Deel 1: De ontwikkeling van het kind.....................................................................4
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind....................................4
1.1: Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie............................................4
1.2: Kinderen: verleden, heden en toekomst.......................................................7
Opdrachten....................................................................................................... 10
Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven en onderzoek......................................11
2.1: Perspectieven bij het kijken naar kinderen.................................................11
2.2: De methodologie van wetenschappelijk onderzoek...................................22
2.3: Onderzoeksbenadering, -strategieën en -uitdagingen...............................28
Opdrachten:...................................................................................................... 30
Hoofdstuk 3: Het begin van het leven..................................................................32
3.1: De vroegste ontwikkeling...........................................................................32
3.2: Het samenspel tussen erfelijkheid en omgeving........................................37
3.3: Prenatale groei en verandering..................................................................40
Zwangerschapshormonen................................................................................. 46
DNA................................................................................................................... 48
Deel 2: De babytijd............................................................................................... 49
Hoofdstuk 4: De geboorte en het pasgeboren kind..............................................49
4.1: Geboorte.................................................................................................... 49
4.2: Complicaties tijdens de geboorde..............................................................50
4.3: Wat een pasgeboren baby allemaal kan.....................................................52
APGAR............................................................................................................... 53
Hoofdstuk 5: De fysieke ontwikkeling in de babytijd............................................54
5.1: Groei en ontwikkeling................................................................................. 54
5.2: De motorische ontwikkeling.......................................................................56
5.3: Ontwikkeling van de zintuigen...................................................................59
De ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel.................................................63
Opdrachten....................................................................................................... 67
Hoofdstuk 6: De cognitieve ontwikkeling in de babytijd.......................................68
6.1: Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget.....................................................68
6.2: de informatieverwerkingstheorie van cognitieve ontwikkeling...................71
6.3: De wortels van onze taal............................................................................75
Hoofdstuk 7: De sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling
in babytijd............................................................................................................ 78
,7.1: Emoties in de babytijd................................................................................... 78
7.2: Relaties aangaan........................................................................................ 81
7.3: Verschillen tussen baby’s...........................................................................85
Deel 3: De peuter- en kleutertijd..........................................................................88
Hoofdstuk 8: De fysieke ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd........................88
8.1: Fysieke groei.............................................................................................. 88
8.2: Motorische ontwikkeling............................................................................. 89
8.3: Bedreigingen van fysieke groei en motorische ontwikkeling......................92
Hoofdstuk 9: De cognitieve ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd..................96
9.1: De intellectuele ontwikkeling.....................................................................96
9.2: De taalontwikkeling.................................................................................. 102
9.3: De invloed van educatie en opvang.........................................................103
9.4: Voorlezen, tv en digitale media................................................................104
Opdrachten..................................................................................................... 107
Hoofdstuk 10: de sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en kleutertijd...................................108
10.1: Een antwoord op de vraag ‘wie ben ik’..................................................108
10.2: Vrienden en familie: het sociale leven van peuters en kleuters.............113
10.3: Morele ontwikkeling en zelfbeheersing..................................................115
Opdrachten..................................................................................................... 118
Deel 4: De schooltijd.......................................................................................... 120
Hoofdstuk 11: de fysieke ontwikkeling in de schooltijd......................................120
11.1: Het groeiende lichaam...........................................................................120
11.2: Invloeden op de fysieke ontwikkeling.....................................................120
11.3: Kinderen met speciale behoeften...........................................................124
Hoofdstuk 12: De cognitieve ontwikkeling in de schooltijd.................................126
12.1: De intellectuele en taalkundige ontwikkeling.........................................126
12.2: Onderwijs: lezen, schrijven en rekenen (en meer).................................128
12.3: Intelligentie: het bepalen van individuele sterke punten........................131
Opdrachten..................................................................................................... 135
Hoofdstuk 13: de sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd.....................................................136
13.1: de ontwikkeling van het eigen ik............................................................136
13.2: Peerrelaties in de schooltijd....................................................................138
13.3: Het gezin in de schooltijd.......................................................................142
13.4: Gedrags- en emotionele problemen.......................................................144
,Opdrachten..................................................................................................... 145
,Deel 1: De ontwikkeling van het kind
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Ontwikkelingspsychologen streven ernaar om het leven van mensen te
verbeteren.
Drijfveer = ervoor willen zorgen dat mensen hun potentieel ten volle kunnen
benutten.
1.1: Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie de wetenschappelijke studie van patronen van groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie
tot en met late volwassenheid
Delen van de definitie ontwikkelingspsychologie
1. Wetenschappelijke benadering
Aannames (hypotheses) worden getoetst met behulp van
wetenschappelijke werkwijzen.
Testen gebeurd volgens spelregels. Ontwikkelingsonderzoeken werken
volgens systematiek, die zij kunnen beargumenteren en verantwoorden.
2. Richt zich op menselijke ontwikkeling
Universele ontwikkelingsprincipes doorgronden = die voor iedereen
gelden.
Of specifieker = bijv. invloed van culturele verschillen op het verloop
van ontwikkeling
Unieke aspecten van individu
3. Houdt zich bezig met manier waarop mensen veranderen en groeien, maar
ook met stabiliteit in het leven van kinderen, adolescenten en
volwassenen.
Op welke gebieden en in welke periode mensen veranderen en groeien
Hoe hun gedrag juist overeenkomt met eerder gedrag
1.1.1: De reikwijdte van het vakgebied
Domeinen ontwikkelingspsychologie:
- Fysieke ontwikkeling
o Zij kijken naar de ontwikkeling van het lichaam op ons gedrag.
o Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het
lichaam en de behoefte aan eten, drinken en slaap.
o Onderzoek bijvoorbeeld: effecten van ondervoeding op het groeitempo
en motoriek van kinderen, seksuele rijpingsproces
Rijping = fysieke of psychologie verandering als gevolg van
biologisch groeiproces.
- Cognitieve ontwikkeling
o Ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogens, zoals
denken, leren, herinneren en probleem oplossen.
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
o Ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties, interacties met
anderen en op het omgaan met emoties.
Ook sociaal emotionele aspecten van seksuele ontwikkeling
, - Persoonlijkheidsontwikkeling
o Ontwikkeling van duurzame gedragingen en (karakter)eigenschappen
die de ene persoon van de andere onderscheiden. Kijken naar stabiliteit
en veranderingen in de karaktereigenschappen. Morele ontwikkeling
(ontwikkeling van geweten).
Ontwikkelingsfasen van individuele verschillen
- Prenatale periode - conceptie tot geboorde
- Babytijd - geboorte tot 2 jaar
- Peuter- en kleutertijd - van 2 – 6 jaar
- Schooltijd - van 6 – 12 jaar
- Adolescentie - van 12 – 20 jaar
Leeftijdsgroepen zijn sociale constructies: een idee over de realiteit dat weliswaar
breed geaccepteerd is, maar afhangt van de maatschappij en de cultuur op een
bepaald moment.
Er zijn ontwikkelingsspecialisten die die meer specifieke ontwikkelingsperioden
hanteren:
- Puberteit = periode van geslachtsrijping (meisjes rond 11/12, jongens rond
13/14)
- Prepuberteit = periode voorafgaand aan de puberteit waarin (hormonale)
veranderingen in het lichaam optreden zonder dat dit van buitenaf
zichtbaar is.
- Ontluikende volwassenheid = vallen niet langer onder adolescent, maar
hebben nog niet verantwoordelijkheden van volwassenen.
o Nadruk op het ontdekken van eigen identiteit
o Late tienerjaren tot 30 jaar
1.1.2: Invloeden op de ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld
Cohort een groep mensen die in een bepaalde periode leven en daardoor voor
een deel gelijke ervaringen op doen.
- belangrijke sociaalhistorische gebeurtenissen hebben een bepaalde
gemeenschappelijke invloed op mensen binnen een cohort.
Factoren of gebeurtenissen die de ontwikkeling mede bepalen, onderscheid in:
- Normatieve gebeurtenissen gebeurtenissen die zich voor de meeste
individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
o Normatieve historische invloeden zijn sociale omgevingsinvloeden en
biologische invloeden die verbonden zijn met de specifieke
maatschappelijke situatie in een historische tijd.
Deze historische gebeurtenissen beïnvloeden de ontwikkeling.
o Normatieve leeftijdsgebonden invloeden zijn biologische invloeden en
omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor mensen in bepaalde
leeftijdsgroep.
o Normatieve sociaal-culturele invloeden bepalen ook de ontwikkeling van
mensen.
o Zoals; cultuur, etnische afkomst, sociale klassen
, - Niet normatieve gebeurtenissen specifieke gebeurtenissen die
plaatsvinden in het leven van een bepaald persoon, terwijl de meesten hier
niet mee te maken krijgen.