BECO SCHOOL EXAMEN 2
Domein B (financiële zelfredzaamheid)
Bij een verzekering betaal je iedere maand een premie voor het afdekken
van een bepaald risico. Mensen die zich verzekeren, omdat ze bang zijn
voor schade/verlies, noem je risicoavers.
Voordelen:
- Verlies of schade wordt vergoed
- Gemoedsrust verzekerde
Nadelen
- Mogelijk hoge premie
- Onzorgvuldig gedrag verzekerde
Schadeverzekering
- Schadeloos bij het optreden van een verzekerd risico
- Verzekeringen die vallen onder de schadeverzekering zijn:
inboedel-, opstal-, reis-, aansprakelijkheids-, auto-, en
zorgverzekering
Levensverzekering
- Verzekering voor het leven en overlijden van een persoon
- Bepaald bedrag wordt uitgekeerd aan de nabestaanden bij
overlijden van de verzekerde.
- Verzekeringen die vallen onder levensverzekering: lijfrente-,
uitvaart- en overlijdensverzekering.
Zorgverzekering
- Verplicht vanaf 18 jaar
- Dekking van ziektekosten
Verschil tussen inboedelverzekering en opstalverzekering:
Bij een inboedelverzekering ben je verzekerd tegen schade in je huis. Bij
een opstalverzekering ben je verzekerd tegen schade aan je huis.
Consumptief krediet kortlopende lening die door een consument
wordt afgesloten voor een consumptief doeleind. Bijv. goederen
(fiets/auto), maar ook voor levensonderhoud.
- Persoonlijke lening: bedrag van de lening ontvang je in één keer.
Je betaalt maandelijkse vaste aflossing en interest. Hoogte van rente
en looptijd staan vast. Annuïteit je betaald maandelijks hetzelfde
aflossing bedrag. Schuld wordt steeds kleiner, dus interestkosten
steeds lager
, - Onderhandse lening: hierbij is er persoonlijk contact tussen
geldgever en geldnemer. Er wordt onderhandeld over de
voorwaarden van de lening.
- Doorlopend krediet: hierbij is er sprake van een kredietlimiet. Geld
mag vrij opgenomen worden, totdat het limiet is bereikt. Je betaalt
alleen interest over het opgenomen bedrag. Aflossen kan op ieder
moment en geld dat je aflost mag je weer opnieuw opnemen.
Rentepercentage is variabel.
- Huurkoop: rekening in termijnen betalen. Pas bij betaling van
laatste termijn eigenaar. Hoge rente betalen.
- Koop op afbetaling: rekening in termijnen betalen. Meteen na
eerste termijn eigenaar. Hoge rente betalen.
- Private lease: vorm van operational lease (tussentijds opzegbaar),
waarbij je een leasing aangaat van b-to-c. Vast bedrag per maand.
Verzekering, wegenbelasting, onderhoud en reparaties zijn hierbij
inbegrepen. De rest betaal je zelf. Je bent hierbij geen eigenaar van
het product.
Hypothecair krediet langlopende lening met onroerend goed als
onderpand. Woning of grond kan worden ingenomen als je de aflossing
niet betaalt.
Huiseigenaar is consument geldnemer, kredietnemer en hypotheekgever.
Bank is geldgever, kredietgever en hypotheeknemer.
- Lineaire lening: aan het einde van periode los je telkens hetzelfde
bedrag aan aflossing af. De interest wordt steeds minder, omdat de
schuld kleiner wordt. Schuldrest neemt alléén af d.m.v. aflossing.
Voordeel: je betaald in het begin meer, waardoor je in totaal minder
rente betaald.
- Annuïteitenlening: aan het einde van periode los je telkens
hetzelfde bedrag af. Binnen dat bedrag neemt de interest af en de
aflossing toe. (eerst betaal je veel rente weinig aflossing, daarna
veel aflossing weinig rente).
Voordeel: elke maand hetzelfde bedrag aan aflossing en rente. Je kunt
meer geld lenen dan bij een lineaire lening.
Kredietnemergeldlener
- Aflossing betalen
- Interest betalen
- Administratiekosten, afsluitkosten en verzekeringskosten
, Kredietgever geldgever (bank)
Enkelvoudige interest: rentebedrag dat wordt berekent over het
oorspronkelijk gestorte bedrag.
