Hoofdstuk 6: Verdieping goederenrecht
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden :
Vermogen: Wordt juridisch gezien gevormd door het geheel van op
geld waardeerbare rechten en plichten van een rechtssubject (het
vermogen van iemand bestaat uit het geheel van diens activa en
passiva).
Verkrijger onder bijzondere titel (art. 3:80 lid 3 BW): Overkoepelende
term voor verschillende vormen van (eigendoms)verkrijging (via
overdracht, verjaring, onteigening) waarbij één of meer rechten
overgaan van het ene in het andere vermogen.
Er gaat een recht (geen plicht) uit het vermogen van de ene
persoon over naar het vermogen van een andere.
Verkrijging onder algemene titel (art. 3:80 BW): Overkoepelende
term voor verschillende vormen van (eigendoms)overdracht (via
erfopvolging, boedelmenging) waarbij niet alleen rechten maar ook
plichten overgaan van het ene in het andere vermogen.
Manieren van
verkrijging
Bijzondere titel Algemene titel
Overdacht
Erfopvolging
Verjaring
Boedelmenging
Onteigening
Toetsvraag 6.1.
A. Algemene titel
B. Algemene titel
C. Bijzondere titel
, Juridische vormgeving van een afspraak:
Schriftelijk tussen partijen
Vestiging van een absoluut recht
Uit overeenkomst
Toetsvraag 6.2.
Gerechtelijke procedure (kort geding): vragen om gebod (bevel
van een hoge autoriteit) tot nakoming afspraak of verbod van
doorkruising van het eigendomsrecht van Adriaansen.
Art. 6:251 lid 1 BW: Staat een uit een overeenkomst voortvloeiend,
voor overgang vatbaar recht in een zodanig verband met een aan de
schuldeiser toebehorend goed, dat hij bij dat recht slechts belang
heeft, zolang hij het goed behoudt, dan gaat dat recht over op
degene die dat goed onder bijzondere titel verkrijgt.
Art. 3:83 BW: Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn
overdraagbaar tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een
overdracht verzet (schriftelijk contract en/of erfdienstbaarheid).
Toetsvraag 6.3.
Vermoedelijk niet, omdat de afspraak was gericht op het vervoer
van oude meubels van en naar de loods.
Relatief recht: Een persoonlijk recht.
Toetsvraag 6.4.
Financiële: notariële akte en publicatie kosten geld.
Tijdsfactor: schriftelijk contract vergt (eist) veel minder tijd en
moeite dan passeren notariële akte.
Mogelijk is natuurlijk ook dat Adriaansen en Berends geen
toereikende juridische kennis bezaten.
Kwalitatieve verbintenissen: Betreffen relatieve rechten die trekjes
hebben van absolute rechten en die dus tot op zekere hoogte ook
tegenover anderen dan de contractpartij kunnen worden
afgedwongen.
Uit de wet
Uit een overeenkomst
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden :
Vermogen: Wordt juridisch gezien gevormd door het geheel van op
geld waardeerbare rechten en plichten van een rechtssubject (het
vermogen van iemand bestaat uit het geheel van diens activa en
passiva).
Verkrijger onder bijzondere titel (art. 3:80 lid 3 BW): Overkoepelende
term voor verschillende vormen van (eigendoms)verkrijging (via
overdracht, verjaring, onteigening) waarbij één of meer rechten
overgaan van het ene in het andere vermogen.
Er gaat een recht (geen plicht) uit het vermogen van de ene
persoon over naar het vermogen van een andere.
Verkrijging onder algemene titel (art. 3:80 BW): Overkoepelende
term voor verschillende vormen van (eigendoms)overdracht (via
erfopvolging, boedelmenging) waarbij niet alleen rechten maar ook
plichten overgaan van het ene in het andere vermogen.
Manieren van
verkrijging
Bijzondere titel Algemene titel
Overdacht
Erfopvolging
Verjaring
Boedelmenging
Onteigening
Toetsvraag 6.1.
A. Algemene titel
B. Algemene titel
C. Bijzondere titel
, Juridische vormgeving van een afspraak:
Schriftelijk tussen partijen
Vestiging van een absoluut recht
Uit overeenkomst
Toetsvraag 6.2.
Gerechtelijke procedure (kort geding): vragen om gebod (bevel
van een hoge autoriteit) tot nakoming afspraak of verbod van
doorkruising van het eigendomsrecht van Adriaansen.
Art. 6:251 lid 1 BW: Staat een uit een overeenkomst voortvloeiend,
voor overgang vatbaar recht in een zodanig verband met een aan de
schuldeiser toebehorend goed, dat hij bij dat recht slechts belang
heeft, zolang hij het goed behoudt, dan gaat dat recht over op
degene die dat goed onder bijzondere titel verkrijgt.
Art. 3:83 BW: Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn
overdraagbaar tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een
overdracht verzet (schriftelijk contract en/of erfdienstbaarheid).
Toetsvraag 6.3.
Vermoedelijk niet, omdat de afspraak was gericht op het vervoer
van oude meubels van en naar de loods.
Relatief recht: Een persoonlijk recht.
Toetsvraag 6.4.
Financiële: notariële akte en publicatie kosten geld.
Tijdsfactor: schriftelijk contract vergt (eist) veel minder tijd en
moeite dan passeren notariële akte.
Mogelijk is natuurlijk ook dat Adriaansen en Berends geen
toereikende juridische kennis bezaten.
Kwalitatieve verbintenissen: Betreffen relatieve rechten die trekjes
hebben van absolute rechten en die dus tot op zekere hoogte ook
tegenover anderen dan de contractpartij kunnen worden
afgedwongen.
Uit de wet
Uit een overeenkomst