Gedrags- en opvoedingsproblemen SPO
114 oefenvragen over colleges en de artikelen van pleegzorg
College 1:
Vraag 1: Wat zijn de twee hoofddoelen van de hervormingsagenda jeugd?
, a. Verbetering binnen de jeugdhulp zelf en verbetering in het jeugdzorgstelsel
b. Verbetering binnen de jeugdhulp zelf en verbetering in de
afstemming tussen diverse partijen
c. Verbetering in het jeugdzorgstelsel en verbetering in de afstemming
tussen diverse partijen
d. Het terugdringen van de gesloten jeugdzorg en verbetering van de
jeugdhulp zelf
Vraag 2: Waar moet de hervormingsagenda 2023/2028 voor zorgen?
a. Voor een toekomstbestendig, kwalitatief en betaalbaar zorgsysteem
b. Voor veranderingen van gemeenten, zorgverleners en andere
betrokkenen
c. Antwoord a & b zijn juist
d. Antwoord a & b zijn beide onjuist
Vraag 3: De hervormingsagenda 2023/2028 richt zich op een aantal
onderwerpen. Welke van onderstaande onderwerpen hoort er NIET bij?
I Minder bureaucratie en administratieve taken
II Een betere samenwerking met andere sectoren zoals onderwijs, GGZ en
bestaanszekerheid.
III Meer preventie en vroeg signalering in de lokale teams
IIII Focus op de meest kwetsbare jeugdigen en beperkingen van onnodige
zorgtrajecten
V Betere organisatie en financiering van de jeugdzorg
a. III
b. IIII
c. Zowel II en III
d. Alle antwoorden behoren wel bij de hervormingsagenda.
Vraag 4: Er zijn 4 ontwikkelingen binnen de zorg. Welke van onderstaande
ontwikkelingen hoort hier niet bij?
I We leven ongezonder, langer en zieker
II De zorg is en blijft een groeisector
III De eigen krachtconferentie
IIII Kennis: wat maakt gezondheid
V Decentralisaties per 1 januari 2025
VI De transitie van de overheid naar de gemeente
a. III en VI
b. II en IIII
c. V en VI
d. II en III
Vraag 5: Welk van de volgende stelling is onjuist?
a. De jeugdzorg is bijna met 10% gegroeid
b. De zorguitgaven zijn de afgelopen jaren gestegen
c. De druk op de zorg daalt
d. Zorg is niet de oplossing voor alle gezondheidsvraagstukken
Vraag 6: In 2015 vond er een stelselwijziging plaats binnen de jeugdzorg.
Dit was onder andere nodig omdat….
, a. Er een gebrek aan hulpverleners was
b. Hulpverleners niet goed opgeleid waren
c. De overheid geen zicht had op de verschillende
hulpverleningsvormen
d. Er geen pedagogische huisarts was
Vraag 7: Welke van de volgende stellingen is onjuist?
a. De zorgkosten in achterstandswijken liggen gemiddeld hoger. Dit
komt doordat deze gemeentes een tekort hebben.
b. In Nederland bieden we veel 24-uurszorg, deze zorg is ruimer en
toegankelijker dan in andere landen.
c. Nederland heeft het op-een-na-strengste jeugdstrafrecht van heel
Europa.
d. De transformatie van zorg is gericht op het tot stilstand brengen van
de stijgende zorgkosten.
Vraag 8: Onder de transitie van Jeugdzorg wordt verstaan:
a. Integrale aanpak met betere samenwerking rond gezinnen en
jeugdhulp op maat.
b. Inhoudelijke vernieuwing van het stelsel van de jeugdzorg.
c. Regeling voor een zachte landing van de landelijk werkende
instellingen.
d. Overheveling van de bestuurlijke en financiële
verantwoordelijkheden van de jeugdzorg.
Vraag 9: Wat is het uitgangspunt van de transformatie van jeugdhulp?
a. De gemeente is vanaf 2015 verantwoordelijk voor de zorg voor de
jeugd.
b. Ouders zijn eerstverantwoordelijk voor de opvoeding van hun
kinderen.
c. De gemeente moet zorgen voor herkenbare en laagdrempelige
jeugdhulp.
d. De gemeente moet voorzien in toereikend aanbod van
gecertificeerde instellingen die de maatregelen van
kinderbescherming en jeugdreclassering uitvoeren.
Vraag 10: Wat is de gedachte achter het veranderde zorgstelsel?
a. Eigen krachtconferentie
b. Samenwerken met betrokken hulpverleners
c. De niveaus van opvoeden: het gewone opvoeden, opgroeien en
opvoeden ondersteunen & opvoeden en opgroeien met intensieve
ondersteuning
Vraag 11: Is deze stelling juist of onjuist?
De gemeente moet n.a.v. de decentralisatie per 1 januari zorgen dat de
zorg er is, maar dat dit moet met meer hulp, maar minder hulpverleners.
a. Deze stelling is juist
b. Deze stelling is onjuist