Informele, niet-therapeutische sessies met dieren, vaak uitgevoerd door
vrijwilligers en zonder behandelplan.
AAC – Animal-Assisted Coaching/Counselling
Professionele coaching of counseling waarbij dieren doelgericht worden
ingezet voor gedragsverandering of welzijn.
AAE – Animal-Assisted Education
Educatieve toepassing van dieren binnen een schoolse setting, bv. ter
bevordering van leesvaardigheid of aandacht.
AAI – Animal-Assisted Intervention
Overkoepelende term voor planmatige interventies waarbij dieren worden
ingezet om gezondheid, ontwikkeling of welzijn te bevorderen.
AAT – Animal-Assisted Therapy
Gestructureerde therapievorm waarbij een dier als integraal onderdeel
van het behandelplan wordt ingezet door een professional.
Additieve rol (huisdier)
Huisdier versterkt bestaande sociale relaties, wat vaker leidt tot positieve
effecten op welzijn.
Affect
Emotionele reactie op een dier (bv. sympathie of vertedering), die de
morele zorg en attitude mede bepaalt.
Affective consciousness (Panksepp)
Theorie dat emoties bij dieren voortkomen uit oude hersengebieden en
voelbaar zijn zonder taal of zelfbewustzijn.
Amiot & Bastian (2014)
Onderzoekers die zes psychologische domeinen beschrijven die onze
relatie met dieren beïnvloeden, waaronder hechting, empathie en
ideologie.
Amygdala
Hersengebied betrokken bij de verwerking van emoties zoals angst; speelt
een centrale rol in emotionele reacties bij mens en dier.
Animal Connection (Shipman)
Hypothese dat mensen evolutionair zijn afgestemd op het begrijpen en
benutten van diergedrag (bv. bij jacht of domesticatie).
Anthropocentrisme
Mensgerichte visie waarbij de mens als superieur wordt gezien ten
opzichte van andere diersoorten.
, Antropomorfisme
Het toekennen van menselijke eigenschappen, emoties of intenties aan
dieren (bv. ‘de hond schaamt zich’).
Attributie (in MRCD-context)
De neiging om de verantwoordelijkheid voor dierenleed extern toe te
schrijven, zoals aan slachthuizen of supermarkten.
Avoidance (binnen Meat-Related Cognitive Dissonance)
Vermijdingsstrategie waarbij men informatie over dierenleed actief uit de
weg gaat om morele spanning te vermijden.
Banks et al. (2008) – Studie waarin een robotdier even effectief bleek
als een levend dier tegen eenzaamheid bij ouderen.
Barrett – Theory of Constructed Emotion – Emotie is een voorspelling
van het brein gebaseerd op ervaring en lichamelijke signalen.
Behavioral change (MRCD) – De overtuiging dat je gedrag al verbeterd
is, waardoor dissonantie wordt verminderd.
Behaviorisme
Psychologische stroming waarin alleen observeerbaar gedrag wordt
bestudeerd; emoties of cognities worden genegeerd.
Belyaev-experiment – Toonde aan dat selectie op tamheid bij vossen
leidt tot domesticatiekenmerken (vacht, gedrag).
Biopsychosociaal model – Verklaart AAI-effecten via interactie van
biologische, psychologische en sociale factoren.
Biofiliehypothese – Aangeboren menselijke voorkeur voor natuur en
levende wezens zoals dieren.
Bonding capital – Vorm van sociaal kapitaal: sterke, hechte relaties met
vertrouwde personen.
Brickel (1982) – Introduceerde het gebruik van dieren als bekrachtigers
in gedragstherapie.
Bridging capital – Vorm van sociaal kapitaal: contact met onbekenden of
buren, bv. via het uitlaten van honden.
Callous-unemotional traits – Emotioneel kille trekken, vaak bij mensen
met antisociaal gedrag en dierenmishandeling.
Calming system
Neurobiologisch systeem dat via stoffen als oxytocine en endorfine stress
vermindert en sociale verbondenheid bevordert bij mens en dier.