Samenvatting nutrition 3.2
Week 1; Richtlijnen bij voedselovergevoeligheid
Kan de begrippen allergische voedselovergevoeligheid en niet allergische voedselovergevoeligheid
in eigen woorden uitleggen.
Voedselovergevoeligheid; Een algemene term ter beschrijving van de situatie waarin bepaalde
voedingsmiddelen, in normale hoeveelheden genuttigd, niet worden verdragen, zonder dat er een
uitspraak wordt gedaan over het onderliggend mechanisme.
Allergische voedselovergevoeligheid; Een immunologische reactie op componenten van een
voedingsmiddel, in feite steeds van de eiwitfractie. In de meeste gevallen, ook bij zuigelingen, is
voedselallergie IgE-gemedieerd en komt die dus voor als onderdeel van het atopisch syndroom.
Niet allergische voedselovergevoeligheid (voorheen intolerantie); Een reproduceerbare ongewenste
reactie op een specifiek voedingsmiddel. Geen immunologisch mechanisme. De hoeveelheid
voedingsmiddel die een reactie uitlokt is veel kleiner dan de hoeveelheden die bij gezonde personen
nodig zijn om reacties uit te lokken.
Het verschil tussen koemelkallergie en lactose-intolerantie is dat het bij lactose-intolerantie gaat over
melksuiker en het gebrek aan het enzym lactase zodat het niet omgezet kan worden, de klachten zijn
dan vaak plaatselijk.
Wetgeving;
- Sinds december 2014 moeten alle aanbieders van voedingsmiddelen allergeneninformatie
geven over hun producten. Dit geldt voor voorverpakte producten (via het etiket) maar ook
voor onverpakt producten.
- Dit is vastgelegd in Europese wetgeving: Verordening Verstrekking van voedselinformatie
(VERORDENING (EU) Nr. 1169/2011)
Kent de 14 allergenen die door de Europese Unie zijn vastgesteld en weet welke in NL van
toepassing zijn, en hoe deze tot stand zijn gekomen.
De 14 allergenen;
1. glutenbevattende granen, zoals tarwe (waaronder spelt en khorasantarwe, voorheen kamut),
rogge, gerst en haver.
2. ei
3. vis
4. pinda
5. noten, zoals amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten,
pistachenoten en macadamianoten
6. soja
7. melk, inclusief lactose
8. schaaldieren
9. weekdieren
10. selderij
11. mosterd
12. sesamzaad
13. sulfiet
14. lupine
1
,Wetgeving allergenen;
- De Europese wetgeving stelt verplicht om allergeneninformatie te geven voor voorverpakte
producten maar ook in de horeca. Het gaat om veertien stoffen die
overgevoeligheidsreacties kunnen veroorzaken
- De consument moet geïnformeerd worden over14 wettelijke allergene stoffendie bij de
bereiding van het product gebruikt zijn. De aanwezigheid van deze 14allergenen moeten
vermeld worden wanneer één of meer van deze stoffen gebruikt zijn bij de bereiding van het
product.
Wet voedselinformatie;
- Voor 14 allergenen geldt dat ze extra duidelijk moeten worden weergegeven in de lijst met
ingrediënten, bijvoorbeeld door ze in een vet lettertype af te drukken.
- Fabrikanten vermelden soms ook dat een product sporen van een allergeen kan bevatten.
Deze zogenoemde 'maycontain' toepassing is geen onderdeel van de nieuwe wet.
- Verder geldt er een informatieplicht voor allergenen voor niet-voorverpakte producten,
bijvoorbeeld in restaurants, ambachtelijke slagerijen en bakkerijen, zorginstellingen en de
catering.
- Consumenten moeten vooraf geïnformeerd worden dat allergeneninformatie opvraagbaar
en beschikbaar is.
2
, Kent organisaties die zich bezighouden met thema allergie tbv consument en producent.
LeDa- allergenenlijst (voormalig ALBA);
- Daarnaast bestaat er de uitgebreidere LeDa-lijst. De ALBA allergenenlijst is de oude
benaming van de allergenendatabank. Sinds 2009 is de allergenendatabank onderdeel van de
levensmiddelendatabank van het Voedingscentrum en wordt LeDa genoemd.
- De Levensmiddelendatabank is dé onafhankelijke databank van Nederland over gezonde en
duurzame voeding. Het Voedingscentrum en het RIVM beheren hierin uitgebreide informatie
over duizenden levensmiddelen en voedingssupplementen die in Nederland verkocht
worden.
- De LeDa lijst is een lijst met24 stoffen die voedselallergie of -overgevoeligheid kunnen
veroorzaken. Deze allergenenlijst omvat de veertien stoffen van de Europese richtlijn maar
ook andere stoffen als maïs en varkensvlees.
