KT2501 OOG
HC 1a Anatomie Oog
LIGGING OOG
Oogkas – bestaat uit 7 botten. Vanuit oog gaat zenuw naar hersenen. Verder
liggen er de oogbol, het traanapparaat, oogspieren, m.levator palpebrae
superior, hersenzenuwen, bloedvaten en vet.
BEKLEDING
Oog wordt bekleedt door de oogleden:
- Buitenblad
o Huid
o Bindweefsel
o Wimpers
o Spieren
M.orbicularis oculi (sluiten van ogen, n.VII)
M.levator palpabre (oog openen, n.III)
- Binnenblad
o Tarsus (ooglid) met meibomklieren (stevigheid ooglidrand en traanfilm)
o M.tarsalis superior (Müllerspier): sympatisch: oog open, Honer
o Conjunctiva
CONJUNCTIVA
Slijmvlies dat bestaat uit:
- Conjunctiva bulbi
- Conjunctiva palpebrae
Op de overgang: fornix (oogplooi)
TRAANKLIER
Twee delen, bevinden zich lateraal, boven het
oog.
- Orbitaal: grootste deel van de traanklier bevindt zich achter bot.
- Palpabraal
Tranen
- Uitvoer in fornix superior
- Worden verspreid door te knipperen
- Afvoer via traanpunten (mediaal) naar de traanzak en vervolgens
de ductus nasolacrimalis die uitkomt in de neus.
TRAANVOCHT BESTAAT UIT 3 LAGEN
- Lipidenlaag: voorkomt verdamping van de tranen
o Klieren van Meibom/Moll/Zeiss
- Waterige laag: zorgt ervoor dat je helder kunt zien. Reinigt de cornea en werkt als glijmiddel van het ooglid
o Traanklier
- Mucine laag: stabilisatie van tranen op het cornea
o Slijmbekercellen conjunctiva
Tranen voorkomen de uitdroging van de ogen.
,OOGSPIEREN
M. oblique superior en inferior zorgen voor draaiing.
M. rectus medialis en lateralis voor ad- en abductie.
M. rectus inferior en superior zorgen m.n. voor depressie en elevatie van het oog.
Zenuwaansturing van oogspieren:
- N.oculomotorius (n.III) : aansturing van alle oogspieren,
behalve:
- N. trochlearis (n.IV): m.obliquus superior
- N. Abducens (n.VI): m.retus lateralis.
MACROANATOMIE OOG
Voorsegment
- Voorste oog kamer: deel tussen cornea en iris (~3 mm)
- Achterste oogkamer: tussen iris en lens
Achtersegment
- Glasvochtholte ~24 mm. Bevat glasvocht (gevuld met gelei: 98% water en verder collageen). Het glasvocht
vervloeit bij ouder worden, waardoor er een risico op netvliesscheuring en loslating ontstaat.
OPBOUW VAN HET OOG
Buitenste laag: zorgt voor stevigheid en vorm van het oog, bestaat uit:
- Cornea , loopt door in:
- Sclera
Sclera is deels bedekt met de conjunctiva
Middelste laag
Uvea:
- Iris
- Corpus ciliare
- Choroid
Binnenste laag:
- Netvlies
OPBOUW HOORNVLIES (CORNEA)
Bevat geen bloedvaten, krijgt voeding uit het kamerwater. Zitten wel veel zenuwen
in: is super gevoelig bij beschadiging. Functie: refractie (breken van binnenvallende
licht), bescherming inhoud.
, Cellagen in het hoornvlies:
- Epitheel: 2-3 cellagen. Goede regeneratie door stamcellen in de limbus
- Membraan van Bowman: stevig, acellulair laagje collageen. Bij schade vormt zich hier littekenweefsel.
- Stroma: keratocyten: zorgen voor collageen productie
- Membraan van descemet: basaal membraan van het endotheel. Acellulair: bevat m.n. collageen
- Endotheel: eencellaag. Geen regeneratie. Beschadiging kan dus voor veel problemen zorgen. De cellen
hebben een pompfunctie: ze pompen vocht uit het stroma, zodat dit niet volloopt. Verder zorgt het
endotheel voor de productie van het membraan van Descemet .
Onregelmatige vormen van de cornea kunnen zorgen voor onscherpte.
SCLERA
Stevig collageen -> maakt het een stevig exoskelet. Er zijn een paar plekjes waar het heel dun is: Achter de lateraal
spieren. Ook bij het punt waar de oogzenuw het oog binnenkomt.
