2024, aan de onderwijsopvangvoorziening NAAM ORGANISATIE te PLAATS . In dit
verslag is een praktijkonderzoek beschreven met als thema agressie.
Ondanks de tijd en energie die ik in dit onderzoek heb gestopt, heb ik toch met veel
plezier en leergierigheid aan dit onderzoek gewerkt. Agressie is een boeiend onder-
werp, onder andere omdat de jongeren op NAAM ORGANISATIE interessant zijn en
je uitdagen tot bezinning en reflectie. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat ik bijdraag aan
de ontwikkeling van NAAM ORGANISATIE in het algemeen en mijn eigen
professionele ontwikkeling in het bijzonder.
Hopelijk biedt dit onderzoek mogelijkheden voor de toekomst en is het een goede eye-
opener voor een ieder die affiniteit heeft met jongeren, of interesse heeft in het
boeiende, veelzijdige en maatschappelijk relevante onderwerp agressie.
, Samenvatting
Aanleiding en probleemstelling
Binnen het onderwijs vraagt het onderwerp agressie steeds meer zorg en aandacht.
In PLAATS zijn er onderwijsopvangvoorzieningen. Zij vallen onder het Bestuur
Openbaar Onderwijs PLAATS (BOOR). Ze zijn bedoeld als aanvulling op de zorg die
op scholen voor regulier Voortgezet Onderwijs geboden wordt. NAAM ORGANISATIE
is één van de vijf onderwijsopvangvoorzieningen die plaats biedt aan maximaal 28
leerlingen. Het zijn leerlingen die tijdelijk van school zijn, of worden verwijderd vanwege
gedragsproblemen of gedragsstoornissen.
Bij het begeleiden van deze leerlingen krijgen mijn collega’s en ik op NAAM
ORGANISATIE regelmatig te maken met agressie. Voor NAAM ORGANISATIE is het
dus van belang te weten hoe we om moeten gaan met agressie, om vervolgens positief
bij te kunnen dragen aan de kwaliteit van de passende zorg.
Dit bracht mij tot de centrale vraagstelling van mijn onderzoek:
Hoe kan ik bijdragen aan een verdere verbetering van de omgang met agressie op
NAAM ORGANISATIE ?
Onderzoeksmethodologie
Eerst is voor de beeldvorming de agressie in kaart gebracht. Hierbij is er een
onderscheid gemaakt tussen de functie en de vorm van agressie. De functie is
onderverdeeld in reactieve en proactieve agressie en de vorm is onderverdeeld in
directe en indirecte agressie. Zowel de functie als de vorm van agressie is getoetst
middels een 2-tal vragenlijsten, respectievelijk het Instrument voor Reactieve en
Proactieve Agressie (IRPA) en de Buss Durkee Hostility Inventory-Dutch (BDHI-D).
Naar aanleiding van deze resultaten is vervolgens ook gekeken of er een relatie
bestaat tussen een agressieve gedragsstoornis (ODD en CD) en agressie.
Het tweede gedeelte van mijn onderzoek kijkt hoe de huidige én de gewenste situatie
op NAAM ORGANISATIE is met betrekking tot de preventie en de interventie van
agressie. Dit wordt uitgewerkt op drie niveaus, namelijk NAAM ORGANISATIE ,
medewerkers en leerlingen.
, Er is een 0-meting gedaan, middels documentenonderzoek, waarbij gekeken is welke
zaken, zoals bijvoorbeeld beleid, richtlijnen, protocollen en dergelijke al aanwezig zijn
in het kader van preventie en interventie van agressie.
Vervolgens is er door alle medewerkers een zelf opgestelde agressievragenlijst inge-
vuld. Deze vragenlijst, aangevuld met het literatuuronderzoek, is gebruikt om invulling
te geven aan de gewenste situatie op NAAM ORGANISATIE .
Resultaten
De resultaten laten zien, dat er op NAAM ORGANISATIE nauwelijks sprake is van
reactieve en proactieve agressie. Wel is er sprake van een hoge tot zeer hoge mate
van directe agressie en in gemiddeld tot hoge mate sprake van indirecte agressie.
Vanwege het geringe aantal leerlingen met een agressieve gedragsstoornis is er geen
verband gevonden tussen agressie en een agressieve gedragsstoornis.
In de huidige situatie zijn er op NAAM ORGANISATIE , op alle drie de niveaus,
documenten en middelen voor preventie en interventie van agressie aanwezig.
Daarnaast is de veiligheidsbeleving goed. Veel zaken zijn hierbij gebaseerd op
afspraken en staan nergens beschreven, wat volgens veel medewerkers typerend is
voor NAAM ORGANISATIE . Dit alles blijkt nog onvoldoende. Er is nog geen
agressiebeleid en de helft van de mede- werkers vindt dat er onvoldoende beleid,
regels, richtlijnen en (na)zorg is. Daarnaast blijkt er meer behoefte te zijn aan
deskundigheidsbevordering en verbetering van de interne communicatie en
informatiestromen, zowel onderling als vanuit de leiding.
Conclusie en aanbevelingen
Op basis van deze punten breng ik een advies uit aan NAAM ORGANISATIE , wat bij
zal dragen aan een verdere verbetering van de omgang met agressie. Dit advies luidt:
• Agressie meten bij nieuwe leerlingen
• Agressiebeleid opnemen in het schoolveiligheidsplan
• Bekijken van de interne communicatie rond agressie
• Bekijken van de interne informatiestromen rond agressie
• Aandacht voor deskundigheidsbevordering
• Aanstellen van een werkgroep agressiebeheersingsbeleid