- Producenten van voedingsmiddelen kunnen vrijwillig allergeneninformatie over hun
merkartikelen aanleveren bij de databank. De informatie uit de databank wordt door het
Voedingscentrum uitgegeven in boekjes. Consumenten of diëtisten kunnen deze
merkartikelenlijsten bestellen en gebruiken bij het samenstellen van een passend dieet bij
voedselallergie.
- In de zomer van 2017is gestopt met het opvragen van deze 10 bovenwettelijke allergenen in
de Levensmiddelen Databank(LeDa). Daarmee is de allergeneninformatie in de LeDa
databank beperkt tot de wettelijke allergenen.
Kent de trends op het gebied van glutenvrije producten
De Nederlandse Vereniging voor Coeliakie zegt over glutenvrije producten uit de supermarkt het
volgende: “De speciale glutenvrije producten die in de handel zijn, zijn niet allemaal even gezond.
Een groot aantal van deze producten bevat méér suiker, zout en vet dan ‘normale’ producten en
mínder noodzakelijke vezels, vitaminen en mineralen.”
Week 2; Richtlijnen bij overgevoeligheid
Kent de prevalentiecijfers voedselovergevoeligheid.
Inmiddels meent 25% van de volwassenen en 17% van de kinderen een voedselallergie te hebben. In
werkelijkheid, heeft 2-4% van de volwassenen dit echt. Bij kinderen is dat 4-6%.
In Nederland;
- 40% atopische aanleg; atopie betekend dat je aanleg hebt om na blootstelling aan een kleine
hoeveelheid allergeen al een IgE aan te maken.
- 20% allergische klachten
Allergische overgevoeligheid;
- 1-2 % volwassen
- Kinderen tot 3 jaar is 4-8% (waarvan 2-3% zuigeling, m.n. koemelk)
Niet - allergische overgevoeligheid ( intollerant)
- 1% van de volwassenen
Soorten en prevalentie;
- Koemelkallergie 1-3%
Klachten verdwenen bij 90% na 3 jaar
- Kippenei allergie 2/3 klachten verdwenen op leeftijd van 16 jaar
- Pinda allergie persisteert (blijft) bij 80-90%
Voedselallergie 2-4 x astma/ atopisch eczeem
3
Week 1; Richtlijnen bij voedselovergevoeligheid
Kan de begrippen allergische voedselovergevoeligheid en niet allergische voedselovergevoeligheid
in eigen woorden uitleggen.
Voedselovergevoeligheid; Een algemene term ter beschrijving van de situatie waarin bepaalde
voedingsmiddelen, in normale hoeveelheden genuttigd, niet worden verdragen, zonder dat er een
uitspraak wordt gedaan over het onderliggend mechanisme.
Allergische voedselovergevoeligheid; Een immunologische reactie op componenten van een
voedingsmiddel, in feite steeds van de eiwitfractie. In de meeste gevallen, ook bij zuigelingen, is
voedselallergie IgE-gemedieerd en komt die dus voor als onderdeel van het atopisch syndroom.
Niet allergische voedselovergevoeligheid (voorheen intolerantie); Een reproduceerbare ongewenste
reactie op een specifiek voedingsmiddel. Geen immunologisch mechanisme. De hoeveelheid
voedingsmiddel die een reactie uitlokt is veel kleiner dan de hoeveelheden die bij gezonde personen
nodig zijn om reacties uit te lokken.
Het verschil tussen koemelkallergie en lactose-intolerantie is dat het bij lactose-intolerantie gaat over
melksuiker en het gebrek aan het enzym lactase zodat het niet omgezet kan worden, de klachten zijn
dan vaak plaatselijk.
Wetgeving;
- Sinds december 2014 moeten alle aanbieders van voedingsmiddelen allergeneninformatie
geven over hun producten. Dit geldt voor voorverpakte producten (via het etiket) maar ook
voor onverpakt producten.
- Dit is vastgelegd in Europese wetgeving: Verordening Verstrekking van voedselinformatie
(VERORDENING (EU) Nr. 1169/2011)
Kent de 14 allergenen die door de Europese Unie zijn vastgesteld en weet welke in NL van
toepassing zijn, en hoe deze tot stand zijn gekomen.
De 14 allergenen;
1. glutenbevattende granen, zoals tarwe (waaronder spelt en khorasantarwe, voorheen kamut),
rogge, gerst en haver.