Interest= (bedrag x interestpercentage x periode) :100
Samengestelde interest: rentebedrag dat wordt berekend over het
oorspronkelijke bedrag + interest van voorgaande periodes.
Contante waarde bij samengestelde interest → C= E: (1 + i)n
Eindwaarde bij samengestelde interest → E = K × (1 + i)n
E= eindwaarde, K= kapitaal begin(bedrag), i= interestpercentage, n=
aantal periodes, C=contante waarde
Verplicht sparen is sparen voor je pensioen. Werkgevers betalen
pensioenpremie voor iedere werknemer. Dit is de pensioenregeling via het
cao.
Vrijwillig sparen. Mensen doen dit bijvoorbeeld voor onvoorziene
uitgaven, keuken, auto, reis, of aanvullend pensioen.
Depositogarantiestelsel: wanneer je geld spaart bij de bank en die bank
failliet gaat, zorgt de DNB ervoor dat je je geld terugkrijgt, max.
€100.000,-
Vrijwillig sparen kan op twee manieren:
Vrij opneembare spaartegoeden: ieder moment heb je beschikking tot
je geld. Kenmerken hiervan zijn: variabele rente, beheren via internet,
inleggen en opnemen van bedragen is kosteloos.
Niet-vrij opneembare spaartegoeden: je hebt niet zomaar beschikking
tot je gespaarde geld. Je kiest een looptijd en voor die periode staat je geld
vast. Als vergoeding ontvang je een hoger rentepercentage. Kenmerken
hierbij zijn: vaste rente, geld staat vast (looptijd), eenmalige minimale
inleg, tussentijds storten/opnemen kan niet zonder boete.
Aandeel een stukje van een bedrijf.
Een bv of nv kan aandelen uitgeven. Een emissie is het verkopen van
aandelen. Wanneer je zo’n aandeel koopt, wordt je voor een heel klein
deel mede-eigenaar van het bedrijf. Een aandeel heeft een
- Nominale waarde: waarde die op het aandeel staat
- Beurskoers: prijs die ontstaat door vraag en aanbod op de
beurskoers
Domein B (financiële zelfredzaamheid)
Bij een verzekering betaal je iedere maand een premie voor het afdekken
van een bepaald risico. Mensen die zich verzekeren, omdat ze bang zijn
voor schade/verlies, noem je risicoavers.
Voordelen:
- Verlies of schade wordt vergoed
- Gemoedsrust verzekerde
Nadelen
- Mogelijk hoge premie
- Onzorgvuldig gedrag verzekerde
Schadeverzekering
- Schadeloos bij het optreden van een verzekerd risico
- Verzekeringen die vallen onder de schadeverzekering zijn:
inboedel-, opstal-, reis-, aansprakelijkheids-, auto-, en
zorgverzekering
Levensverzekering
- Verzekering voor het leven en overlijden van een persoon
- Bepaald bedrag wordt uitgekeerd aan de nabestaanden bij
overlijden van de verzekerde.
- Verzekeringen die vallen onder levensverzekering: lijfrente-,
uitvaart- en overlijdensverzekering.
Zorgverzekering
- Verplicht vanaf 18 jaar
- Dekking van ziektekosten
Verschil tussen inboedelverzekering en opstalverzekering:
Bij een inboedelverzekering ben je verzekerd tegen schade in je huis. Bij
een opstalverzekering ben je verzekerd tegen schade aan je huis.
Consumptief krediet kortlopende lening die door een consument
wordt afgesloten voor een consumptief doeleind. Bijv. goederen
(fiets/auto), maar ook voor levensonderhoud.
- Persoonlijke lening: bedrag van de lening ontvang je in één keer.
Je betaalt maandelijkse vaste aflossing en interest. Hoogte van rente
en looptijd staan vast. Annuïteit je betaald maandelijks hetzelfde
aflossing bedrag. Schuld wordt steeds kleiner, dus interestkosten
steeds lager
, - Onderhandse lening: hierbij is er persoonlijk contact tussen
geldgever en geldnemer. Er wordt onderhandeld over de
voorwaarden van de lening.