VOORSTE OOGKAMER
Bevat kamerwater dat zorgt voor de voeding van de cornea en de lens. Het zorgt voor de druk in het oog. Oog druk
kan hoger worden doordat de lens opzwelt.
Kamerwater wordt geproduceerd in corpus cilliare en stroomt door de pupil naar de kamerhoek.
Kamerhoek: de hoek tussen cornea en iris. Als de kamerhoek te smal is, kan er een glaucoom ontstaan.
IRIS
- Pupilopening die varieert (donker/licht = scotopisch vs fotopisch), agv spiertjes in de iris. (m.sfincter pupillae
zorgt voor smalle iris (mydriasis), m.dilatator pupillae voor wijde (miosis))
- Sympatische stelstel: wijder worden van de pupil
- Parasympatisch: versmalling van de pupil.
ACCOMMODATIE
Ver weg kijken: ongeaccomodeerd
Dichtbij kijken: je moet de lens wat accomoderen -> lens wordt korter en dikker, zodat het licht sterker gebroken
wordt. Het vermogen van het oog om te accomoderen neemt af me de leeftijd.
LENS
- Zorgt voor accommodatie
- Zorgt voor gefiltert licht (UV filter)
- Zorgt voor scherpstellen van het beeld.
- Lens wordt opgehangen door zonulavezels. Met de leeftijd komen er steeds meer van deze vezels.
FUNDUS (NETVLIES) = RETINA
Nervus opticus innerveert het netvlies. Signalen die het oog binnenkomen worden aan de n. opticus doorgegeven.
Aanvoerend en afvoerend bloedvat: a. en v. centralis retinae
Begint bij de pars plana van corpus ciliare.
Transparante binnenbekleding van het oog
Vangt visuele informatie op.
Macula: blinde vlek. Is opgedeeld in verschillende regio’s waarin afwijkingen
beschreven kunnen worden.
Macula lutea: gele vlek: hier zitten de meeste kegeltjes.
Retina bestaat uit verschillende lagen
- Ganglion cellaag
- Bipolaire cellaag
- Fotoreceptoren: staafjes en kegeltjes.
o Staafjes: lage lichtinsiteit, vooral in periferie
o Kegeltjes: vooral centraal: kleurenzien
- Pigment epitheel:
HC 1a Anatomie Oog
LIGGING OOG
Oogkas – bestaat uit 7 botten. Vanuit oog gaat zenuw naar hersenen. Verder
liggen er de oogbol, het traanapparaat, oogspieren, m.levator palpebrae
superior, hersenzenuwen, bloedvaten en vet.
BEKLEDING
Oog wordt bekleedt door de oogleden:
- Buitenblad
o Huid
o Bindweefsel
o Wimpers
o Spieren
M.orbicularis oculi (sluiten van ogen, n.VII)
M.levator palpabre (oog openen, n.III)
- Binnenblad
o Tarsus (ooglid) met meibomklieren (stevigheid ooglidrand en traanfilm)
o M.tarsalis superior (Müllerspier): sympatisch: oog open, Honer
o Conjunctiva
CONJUNCTIVA
Slijmvlies dat bestaat uit:
- Conjunctiva bulbi
- Conjunctiva palpebrae
Op de overgang: fornix (oogplooi)
TRAANKLIER
Twee delen, bevinden zich lateraal, boven het
oog.
- Orbitaal: grootste deel van de traanklier bevindt zich achter bot.
- Palpabraal
Tranen
- Uitvoer in fornix superior
- Worden verspreid door te knipperen
- Afvoer via traanpunten (mediaal) naar de traanzak en vervolgens
de ductus nasolacrimalis die uitkomt in de neus.
TRAANVOCHT BESTAAT UIT 3 LAGEN
- Lipidenlaag: voorkomt verdamping van de tranen
o Klieren van Meibom/Moll/Zeiss
- Waterige laag: zorgt ervoor dat je helder kunt zien. Reinigt de cornea en werkt als glijmiddel van het ooglid
o Traanklier
- Mucine laag: stabilisatie van tranen op het cornea
o Slijmbekercellen conjunctiva
Tranen voorkomen de uitdroging van de ogen.
,OOGSPIEREN
M. oblique superior en inferior zorgen voor draaiing.
M. rectus medialis en lateralis voor ad- en abductie.
M. rectus inferior en superior zorgen m.n. voor depressie en elevatie van het oog.
Zenuwaansturing van oogspieren:
- N.oculomotorius (n.III) : aansturing van alle oogspieren,
behalve:
- N. trochlearis (n.IV): m.obliquus superior
- N. Abducens (n.VI): m.retus lateralis.
