, ncoi oefenvragen psychiatrie een inleiding tentamenvragen antwoorden
13 logische casusvragen o.b.v. boek – antwoorden apart
1. Stemmingsstoornissen
Lisa, een 28-jarige vrouw, meldt zich bij de huisarts met gevoelens van extreme
neerslachtigheid, verlies van interesse in dagelijkse activiteiten en slaapproblemen. Ze zegt
dat ze zich al weken zo voelt en weinig energie heeft.
Vraag: Welke psychiatrische stoornis is het meest waarschijnlijk op basis van deze
symptomen? Noem minstens twee criteria uit de DSM-5 die van toepassing zijn.
2. Schizofreniespectrumstoornissen
Mark, een 22-jarige student, begint zich vreemd te gedragen. Hij beweert dat hij stemmen
hoort die hem opdrachten geven en denkt dat mensen op straat geheime boodschappen naar
hem sturen. Zijn familie merkt op dat hij zich steeds meer terugtrekt en minder verzorgd
overkomt.
Vraag: Welke symptomen uit het schizofreniespectrum vertoont Mark? Wat is het belang van
de duur van deze symptomen bij de diagnose?
3. Angststoornissen
Sophie vermijdt al maanden sociale bijeenkomsten uit angst om zichzelf belachelijk te maken.
Ze krijgt last van hartkloppingen, zweten en duizeligheid als ze in het openbaar moet spreken.
Vraag: Welke angststoornis past het beste bij Sophies klachten? Leg uit welke
kernsymptomen hierbij horen.
4. Persoonlijkheidsstoornissen
Tom heeft moeite met langdurige relaties en wisselt vaak van baan. Hij reageert impulsief en
wordt snel boos wanneer hij zich afgewezen voelt. Zijn stemming schommelt sterk, en hij
heeft moeite met een stabiel zelfbeeld.
Vraag: Welke persoonlijkheidsstoornis komt mogelijk overeen met Toms gedrag? Welke
diagnostische criteria ondersteunen deze diagnose?
5. Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen
Karen besteedt uren per dag aan het controleren of de deuren op slot zitten en of de oven uit
is. Als ze dit niet doet, ervaart ze intense angst en spanning.
Vraag: Van welke stoornis is dit een typisch voorbeeld? Beschrijf de rol van obsessies en
compulsies in deze aandoening.
6. Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
Johan was betrokken bij een ernstig verkeersongeval. Sindsdien heeft hij nachtmerries,
vermijdt hij het rijden in auto’s en voelt hij zich constant gespannen.