- Doorlopend krediet: hierbij is er sprake van een kredietlimiet. Geld
mag vrij opgenomen worden, totdat het limiet is bereikt. Je betaalt
alleen interest over het opgenomen bedrag. Aflossen kan op ieder
moment en geld dat je aflost mag je weer opnieuw opnemen.
Rentepercentage is variabel.
- Huurkoop: rekening in termijnen betalen. Pas bij betaling van
laatste termijn eigenaar. Hoge rente betalen.
- Koop op afbetaling: rekening in termijnen betalen. Meteen na
eerste termijn eigenaar. Hoge rente betalen.
- Private lease: vorm van operational lease (tussentijds opzegbaar),
waarbij je een leasing aangaat van b-to-c. Vast bedrag per maand.
Verzekering, wegenbelasting, onderhoud en reparaties zijn hierbij
inbegrepen. De rest betaal je zelf. Je bent hierbij geen eigenaar van
het product.
Hypothecair krediet langlopende lening met onroerend goed als
onderpand. Woning of grond kan worden ingenomen als je de aflossing
niet betaalt.
Huiseigenaar is consument geldnemer, kredietnemer en hypotheekgever.
Bank is geldgever, kredietgever en hypotheeknemer.
- Lineaire lening: aan het einde van periode los je telkens hetzelfde
bedrag aan aflossing af. De interest wordt steeds minder, omdat de
schuld kleiner wordt. Schuldrest neemt alléén af d.m.v. aflossing.
Voordeel: je betaald in het begin meer, waardoor je in totaal minder
rente betaald.
- Annuïteitenlening: aan het einde van periode los je telkens
hetzelfde bedrag af. Binnen dat bedrag neemt de interest af en de
aflossing toe. (eerst betaal je veel rente weinig aflossing, daarna
veel aflossing weinig rente).
Voordeel: elke maand hetzelfde bedrag aan aflossing en rente. Je kunt
meer geld lenen dan bij een lineaire lening.
Kredietnemergeldlener
- Aflossing betalen
- Interest betalen
- Administratiekosten, afsluitkosten en verzekeringskosten
, Kredietgever geldgever (bank)
Enkelvoudige interest: rentebedrag dat wordt berekent over het
oorspronkelijk gestorte bedrag.
Interest= (bedrag x interestpercentage x periode) :100
Samengestelde interest: rentebedrag dat wordt berekend over het
oorspronkelijke bedrag + interest van voorgaande periodes.
Contante waarde bij samengestelde interest → C= E: (1 + i)n
Eindwaarde bij samengestelde interest → E = K × (1 + i)n
E= eindwaarde, K= kapitaal begin(bedrag), i= interestpercentage, n=
aantal periodes, C=contante waarde
Verplicht sparen is sparen voor je pensioen. Werkgevers betalen
pensioenpremie voor iedere werknemer. Dit is de pensioenregeling via het
cao.
Vrijwillig sparen. Mensen doen dit bijvoorbeeld voor onvoorziene
uitgaven, keuken, auto, reis, of aanvullend pensioen.
Depositogarantiestelsel: wanneer je geld spaart bij de bank en die bank
failliet gaat, zorgt de DNB ervoor dat je je geld terugkrijgt, max.
€100.000,-
Vrijwillig sparen kan op twee manieren:
Vrij opneembare spaartegoeden: ieder moment heb je beschikking tot
je geld. Kenmerken hiervan zijn: variabele rente, beheren via internet,
inleggen en opnemen van bedragen is kosteloos.
Niet-vrij opneembare spaartegoeden: je hebt niet zomaar beschikking
tot je gespaarde geld. Je kiest een looptijd en voor die periode staat je geld
vast. Als vergoeding ontvang je een hoger rentepercentage. Kenmerken
hierbij zijn: vaste rente, geld staat vast (looptijd), eenmalige minimale
inleg, tussentijds storten/opnemen kan niet zonder boete.
Aandeel een stukje van een bedrijf.
Een bv of nv kan aandelen uitgeven. Een emissie is het verkopen van
aandelen. Wanneer je zo’n aandeel koopt, wordt je voor een heel klein
deel mede-eigenaar van het bedrijf. Een aandeel heeft een
- Nominale waarde: waarde die op het aandeel staat
- Beurskoers: prijs die ontstaat door vraag en aanbod op de
beurskoers