Tribologie 1 Je weet wat het vakgebied Tribologie inhoudt. § 11.1 Mensen die zich in de studie hebben verdiept van wrijving en slijtage
2 Je kent de voor- en nadelen van wrijving. § 11.2 Voordelen:
- wrijving heeft een belangrijke rol in het vormgeven proces
- er zijn ook lasprocessen die exploiteren wrijving hitte om samen te
voegen zonder de componenten te smelten.
Nadelen:
- het kost veel
- het verliest energie
- versleten oppervlakte
- niet gewilde warmte
Wrijving 3 Je kent de definitie van μ. § 11.2 opg. μ = wrijving
11.1
4 Je kent de oorzaak van het verschil tussen § 11.2 Oorzaak van het verschil tussen statische en dynamische wrijving is:
statische en dynamische wrijving en kunt beide
berekenen.
Berekening: f = μk x Fn
μs= is groter dan μk
5 Je kunt uitleggen waarom de μ = wrijvingscoëfficiënt
wrijvingscoëfficiënt onafhankelijk is van het ka= Archard wear
nominale oppervlak An. pv= limiet druk snelheid
Dit komt omdat het oppervlakte bij een verschuiving niet van belang is
6 Je weet dat harde materialen slijtvaster zijn. fig.
11.3
,Soorten 7 Je kent de begrippen adhesieve en abrasieve § 11.4 Adhesieve slijtage: (bijna het zelfde materiaal of hetzelfde)
slijtage slijtage en je kunt dit verklaren adhv processen Zoals koper en aluminium
op microscopische niveau.
Abrasieve slijtage:
Zoals staal op plastic
8 Je kent de definitie van de Archard wear § 11.2 Volume van het verwijderde oppervlakte (m^3)
constant ka. W= Afstand slide(m) [m^2]
ꭥ= W/An
ꭥ= ka Fn/An=ka x P
, 9 Je kunt slijtageberekeningen uitvoeren. vb.
11.3
Smering 10 Je weet waarom smering wordt toegepast. § 11.5 Smering(Lubricated) wordt toegepast om de wrijving
en slijtage te verminderen.
Droge sliding: met wrijvingscoëfficiënt μ ligt tussen
0.2-0.5
De range met smering ligt dan tussen 0.001-0.01.
Fn= Ar x H
Ar = Fn/3Ꝺy
11 Je weet wat grenslaagsmering is, wanneer deze § 11.5 Grenslaagsmering:
faalt en hoe dat kan worden opgelost. Waar het roder is in de tekening is in de tekening
staat er meer druk op. door het laagje olie raken
de oppervlakken elkaar nooit.
Het faalt wanneer:
Het kan opgelost worden door:
12 Je weet wat hydrodynamische smering is, § 11.5 Hydrodynamische smering:
wanneer deze faalt en hoe dat kan worden Waar het roder is in de tekening is in de tekening
opgelost. staat er meer druk op. door het laagje olie raken de
oppervlakken elkaar nooit.
Gaat het sliding oppervlakte apart slepen tussen de
lagen stijgt de druk. het mechanisme slide als dit
zou stoppen zou de vloeistof eruit geperst worden. slimme smeringen
komen dan en die binden aan het oppervlakte. en dan wordt er een klein
laagje aan gebracht en dat scheid de oppervlaktes.
2 Je kent de voor- en nadelen van wrijving. § 11.2 Voordelen:
- wrijving heeft een belangrijke rol in het vormgeven proces
- er zijn ook lasprocessen die exploiteren wrijving hitte om samen te
voegen zonder de componenten te smelten.
Nadelen:
- het kost veel
- het verliest energie
- versleten oppervlakte
- niet gewilde warmte
Wrijving 3 Je kent de definitie van μ. § 11.2 opg. μ = wrijving
11.1
4 Je kent de oorzaak van het verschil tussen § 11.2 Oorzaak van het verschil tussen statische en dynamische wrijving is:
statische en dynamische wrijving en kunt beide
berekenen.
Berekening: f = μk x Fn
μs= is groter dan μk
5 Je kunt uitleggen waarom de μ = wrijvingscoëfficiënt
wrijvingscoëfficiënt onafhankelijk is van het ka= Archard wear
nominale oppervlak An. pv= limiet druk snelheid
Dit komt omdat het oppervlakte bij een verschuiving niet van belang is
6 Je weet dat harde materialen slijtvaster zijn. fig.
11.3
,Soorten 7 Je kent de begrippen adhesieve en abrasieve § 11.4 Adhesieve slijtage: (bijna het zelfde materiaal of hetzelfde)
slijtage slijtage en je kunt dit verklaren adhv processen Zoals koper en aluminium
op microscopische niveau.
Abrasieve slijtage:
Zoals staal op plastic
8 Je kent de definitie van de Archard wear § 11.2 Volume van het verwijderde oppervlakte (m^3)
constant ka. W= Afstand slide(m) [m^2]
ꭥ= W/An
ꭥ= ka Fn/An=ka x P
, 9 Je kunt slijtageberekeningen uitvoeren. vb.
11.3
Smering 10 Je weet waarom smering wordt toegepast. § 11.5 Smering(Lubricated) wordt toegepast om de wrijving
en slijtage te verminderen.
Droge sliding: met wrijvingscoëfficiënt μ ligt tussen
0.2-0.5
De range met smering ligt dan tussen 0.001-0.01.
Fn= Ar x H
Ar = Fn/3Ꝺy
11 Je weet wat grenslaagsmering is, wanneer deze § 11.5 Grenslaagsmering:
faalt en hoe dat kan worden opgelost. Waar het roder is in de tekening is in de tekening
staat er meer druk op. door het laagje olie raken
de oppervlakken elkaar nooit.
Het faalt wanneer:
Het kan opgelost worden door:
12 Je weet wat hydrodynamische smering is, § 11.5 Hydrodynamische smering:
wanneer deze faalt en hoe dat kan worden Waar het roder is in de tekening is in de tekening
opgelost. staat er meer druk op. door het laagje olie raken de
oppervlakken elkaar nooit.
Gaat het sliding oppervlakte apart slepen tussen de
lagen stijgt de druk. het mechanisme slide als dit
zou stoppen zou de vloeistof eruit geperst worden. slimme smeringen
komen dan en die binden aan het oppervlakte. en dan wordt er een klein
laagje aan gebracht en dat scheid de oppervlaktes.