MACROANATOMIE OOG
Voorsegment
- Voorste oog kamer: deel tussen cornea en iris (~3 mm)
- Achterste oogkamer: tussen iris en lens
Achtersegment
- Glasvochtholte ~24 mm. Bevat glasvocht (gevuld met gelei: 98% water en verder collageen). Het glasvocht
vervloeit bij ouder worden, waardoor er een risico op netvliesscheuring en loslating ontstaat.
OPBOUW VAN HET OOG
Buitenste laag: zorgt voor stevigheid en vorm van het oog, bestaat uit:
- Cornea , loopt door in:
- Sclera
Sclera is deels bedekt met de conjunctiva
Middelste laag
Uvea:
- Iris
- Corpus ciliare
- Choroid
Binnenste laag:
- Netvlies
OPBOUW HOORNVLIES (CORNEA)
Bevat geen bloedvaten, krijgt voeding uit het kamerwater. Zitten wel veel zenuwen
in: is super gevoelig bij beschadiging. Functie: refractie (breken van binnenvallende
licht), bescherming inhoud.
, Cellagen in het hoornvlies:
- Epitheel: 2-3 cellagen. Goede regeneratie door stamcellen in de limbus
- Membraan van Bowman: stevig, acellulair laagje collageen. Bij schade vormt zich hier littekenweefsel.
- Stroma: keratocyten: zorgen voor collageen productie
- Membraan van descemet: basaal membraan van het endotheel. Acellulair: bevat m.n. collageen
- Endotheel: eencellaag. Geen regeneratie. Beschadiging kan dus voor veel problemen zorgen. De cellen
hebben een pompfunctie: ze pompen vocht uit het stroma, zodat dit niet volloopt. Verder zorgt het
endotheel voor de productie van het membraan van Descemet .
Onregelmatige vormen van de cornea kunnen zorgen voor onscherpte.
SCLERA
Stevig collageen -> maakt het een stevig exoskelet. Er zijn een paar plekjes waar het heel dun is: Achter de lateraal
spieren. Ook bij het punt waar de oogzenuw het oog binnenkomt.
VOORSTE OOGKAMER
Bevat kamerwater dat zorgt voor de voeding van de cornea en de lens. Het zorgt voor de druk in het oog. Oog druk
kan hoger worden doordat de lens opzwelt.
Kamerwater wordt geproduceerd in corpus cilliare en stroomt door de pupil naar de kamerhoek.
Kamerhoek: de hoek tussen cornea en iris. Als de kamerhoek te smal is, kan er een glaucoom ontstaan.
IRIS
- Pupilopening die varieert (donker/licht = scotopisch vs fotopisch), agv spiertjes in de iris. (m.sfincter pupillae
zorgt voor smalle iris (mydriasis), m.dilatator pupillae voor wijde (miosis))
- Sympatische stelstel: wijder worden van de pupil
- Parasympatisch: versmalling van de pupil.
ACCOMMODATIE
Ver weg kijken: ongeaccomodeerd
Dichtbij kijken: je moet de lens wat accomoderen -> lens wordt korter en dikker, zodat het licht sterker gebroken
wordt. Het vermogen van het oog om te accomoderen neemt af me de leeftijd.
LENS
- Zorgt voor accommodatie
- Zorgt voor gefiltert licht (UV filter)
- Zorgt voor scherpstellen van het beeld.
- Lens wordt opgehangen door zonulavezels. Met de leeftijd komen er steeds meer van deze vezels.
FUNDUS (NETVLIES) = RETINA
Nervus opticus innerveert het netvlies. Signalen die het oog binnenkomen worden aan de n. opticus doorgegeven.
Aanvoerend en afvoerend bloedvat: a. en v. centralis retinae
Begint bij de pars plana van corpus ciliare.
Transparante binnenbekleding van het oog
Vangt visuele informatie op.
Macula: blinde vlek. Is opgedeeld in verschillende regio’s waarin afwijkingen
beschreven kunnen worden.
Macula lutea: gele vlek: hier zitten de meeste kegeltjes.
Retina bestaat uit verschillende lagen
- Ganglion cellaag
- Bipolaire cellaag
- Fotoreceptoren: staafjes en kegeltjes.
o Staafjes: lage lichtinsiteit, vooral in periferie
o Kegeltjes: vooral centraal: kleurenzien
- Pigment epitheel: