SV Inleiding Europees recht
Hoorcollege 1: Instellingen van de Europese Unie
- Vanaf Tweede Wereldoorlog Europese samenwerking → Dat gebeurde onder meer
door staten te dwingen samen te werken op belangrijke terreinen en door op boven-
nationaal of supranationaal niveau controlemechanismen in te stellen. (EEG en
EGKS)
Winston Churchill (12 augustus 1949, Straatsburg)
‘The end of nationalist wars. → are we now going to slide into a final chaos → there is no
reason why we should not succeed in achieving our aims and establishing the
structure of this united Europe’
- Jean Monnet & Robert Schuman hebben deze ideeën uitgewerkt. (EGKS opgericht)
Instellingen vs Organen:
Instellingen hebben een functie gekregen door de EU-verdragen (art 13 VEU)
Organen= gecreëerd in secundaire wetgeving. (verordeningen, richtlijnen, besluiten,
aanbevelingen en advies)
supranationaal vs intergouvernementeel. → EU= over algemeen supranationaal.
(bevoegdheden aan overgedragen), maar ook aspecten van instellingen die
intergouvernementeel van aard zijn. (er moet sprake zijn van consensus)
EU-Instellingen:
artikel 13 VEU (7 instellingen)
1. Europees Parlement (art 14 VEU)
- Inrichting: Bestaat uit Europarlementariërs, verkozen door inwoners van lidstaten.
- Functie: Keurt EU-wetgeving goed, samen met de Raad van de EU, op basis van
voorstellen van de Europese Commissie. (wetgevingstaak en begrotingstaak)
2. De Europese Raad (art 15 VEU)
Inrichting: (EU-top)
- Regeringsleiders en staatshoofden
- Voorzitter (2,5 jaar; Antonio Costa)
- Voorzitter Europese Commissie
Functie:
- Ontwikkeling van de Unie en bepalen algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten.
3. Raad (van ministers) ‘De Raad’ (art 16 VEU)
Inrichting:
- Ministers van de lidstaten
- Hoge Vertegenwoordiger van de Unie → voor buitenlandse zaken en
veiligheidsbeleid bijv. EU-buitenlandchef
- Voorzitterschap rouleert per 6 maanden.
Functie:
- Wetgevingstaak en begrotingstaak samen met Europees Parlement.
4. Europese Commissie (art 17 VEU)
Inrichting:
- Voorzitter (Ursula von der Leyen)
- Commissarissen
, - EU-buitenlandchef (art 18 VEU) → Wordt benoemd door De Europese raad en met
instemming van voorzitter van de Commissie
Functie:
- Bevordert het algemeen belang en ziet toe op de toepassing van Verdragen en
maatregelen die instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen.
- heeft initiatiefrecht bij wetgeving (Europees parlement kan dus geen wetsvoorstellen
indienen).
- commissie kan procedures starten ‘inbreukprocedure.’ → Als lidstaat wetgeving
niet uitvoert.
- Politiek onafhankelijk lid 3
5. Hof van Justitie van de Europese Unie
Inrichting:
- Hof van Justitie (1 rechter per lidstaat)
- Gerecht van de Europese Unie (ten minste 1 rechter per lidstaat.)
Functie:
- Belangrijke bron van EU-recht, want uitlegging en toepassing van verdragen.
- Zaaknummers beginnen vaak met C (Court) bij uitspraken van het Hof en T
(Tribunal) bij uitspraken van het Gerecht
- Zaak C-91/92, Faccini Dori en zaak T-138/15, TenderNed
- Voor 1990 geen Gerecht dus toen geen ‘C’ aanduiding bij
Hof-arresten (voorb. 26/62, Van Gend & Loos)
Hoorcollege 2: Besluitvorming in de EU en de bronnen van het EU-recht
Rechtsbron 1: primair EU-recht
1. Verdragen
● EU-verdrag, VWEU en Euratomverdrag en natuurlijk Handvest van de Grondrechten
van de EU (verdragen zoals ze nu gelden nadat wijzigingsverdragen zijn
aangenomen)
● De wijzigingsverdragen (bijv. Europese Akte, Verdrag van Maastricht, Verdrag van
Amsterdam, Verdrag van Nice, Verdrag van Lissabon (rechtspersoonlijkheid EU
verleend, waardoor zij zelfstandig verdragen kunnen sluiten en toetreden tot
internationale organisaties)
Alle overige regels moeten in overeenstemming zijn met dit primair recht!
Rechtsbronnen: Secundair EU-recht
Rechtsbron 2: De besluiten van de instellingen, art 288 VWEU
● Verordeningen
○ Algemene strekking (onbepaalde groep mensen, onbepaald aantal gevallen)
○ Verbindend in al haar onderdelen
○ Rechtstreeks toepasselijk in lidstaten → legt direct rechten en verplichtingen
aan burger, ondernemingen en nationale overheden op (nationale rechter kan
het toepassen en heeft voorrang)
■ Omzetten van deze verordening in nationale rechtsorde is verboden!
● Richtlijnen (instructies ten aanzien van de lidstaat)
○ Gericht aan lidstaten (niet gericht aan burgers)
○ Verbindend ten aanzien van het resultaat
■ Lidstaten hebben vrijheid ten aanzien van ‘vorm en middelen’ (mag in
wet in formele zin, AMVB etc.)
, ■ Niet vrijblijvend, maar juist bindend!
■ Richtlijn moet worden omgezet/geïmplementeerd in nationale
rechtsorde binnen een bepaalde termijn (overgenomen in de nationale
wetgeving van de Lidstaten → komt als het ware gecamoufleerd voor
in nationale rechtsorde) (bijv art 8 sub e Vreemdelingenwet)
→ als omzettingstermijn niet gehaald wordt:
● Besluiten (geldt in individuele gevallen)
○ Verbindend in al haar onderdelen
○ Legt rechtstreeks rechten of verplichtingen op
○ Vaak alleen verbindend ten aanzien van een specifiek adressant of groep
adressanten (individueel)
■ Niet in algemene zin
● Aanbevelingen en adviezen → zijn niet verbindend
Verhouding tussen het primaire en secundaire EU-recht:
● Primair EU-recht fungeert als een ‘soort Grondwet’.
● Secundair EU-recht mag niet in strijd zijn met het primair EU-recht
Rechtsbron 3: rechtspraak Europese rechters
● Arresten van het Hof van Justitie
● Arresten van het Gerecht
Welke actoren zorgen voor de totstandkoming van de EU-regels (verordeningen/richtlijnen)?
● Het Europees Parlement
● De Raad
● De Commissie
○ Recht van initiatief, want → is in het leven geroepen om het Europees belang
te behartigen
○ Bepaalt de agenda en de koers van de EU
○ Heer en Meester, want kan te allen tijde het voorstel intrekken of wijzigen
Welke besluitvormingsprocedures zijn er?
1. gewone wetgevingsprocedure (art 294 VWEU)(codecisie/medebeslissing)
- Indiening wetsvoorstel van de commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad
- Eerste lezing: overeenstemming tussen Raad en Europees Parlement dan is het
voorstel aangenomen; anders tweede lezing
- Tweede lezing: overeenstemming dan is het voorstel aangenomen; anders
bemiddeling
- Fase van bemiddeling: Bemiddelingscomité van vertegenwoordigers uit de Raad van
het Europees parlement stelt een compromis voor
- Derde lezing: zowel Europees Parlement als Raad moet compromis aannemen;
anders is het voorstel verworpen (soort vetorecht)
2. bijzondere wetgevingsprocedure
Bijv raadplegingsprocedure:
- Het Europees Parlement geeft alleen advies
- De raad is niet gebonden aan het advies, maar moet wel gedurende een redelijke
termijn het advies van Europees Parlement afwachten.
Hoorcollege 1: Instellingen van de Europese Unie
- Vanaf Tweede Wereldoorlog Europese samenwerking → Dat gebeurde onder meer
door staten te dwingen samen te werken op belangrijke terreinen en door op boven-
nationaal of supranationaal niveau controlemechanismen in te stellen. (EEG en
EGKS)
Winston Churchill (12 augustus 1949, Straatsburg)
‘The end of nationalist wars. → are we now going to slide into a final chaos → there is no
reason why we should not succeed in achieving our aims and establishing the
structure of this united Europe’
- Jean Monnet & Robert Schuman hebben deze ideeën uitgewerkt. (EGKS opgericht)
Instellingen vs Organen:
Instellingen hebben een functie gekregen door de EU-verdragen (art 13 VEU)
Organen= gecreëerd in secundaire wetgeving. (verordeningen, richtlijnen, besluiten,
aanbevelingen en advies)
supranationaal vs intergouvernementeel. → EU= over algemeen supranationaal.
(bevoegdheden aan overgedragen), maar ook aspecten van instellingen die
intergouvernementeel van aard zijn. (er moet sprake zijn van consensus)
EU-Instellingen:
artikel 13 VEU (7 instellingen)
1. Europees Parlement (art 14 VEU)
- Inrichting: Bestaat uit Europarlementariërs, verkozen door inwoners van lidstaten.
- Functie: Keurt EU-wetgeving goed, samen met de Raad van de EU, op basis van
voorstellen van de Europese Commissie. (wetgevingstaak en begrotingstaak)
2. De Europese Raad (art 15 VEU)
Inrichting: (EU-top)
- Regeringsleiders en staatshoofden
- Voorzitter (2,5 jaar; Antonio Costa)
- Voorzitter Europese Commissie
Functie:
- Ontwikkeling van de Unie en bepalen algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten.
3. Raad (van ministers) ‘De Raad’ (art 16 VEU)
Inrichting:
- Ministers van de lidstaten
- Hoge Vertegenwoordiger van de Unie → voor buitenlandse zaken en
veiligheidsbeleid bijv. EU-buitenlandchef
- Voorzitterschap rouleert per 6 maanden.
Functie:
- Wetgevingstaak en begrotingstaak samen met Europees Parlement.
4. Europese Commissie (art 17 VEU)
Inrichting:
- Voorzitter (Ursula von der Leyen)
- Commissarissen
, - EU-buitenlandchef (art 18 VEU) → Wordt benoemd door De Europese raad en met
instemming van voorzitter van de Commissie
Functie:
- Bevordert het algemeen belang en ziet toe op de toepassing van Verdragen en
maatregelen die instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen.
- heeft initiatiefrecht bij wetgeving (Europees parlement kan dus geen wetsvoorstellen
indienen).
- commissie kan procedures starten ‘inbreukprocedure.’ → Als lidstaat wetgeving
niet uitvoert.
- Politiek onafhankelijk lid 3
5. Hof van Justitie van de Europese Unie
Inrichting:
- Hof van Justitie (1 rechter per lidstaat)
- Gerecht van de Europese Unie (ten minste 1 rechter per lidstaat.)
Functie:
- Belangrijke bron van EU-recht, want uitlegging en toepassing van verdragen.
- Zaaknummers beginnen vaak met C (Court) bij uitspraken van het Hof en T
(Tribunal) bij uitspraken van het Gerecht
- Zaak C-91/92, Faccini Dori en zaak T-138/15, TenderNed
- Voor 1990 geen Gerecht dus toen geen ‘C’ aanduiding bij
Hof-arresten (voorb. 26/62, Van Gend & Loos)
Hoorcollege 2: Besluitvorming in de EU en de bronnen van het EU-recht
Rechtsbron 1: primair EU-recht
1. Verdragen
● EU-verdrag, VWEU en Euratomverdrag en natuurlijk Handvest van de Grondrechten
van de EU (verdragen zoals ze nu gelden nadat wijzigingsverdragen zijn
aangenomen)
● De wijzigingsverdragen (bijv. Europese Akte, Verdrag van Maastricht, Verdrag van
Amsterdam, Verdrag van Nice, Verdrag van Lissabon (rechtspersoonlijkheid EU
verleend, waardoor zij zelfstandig verdragen kunnen sluiten en toetreden tot
internationale organisaties)
Alle overige regels moeten in overeenstemming zijn met dit primair recht!
Rechtsbronnen: Secundair EU-recht
Rechtsbron 2: De besluiten van de instellingen, art 288 VWEU
● Verordeningen
○ Algemene strekking (onbepaalde groep mensen, onbepaald aantal gevallen)
○ Verbindend in al haar onderdelen
○ Rechtstreeks toepasselijk in lidstaten → legt direct rechten en verplichtingen
aan burger, ondernemingen en nationale overheden op (nationale rechter kan
het toepassen en heeft voorrang)
■ Omzetten van deze verordening in nationale rechtsorde is verboden!
● Richtlijnen (instructies ten aanzien van de lidstaat)
○ Gericht aan lidstaten (niet gericht aan burgers)
○ Verbindend ten aanzien van het resultaat
■ Lidstaten hebben vrijheid ten aanzien van ‘vorm en middelen’ (mag in
wet in formele zin, AMVB etc.)
, ■ Niet vrijblijvend, maar juist bindend!
■ Richtlijn moet worden omgezet/geïmplementeerd in nationale
rechtsorde binnen een bepaalde termijn (overgenomen in de nationale
wetgeving van de Lidstaten → komt als het ware gecamoufleerd voor
in nationale rechtsorde) (bijv art 8 sub e Vreemdelingenwet)
→ als omzettingstermijn niet gehaald wordt:
● Besluiten (geldt in individuele gevallen)
○ Verbindend in al haar onderdelen
○ Legt rechtstreeks rechten of verplichtingen op
○ Vaak alleen verbindend ten aanzien van een specifiek adressant of groep
adressanten (individueel)
■ Niet in algemene zin
● Aanbevelingen en adviezen → zijn niet verbindend
Verhouding tussen het primaire en secundaire EU-recht:
● Primair EU-recht fungeert als een ‘soort Grondwet’.
● Secundair EU-recht mag niet in strijd zijn met het primair EU-recht
Rechtsbron 3: rechtspraak Europese rechters
● Arresten van het Hof van Justitie
● Arresten van het Gerecht
Welke actoren zorgen voor de totstandkoming van de EU-regels (verordeningen/richtlijnen)?
● Het Europees Parlement
● De Raad
● De Commissie
○ Recht van initiatief, want → is in het leven geroepen om het Europees belang
te behartigen
○ Bepaalt de agenda en de koers van de EU
○ Heer en Meester, want kan te allen tijde het voorstel intrekken of wijzigen
Welke besluitvormingsprocedures zijn er?
1. gewone wetgevingsprocedure (art 294 VWEU)(codecisie/medebeslissing)
- Indiening wetsvoorstel van de commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad
- Eerste lezing: overeenstemming tussen Raad en Europees Parlement dan is het
voorstel aangenomen; anders tweede lezing
- Tweede lezing: overeenstemming dan is het voorstel aangenomen; anders
bemiddeling
- Fase van bemiddeling: Bemiddelingscomité van vertegenwoordigers uit de Raad van
het Europees parlement stelt een compromis voor
- Derde lezing: zowel Europees Parlement als Raad moet compromis aannemen;
anders is het voorstel verworpen (soort vetorecht)
2. bijzondere wetgevingsprocedure
Bijv raadplegingsprocedure:
- Het Europees Parlement geeft alleen advies
- De raad is niet gebonden aan het advies, maar moet wel gedurende een redelijke
termijn het advies van Europees Parlement afwachten.