2. ei
3. vis
4. pinda
5. noten, zoals amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten,
pistachenoten en macadamianoten
6. soja
7. melk, inclusief lactose
8. schaaldieren
9. weekdieren
10. selderij
11. mosterd
12. sesamzaad
13. sulfiet
14. lupine
1
,Wetgeving allergenen;
- De Europese wetgeving stelt verplicht om allergeneninformatie te geven voor voorverpakte
producten maar ook in de horeca. Het gaat om veertien stoffen die
overgevoeligheidsreacties kunnen veroorzaken
- De consument moet geïnformeerd worden over14 wettelijke allergene stoffendie bij de
bereiding van het product gebruikt zijn. De aanwezigheid van deze 14allergenen moeten
vermeld worden wanneer één of meer van deze stoffen gebruikt zijn bij de bereiding van het
product.
Wet voedselinformatie;
- Voor 14 allergenen geldt dat ze extra duidelijk moeten worden weergegeven in de lijst met
ingrediënten, bijvoorbeeld door ze in een vet lettertype af te drukken.
- Fabrikanten vermelden soms ook dat een product sporen van een allergeen kan bevatten.
Deze zogenoemde 'maycontain' toepassing is geen onderdeel van de nieuwe wet.
- Verder geldt er een informatieplicht voor allergenen voor niet-voorverpakte producten,
bijvoorbeeld in restaurants, ambachtelijke slagerijen en bakkerijen, zorginstellingen en de
catering.
- Consumenten moeten vooraf geïnformeerd worden dat allergeneninformatie opvraagbaar
en beschikbaar is.
2
, Kent organisaties die zich bezighouden met thema allergie tbv consument en producent.
LeDa- allergenenlijst (voormalig ALBA);
- Daarnaast bestaat er de uitgebreidere LeDa-lijst. De ALBA allergenenlijst is de oude
benaming van de allergenendatabank. Sinds 2009 is de allergenendatabank onderdeel van de
levensmiddelendatabank van het Voedingscentrum en wordt LeDa genoemd.
- De Levensmiddelendatabank is dé onafhankelijke databank van Nederland over gezonde en
duurzame voeding. Het Voedingscentrum en het RIVM beheren hierin uitgebreide informatie
over duizenden levensmiddelen en voedingssupplementen die in Nederland verkocht
worden.
- De LeDa lijst is een lijst met24 stoffen die voedselallergie of -overgevoeligheid kunnen
veroorzaken. Deze allergenenlijst omvat de veertien stoffen van de Europese richtlijn maar
ook andere stoffen als maïs en varkensvlees.
- Producenten van voedingsmiddelen kunnen vrijwillig allergeneninformatie over hun
merkartikelen aanleveren bij de databank. De informatie uit de databank wordt door het
Voedingscentrum uitgegeven in boekjes. Consumenten of diëtisten kunnen deze
merkartikelenlijsten bestellen en gebruiken bij het samenstellen van een passend dieet bij
voedselallergie.
- In de zomer van 2017is gestopt met het opvragen van deze 10 bovenwettelijke allergenen in
de Levensmiddelen Databank(LeDa). Daarmee is de allergeneninformatie in de LeDa
databank beperkt tot de wettelijke allergenen.
Kent de trends op het gebied van glutenvrije producten
De Nederlandse Vereniging voor Coeliakie zegt over glutenvrije producten uit de supermarkt het
volgende: “De speciale glutenvrije producten die in de handel zijn, zijn niet allemaal even gezond.
Een groot aantal van deze producten bevat méér suiker, zout en vet dan ‘normale’ producten en
mínder noodzakelijke vezels, vitaminen en mineralen.”
Week 2; Richtlijnen bij overgevoeligheid
Kent de prevalentiecijfers voedselovergevoeligheid.
Inmiddels meent 25% van de volwassenen en 17% van de kinderen een voedselallergie te hebben. In
werkelijkheid, heeft 2-4% van de volwassenen dit echt. Bij kinderen is dat 4-6%.
In Nederland;
- 40% atopische aanleg; atopie betekend dat je aanleg hebt om na blootstelling aan een kleine
hoeveelheid allergeen al een IgE aan te maken.
- 20% allergische klachten
Allergische overgevoeligheid;
- 1-2 % volwassen
- Kinderen tot 3 jaar is 4-8% (waarvan 2-3% zuigeling, m.n. koemelk)
Niet - allergische overgevoeligheid ( intollerant)
- 1% van de volwassenen
Soorten en prevalentie;
- Koemelkallergie 1-3%
Klachten verdwenen bij 90% na 3 jaar
- Kippenei allergie 2/3 klachten verdwenen op leeftijd van 16 jaar
- Pinda allergie persisteert (blijft) bij 80-90%
Voedselallergie 2-4 x astma/ atopisch eczeem
3