5.1 bronnen van de cognitieve leerpsychologie
De cognitieve psychologie is ontstaan vanuit de gestaltpsychologie. Deze had drie belangrijke
vertegenwoordigers: Wertheimer, Kofka en Köhler. Zij stelde dat de mens de neiging had om
waarnemingen te structuren en te ordenen. Wanneer dit gelukt was spraken zij van een gute
gestalte.
Dit kwam ook terug in het oplossen van problemen. Hierin had Köhler een experiment met
chimpansees gedaan. Ze moesten een probleem oplossen. Om dit te doen gingen de apen eerst
de ruimte analyseren. Dit leidde tot het vinden van een oplossing. Uit dit gedrag bleek volgens
Köhler dat de apen doelgericht gebruik maken van herorganisatie om hiermee het probleem op te
lossen. Wanneer ze de oplossing vinden noemt hij dit het verkrijgen van inzicht. Inzicht is dus het
resultaat van een doelgerichte herorganisatie van het probleem die tot een oplossing leidt.
• Aha-erlebnis: wanneer inzicht ontstaat (lampje gaat branden)
• Transfer: oplossing wordt ook in andere situaties toegepast
• Einstellung: oplossing voor het probleem wordt niet gevonden omdat de oplosser niet tot inzicht
komt
De gestaltpsychologen vonden het belangrijker om te leren hoe je kennis en vaardigheden kon
toepassen, dan hoe je geleerde kennis kon reproduceren.
5.2 Ontdekkend leren van Bruner
Bruner is de grondlegger van de cognitieve psychologie en hij richt zijn werk op hoe mensen
kennis verwerven. Hij ziet leren als een intentionele activiteit met daarin de mens als actieve
informatieverwerker, met een sterk accent op zelfontdekkend leren van de leerling.
Hierbij moet de lerende zijn verworven kennis in zijn cognitieve structuren gaan plaatsen. De
cognitieve structuur zijn schema’s met als het ware mappen waarin de informatie geordend wordt
bewaard. Nieuwe informatie wordt dan gekoppeld aan de al bestaande kennis in de mappen.
Bruner onderscheidt drie vormen waarop informatie wordt aangeboden en omgevormd wordt tot
bruikbare kennis:
1. Enactieve representatie: handelend omgaan met concreet materiaal
2. Iconische representatie: doormiddel van waarnemingen en grafische voorstellingen
3. Symbolische representatie: kennis hanteerbaar maken door middel van begrippen / symbolen
Om de ontwikkeling van een leerling te stimuleren vindt Bruner dat onderwijs moet werken met
een spiral curriculum: steeds meer diepgang over een ondergang. Ook vindt hij dat een leerling
zelfontdekkend moet leren. Bruner constateerde de volgende positieve effecten:
• Wat je zelf ontdekt onthoud je beter
• Probleemoplossend werken met als gevolg intrinsieke motivatie
• Zelf ontdekken van regels
Maar Bruner kreeg hier kritiek op van onder andere Ausubel, die vond dat het begrip te vaag was
omschreven. Bruner is hier zelf ook op teruggekomen en hernoemde het naar guided discovery,
ofwel begeleid zelfontdekkend leren.
Guided discovery is sterk gericht op taalontwikkeling. Het bestaat uit drie stappen:
1. Het aanbieden van informatie en het bepalen van de te verwerven begrippen
2. Toetsen of het beoogde begrip is verworven
3. Het analyseren van de gehanteerde denkstrategie ofwel het plegen van reflectie op het
cognitieve handelen
5.3 Ausubel’s visie op het leren van begrippen
Ausubel distantieert zich ook van het behaviorisme met zijn assimilatietheorie. Hij stelt daarmee
dat nieuwe kennis wordt gekoppeld aan al bestaande kennis (voorkennis). Dit noemt hij ook wel
kennis verankeren en dat kan op drie manieren:
• Onderschikkend: nieuwe begrip wordt gekoppeld aan een overkoepelend begrip
• Bovenschikkend: nieuw begrip wordt gekoppeld aan al bestaande losse begrippen
• Nevenschikkend: nieuwe kennis wordt aan bijpassende begrippen gekoppeld
, Ausubel had ook kritiek op Bruner. Hij vond dat je ontvangend moet leren in plaats van
ontdekkend. Hij vond dat actief ontvangend leren effectiever én efficiënter is dan (zelf) ontdekkend
leren. Om dit te bereiken gaf hij leraren de volgende handvaten:
• Verwijs naar eerder behandelde stof
• Laat de leerlingen vergelijkingen maken
• Laat de leerlingen voorbeelden of analogieën bedenken
• De essentie van de les door de leerlingen in eigen woorden laten samenvatten
• Werken met problemen
Ook sprak Ausubel van betekenisvol en betekenisloos leren.
• Betekenisvol leren: heb je wat aan, kun je toepassen
• Betekenisloos leren: kun je niet toepassen
De betekenisvolheid wordt volgens Ausubel bepaald door drie factoren:
• De aard en opbouw van de leertaak
• De voorkennis van de leerling
• De leerintentie van de leerling
Maar volgens Dijkstra spelen nog meer factoren een rol in de betekenisvolheid van leren. Deze zijn
te vinden in de leeromgeving:
• De leeromgeving is realistisch, de leerlingen kunnen een relatie leggen met de werkelijkheid
• Er is variatie in de wijze waarop leerlingen informatie kunnen verkrijgen
• De leerlingen worden uitgenodigd zelf actief te zijn
• Er valt wat te kiezen voor de leerlingen
• Er is voor de leerlingen ruimte om volgens hun eigen leerstijl en leerbehoefte te werk te gaan
• De leerlingen kunnen zelf initiatief nemen en met voorstellen komen
• Er valt wat te oriënteren en ontdekken
Wanneer een leeromgeving bovenstaande elementen bevat heet dit een krachtige leeromgeving.
Van leertheorie naar onderwijs praktijk h6
6.1 Constructivisme als kennisleer
Het constructivisme is een verzamelnaam voor allerlei soorten interpretaties over leren. Maar ze
waren het over één ding eens: de werkelijkheid is subjectief die we zelf creëren door middel van
onze waarneming, taal en gedachten. Hierdoor is onze kennis subjectieve kennis.
Ook spreken constructivisten over intersubjectieve kennis: dan hebben de gesprekspartners het
over hetzelfde onderwerp.
6.2 Leren volgens het constructivisme
De definitie van leren volgens constructivisme (Shuel, 1988) luidt als volgt:
Leren is een actief, interactief, constructief, cumulatief, zelfsturend en doelgericht proces, waarin
de lerende zelf de regie voert.
Leren is een actief proces
- Kennis wordt niet overgedragen, maar individueel geconstrueerd
- De leerling doet iets met de informatie
- De leerling is actief, zelfstandig en zelfverantwoordelijk
Leren is een interactief proces
- Sociaal constructivisme = in samenwerking met anderen
- Kennis is het resultaat van sociale onderhandeling, waarin individuele betekenissen uitwisselt
worden
Leren is een constructief proces
Hoe leidt mentale activiteit tot kennis?
- Neurologische rijping: verandering in de manier van denken, wordt steeds abstracter en
complexer waardoor je meer kennis kan omvatten
- Ervaringen: materiële, logische en sociale ervaringen worden opgedaan in de eigen wereld,
door ervaringen bouwt ieder kind unieke kennis op over wereld om hem heen en zichzelf
- Cognitief evenwicht: we kunnen nieuwe kennis opnemen in de structuur