel of een beroep op dwaling zou slagen./Beoordeel of … de
overeenkomst kan vernietigen op grond van een onjuiste voorstelling van zaken.
- Herkenning in de casus: ‘informatie’ ‘dwaling’ ‘verkeerde voorstelling van zaken’
Stap 1: Benoem dat er voor een geldig beroep op dwaling voldaan moet zijn aan de
vereisten van art 6:228 lid 1 BW
Stap 2: Beoordeel of er in de casus sprake is van een verkeerde voorstelling van zaken?
Stap 3: Beoordeel of er in de casus sprake is van een causaal verband tussen de gesloten
overeenkomst en de onjuiste voorstelling van zaken. → doe dit aan de hand van de vraag of
er bij een juiste voorstelling van zaken geen overeenkomst zou zijn gesloten
Stap 4: Beoordeel of er in de casus sprake is van kenbaarheid van het causale verband
bij de wederpartij. → stel jezelf hierbij de vraag of de wederpartij had moeten begrijpen dat
het om een belangrijk punt ging waarover een onjuiste voorstelling van zaken is gedaan.
Stap 5: Is er sprake van 1 van de vereisten van art 6:228 lid 1 BW
a. een onjuiste mededeling
b. het onterecht verzwijgen van informatie
- Van Geest/Nederlof arrest: