Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting SWK7 Orthopedagogiek 2025 (bevat alle 13 colleges)

Beoordeling
-
Verkocht
12
Pagina's
26
Geüpload op
31-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze uitgebreide samenvatting voor het tentamen van SWK 7 - Orthopedagogiek bevat alle belangrijke informatie uit de 13 hoorcolleges. Alle begrippen en theorieën zijn duidelijk en eenvoudig uitgelegd, zodat je de stof snel en effectief kunt begrijpen. Perfect om mee te leren en je goed voor te bereiden op het tentamen! Bevat álle college-aantekeningen Makkelijk uitgelegd, zonder onnodige moeilijke taal Overzichtelijk en gestructureerd Ideaal voor tentamenvoorbereiding

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

SWK7 ‘Orthopedagogiek’

College 01: Normaal of niet-normaal

Ontwikkelingspsychopathologie = onderzoekt het ontstaan en verloop van psychische stoornissen, met
ontwikkelingsopgaven als uitgangspunt – hanteert een dynamisch gezichtspunt (waarbij vroege en huidige
ervaringen een rol spelen), ieder individu is uniek en wordt beïnvloed door kind-, gezins- en
maatschappelijke factoren

Classificatie = onderscheiden en indelen van groepen (bv. organismen/diersoorten/psychische
stoornissen) (gericht op de vraag: “wat is er aan de hand?”)

DSM-classificatiesysteem = (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)
internationaal gebruikt handboek voor psychische stoornissen, het ordent gedrag o.b.v. uiterlijke
en innerlijke kenmerken en richt zich op beschrijving (herkenning), niet op diagnostiek

DSM-systematiek = hanteert traditioneel een categoriaal model: een stoornis is aanwezig of niet
(een beetje is onmogelijk) – in DSM-5 wordt echter ook dimensioneel denken geïntroduceerd
(stoornissen zijn in lichte/matige/ernstige vormen ingedeeld o.b.v. het aantal en de ernst van de
symptomen)

Voordelen Nadelen
- Wereldwijde standaardisatie en betere - Niet leeftijdsspecifiek genoeg
communicatie - Beperkte betrouwbaarheid van classificaties
- Vergelijkbaarheid in onderzoek - Nog steeds grotendeels categorisch (DSM-5)
- Ontwikkeling van tests en behandelingen - Risico op stigmatisering
- Link met wetenschappelijke literatuur - Classificatie verklaart het probleem niet, wat
- Kan zorgen voor begrip en erkenning essentieel is voor hulpverlening


Bij het vaststellen of een kind een psychische stoornis heeft, spelen er twee vragen:
1. Hoe zeker ben ik van mijn zaak? Welke andere stoornissen lijken erop...
Differentiaaldiagnose = bepalen of een stoornis echt aanwezig is en uitsluiten van
vergelijkbare stoornissen
2. Welke andere problemen of stoornissen gaan vaak samen met de vastgestelde stoornis?
Comorbiditeit = het tegelijk voorkomen van meerdere stoornissen (bij kinderen eerder een
regel dan uitzondering, bv. ADHD i.c.m. gedragsstoornis/depressie/angststoornissen)

Risico cirkelredenering = bij classificatie, zoals ADHD/ASS, kan gedrag zowel symptoom als
verklaring worden (‘hij is druk omdat hij ADHD heeft’), dit voorkomt onderzoek naar onderliggende
oorzaken, zoals ziekte/angst

Diagnostiek = onderzoekt waarom een kind op dit moment bepaalde klachten heeft, waarom deze blijven
bestaan en wat dit betekent voor het kind en gezin – gebaseerd op theorie en interpretatie en vormt de
eerste stap richting hulpverlening (diagnostiek is voorwaardelijk, ná diagnostiek volgt (evt.) hulpverlening)
(gericht op de vraag: “waarom en hoe is dat zo gekomen?”)

Middelen diagnostisch onderzoek = gesprek/observatie/psychologische test/lichamelijk
onderzoek

Epidemiologie = kennis van wat we normaal vinden in leeftijdscategorie wordt afgezet
tegen het ‘abnormale’ gedrag

Hulpverlening = drie kansvergrotende factoren voor een beroep op hulpverlening: ernst van de
problemen, leeftijd van een kind (hoe ouder, hoe eerder) en de combinatie van kind- en gezinsproblemen

Ernst bepalen = verschillende criteria om de ernst van het probleem te bepalen:

, 1. Afwijking van het gemiddelde (statistische norm a.d.h.v. een normaalcurve en
percentielscore, bv. aantal woorden dat kind op een bepaalde leeftijd leest – zegt op
zichzelf weinig)
2. Afwijking van een ideaal (kan, maar hoeft geen probleem te zijn – zegt op zichzelf
weinig)
3. Aanwezigheid van een stoornis (onbegrijpelijk gedrag/ziekte/herkenbaar patroon)
4. Integratie/adaptatieproblemen (sprake van probleem in de adaptatie, bv. problemen
in het leeftijdsadequaat aangaan van relaties/problemen in het leeftijdsadequaat
verrichten van werk/ervaren van lijden)
*Criteria volgens Rutter = ernst van een probleem wordt beoordeeld o.b.v.:
leeftijdsadequaat gedrag, intensiteit en gevolgen, frequentie en duur, verstoring van
functioneren (sociaal, school, ontwikkeling), situatiegebonden of algemeen, culturele
achtergrond, reactie op gebeurtenis of op zichzelf staand, kans op psychosociale stress

Het ontwikkelingspsychologisch perspectief benadrukt dat de leeftijd en het ontwikkelingsniveau
altijd als eerst nagevraagd moet worden (bv. a.d.h.v. de volgende vragen: vergelijk leeftijd en
leerjaar / ouders: wat zei de CB-arts over het kind?, is er ooit een IQ-onderzoek of een taaltest
gedaan?, vergelijking met brusjes, neefjes / leerkracht: vergelijk met andere kinderen/scores in
leerlingvolgsysteem), daaropvolgend dienen de volgende vragen te worden gesteld:
1. Kwantitatief: hoe vaak, hoe sterk, hoeveel plekken, etc.
2. Kwalitatief: wie heeft er last van? Wat gaat er mis?
3. Subjectief: hoe beleven de betrokkenen het? Wat denken zij dat er aan de hand is? Wat
hopen ze vooral dat er verandert? Waarom wordt er nú hulp gevraagd?
4. Geschiedenis: gebeurtenissen, diagnostiek, hulp
5. Context: beschermende én bedreigende factoren, wie zijn er betrokken,
wie is verantwoordelijk


College 02: Voeding- en eetstoornissen bij jonge kinderen

Normale ontwikkeling van leren eten = drie fasen: 1. zoog- en zuigfase (het drinken wordt gereguleerd
door voedingsreflexen), 2. overgangsfase (naast borst- en flesvoeding wordt ook halfvast voedsel
geïntroduceerd), 3. mee-eten wat de pot schaft (voedsel wordt fijngeprakt of kleingesneden, het kind
ontwikkelt voorkeuren en afkeer)

Biologische factoren leren eten kinderen = voorkeur voor zoet en zout voedsel, bang voor
nieuw/onbekend voedsel (dus afwijzen van onbekend voedsel is normaal in het
ontwikkelingsproces), gepredisponeerd om voorkeur te geven aan hoogenergetisch voedsel (met
veel vet) – het eetgedrag wordt goed gereguleerd wanneer er keuze is uit verschillende soorten
gezond voedsel, maar bij ongezond voedsel wordt er vaak te veel gegeten

Borstvoeding = heeft verschillende voordelen: bevordert de hechting tussen moeder en kind door
afstemming op elkaar, tast en geur / bevat meer variatie in smaken wat kan helpen bij de
acceptatie van nieuw voedsel / geeft kind meer controle over het eetproces wat mogelijk het
risico op obesitas verkleint – WHO-advies is om tot 6 maanden exclusief borstvoeding te geven en
daarna borstvoeding naast vaste voeding tot 2 jaar of ouder

Voedingsproblemen = ontstaan door de relatie tussen opvoeder en kind, waarbij de opvoeder het kind
voedt, dit is geen individueel kenmerk, maar een relatiekenmerk, met een leeftijdsgrens rond de 6 jaar

o Borstgevoede kinderen hebben minder kans op voedingsproblemen

, o De sociale context, zoals rolmodellen, beïnvloedt sterk wat kinderen willen eten (“zien eten
doet eten")
o Strikte controle van ouders heeft op de lange termijn vaak een negatief effect op het
eetgedrag van het kind
o Op oudere leeftijd heeft tv-reclame een grote invloed op de voedselvoorkeuren van kinderen

Voedselneofobie = onbekend voedsel wordt geweigerd, dit is een normale fase die meestal
vanzelf overgaat, zolang ouders niet dwingen

Picky eater = het kind is kieskeurig met zowel bekend als onbekend voedsel, en pluist het uit
(vissen wat niet lekker lijkt), dit gaat meestal ook vanzelf over, dwingen tot eten is nooit effectief

Eetproblemen = het kind is een zelfstandige eter, die zelf keuzes maakt en beslissingen neemt, wat een
individueel kenmerk is

Ontwikkeling leren eten oudere kinderen = kinderen moeten ca. tien keer blootgesteld worden aan
nieuw voedsel voordat ze het accepteren / ze leren geleidelijk een voorkeur voor nieuw voedsel te
ontwikkelen / ze geven voorkeur aan voedsel dat ouders, leerkrachten en leeftijdsgenoten ook eten /
kinderen gaan te veel eten als ze voor eten worden beloond / ze ontwikkelen een verlangen naar dingen die
ze niet mogen eten, vooral als ze dit kunnen zien

Autoritaire voedingsstijl = dwingen om bepaald (gezond) voedsel te eten, beperken van
ongezond voedsel

Autoritatieve voedingsstijl = ouders beslissen over wat er op tafel komt maar kinderen mogen
wel zelf kiezen wat/hoeveel zij opscheppen

Voedingsstoornissen op jonge leeftijd = verschillende soorten:

Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID) = groeiachterstand door
onvoldoende calorie-inname, kan zowel een somatische als psychosociale oorzaak hebben –
kenmerkt zich door het vermijden of beperken van voedsel, wat kan leiden tot chronische
voedselweigering of zeer selectief eten (bv. alleen brood), het belangrijkste kenmerk is
gewichtsverlies, normaal gesproken is dit een relatiekenmerk, maar kan soms veroorzaakt
worden door: ontbreken van hongergevoel / slikangst (bij de overgang van vloeibaar naar vast
voedsel of nieuwe smaken) / slikfobie (na een traumatische ervaring zoals verslikken of operaties
in het mondgebied of langdurige sondevoeding)

Rumineren = herhaaldelijk herkauwen en oprispen van voedsel (vooral bij zuigelingen), waarbij
het kind het vaak als prettig ervaart (zonder misselijkheid)

Pica = ‘alles-eter’, het eten van niet-eetbare stoffen (bv. peuken/aarde/bladeren, naast normaal
voedsel), komt vooral voor bij kinderen met een verstandelijke handicap

Comorbiditeit = bij ernstige voedingsproblemen of voedingsstoornissen moet rekening gehouden worden
met de mogelijkheid van ASS/verstandelijke beperking/angststoornissen

Preventie van voedingsstoornissen = borstvoeding / structuur en regelmaat in eetgewoonten / geen
dwang, ook geen dreigen / niet belonen met een toetje / vrijheid in het kiezen van voedsel / geef het goede
voorbeeld en eet samen / houdt het gezellig tijdens maaltijden

Behandeling van voedingsstoornissen = risicofactoren in kaart brengen (bij het kind/in de ouder-kind
interactie/opvoedend handelen/in de sociale context), behandeling vraagt om samenwerking met
ouders/opvoeders via een gezinsaanpak (i.v.m. een relatiekenmerk), de aanpak is vaak gebaseerd op

Documentinformatie

Geüpload op
31 maart 2025
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€14,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
joyce1766 Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
31
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
3 dagen geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen