Les 1:
Je kunt de organen van het spijsverteringsstelsel en hun belangrijkste functies
noemen:
Mond: Je kunt de anatomie van de mondholte beschrijven en de functies van de belangrijkste
structuren noemen.
- Door het kauwen wordt voedsel klein gemaakt.
- Door de toevoeging van amylase (speeksel) wordt een begin gemaakt met het afbreken van
koolhydraten tot suikers
- Door middel van lysosomen in speeksel vindt een eerste selectie plaats van wat is goed en
slecht voedsel. Dit heeft een bacteriedodend effect.
- Wat heb je nodig voor het kauwproces: lippen, kaken en gebit, verhemelte, tong en
speekselklieren.
Functies mondholte:
- Onderzoek van voedsel via tastzintuigen op je tong en in je mondholte die gaan ontdekken
wat voor voedsel er binnen is gekomen
- Mechanische bewerking door gebitselementen, tong en gehemelte. Kauwen in kleinere
stukjes
- Slijm en speeksel bevochtigen voedsel en dus makkelijker door te slikken
- Vertering door speekselenzymen
Functies tong:
- Mechanische bewerking
- Manipulatie om te helpen bij het kauwen en slikken
- Onderzoek van voedsel via tastzintuigen
,Je kunt de belangrijkste gebeurtenissen van het slikproces beschrijven.
- Een belangrijke rol tijdens het slikproces is: uvulva (huig). Dit klepje zorgt ervoor dat op het
moment dat je slikt je neusholte afgesloten wordt, hierdoor gaat het voedsel de goede kant op.
Andere elementen bij het slikken zijn de larynx (strottenhoofd) en de epiglottis (strotklepje). De
larynx beweegt tijdens het slikken naar omhoog en naar voren, waardoor je epiglottis de
luchtpijp afsluit. Zo voorkom je eten in de luchtpijp.
Oesophagus:
- 25 centimeter lange, gespierde buis die mond met maag verbindt. Speelt geen rol bij
spijsvertering maar heeft alleen een transportfunctie. Door middel van peristaltiek wordt het
voedsel van de mond naar de maag geknepen.
,Je kunt de anatomie van de maag, dunne en dikke darm beschrijven, met de histologische kenmerken
ervan en de functies en regeling van de vertering en opname van voeding bespreken.
Maag:
Functies:
- Tijdelijke opslag van voedsel, de maag bepaald wanneer voedsel doorgezet wordt. Dit gaat in
kleine beetjes.
- Mechanische afbraak van voedsel
- Afbraak van chemische verbindingen door zuren en enzymen
- Vorming van intrinsieke factor
- Gastrine (hormoon): verhoogt spiersamentrekkingen waardoor de maag bewegingen maakt
en het maagzuur door het voedsel verspreidt kan worden. Het stimuleert de uitscheiding van
zoutzuur/maagzuur (HCl). Ook regelt het de aanmaak van pepsinogeen, dit is een enzym dat
eiwitten afbreekt, dus eiwitten die je door je voedsel binnenkrijgt worden hier afgebroken.
, Pepsinogeen moet geactiveerd worden door maagzuur (HCl), en dan wordt het pepsine. Pepsine
zorgt ervoor dat eiwitmoleculen worden opgesplitst. Je hebt het maagzuur dus nodig om pepsinogeen
om te zetten in pepsine. En die pepsine zorgt dat de eiwitblokjes worden opgesplitst in hele kleine
eiwitmoleculen, waardoor ze verder afgebroken en opgenomen kunnen worden.
Lipase breekt vetcellen af, en dit gebeurt in een beperkte hoeveelheid, grootste deel van de
vetafbraak vindt plaats in het duodenum.
Intrinsieke factor: een factor die in de maag wordt aangemaakt en een grote rol speelt in de opname
van vitamine B12.
Duodenum (twaalfvingerige darm)
Functies:
- Regelen van de frequentie van het legen van de maag, gaat in kleine beetjes.
- Neutraliseren van maagsappen, zuur is ontzettend zuur, kan de darmwand aantasten. Het
wordt daarom geneutraliseerd in het deel van het duodenum.
- Afbreken en opnemen van voedingsstoffen
Hulporganen:
- In het duodenum komen afvoerbuizen van de lever (ductus hepaticus) en van de pancreas
(ductus choledochus) uit. Zij produceren spijsverteringssappen (bicarbonaat) die via de papil
van Vater in het duodenum terecht komen en daar meehelpen bij de afbraak van
voedingsstoffen.
Jejunum/ileum (dunne darm):
Functies:
- Afbreken en opnemen van voedingsstoffen en water
- Voortstuwen en mengen van voedselresten
- In jejunum worden de laatste suikers afgebroken, zodat er in het ileum bijna geen suikers
meer voorkomen.
- Van de ongeveer 9 liter water die er dagelijks door het spijsverteringskanaal circuleert neemt
het ileum er 8 op. Anders had je altijd diarree, doordat het water opgenomen wordt verdwijnt
dat uit het spijsverteringskanaal.
- Darmflora wordt in de dunne darm toegevoegd
Ileum:
Villi:
Het ileum heeft darmwandplooien, deze vormen vingervormige uitsteeksels: darmvlokken of villi
genoemd. De oppervlaktecellen van de villi hebben op hun beurt weer minuscule uitstulpingen
(microvilli). Samen vergroten ze het oppervlak van de darmwand tot zo'n 200 vierkante meter. Dat
gebeurt zodat er meer darmsappen geproduceerd en afgegeven kunnen worden. Voedingsstoffen
kunnen verder worden opgenomen. Er is dus een groter oppervalk om dit te doen.
Tussen de plooien en de vlokken liggen kleine klierbuisjes, die darmsap produceren.