Week 3.1
Bestuursrecht
Bestuursrecht gaat over de relatie tussen;
Bestuursorgaan -> burger
Bestuursorgaan -> rechtspersoon
Bestuursorgaan -> bestuursorganen
Bestuursrecht is dus publiekrecht. De overheid kan ook privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten.
Het bestuursrecht regelt;
Organisatie
Bevoegdheden
Normering
Handhaving
Rechtsbescherming
Nederland is een democratische rechtsstaat: de overheid moet
fundamentele rechten en vrijheden dulden. De overheid moet zich inzetten
voor rechten en vrijheden van burgers. Om dat te bereiken moet de
overheid zich aan 4 fundamentele eisen houden:
Wetmatigheid van bestuur: ingrijpen in leven burger moet berusten
op de wet.
Controle door een onafhankelijke rechter.
Evenwicht tussen wetgevende macht, uitvoerende macht en
rechtssprekende macht (trias politica).
Eerbieding van de grondrechten.
Deze eisen hebben ook betrekking op het staatsrecht.
Voor de eerste eis spelen het legaliteitsbeginsel en het
specialiteitsbeginsel een grote rol.
Legaliteitsbeginsel: het optreden van de overheid moet worden herleid uit
de Grondwet of een wet in formele zin.
Wet in formele zin: is een wet die tot stand is gekomen door de
Regering en de Staten-Generaal.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag alleen haar bevoegdheden
gebruiken voor het specifieke doel waarvoor ze zijn gegeven.
De algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat materiële als formeel recht.
Materieel = inhoudelijk
Formeel = procedurebepalingen
In bijzondere wetten vind je ook het bestuursrecht terug. Denk aan de
Wabo, participatiewet en de vreemdelingenwet.
,De bijzondere regels gaan altijd voor de algemene regels.
De bepalingen in de Awb hebben een verschillend karakter:
Dwingend recht: afwijking in lagere wet is niet toegestaan, maar
afwijking kan wel door middel van een wet in formele zin.
Regelend recht: de Awb geeft de hoofdregel maar is een afwijking
nadrukkelijk toegestaan. Gangbaar.
Aanvullend recht: de bepaling bestaat uit regels die alleen gelden als
partijen zelf niets anders hebben afgesproken.
Facultatief recht: een regel geldt alleen als iemand ervoor kiest om
deze te passen. Het is niet verplicht maar optioneel.
Het begrip ‘besluit’ staat centraal in het bestuursrecht. De hoofdregels is:
geen besluit in de zin van de Awb = geen bestuursrechtelijke
rechtsbescherming. Artikel 1: 3 Awb.
De voorwaarden van een besluit zijn:
Beslissing
Schriftelijk
Bestuursorgaan
Publiekrechtelijk
Rechtsbescherming
Week 3.2
Bestuursorganen en belanghebbenden
Nederland wordt bestuurd door openbare lichamen, dit is op centraal en
decentraal niveau.
Openbare lichamen:
Bestuurlijke eenheden die bij de wet zijn ingesteld en een publieke taak
hebben. Denk hierbij aan; De Staat (Nederland), Provincies, Gemeenten en
Waterschappen. Alle Openbare Lichamen zijn publiekrechtelijke
rechtspersonen. Alle Openbare Lichamen zijn Publiekrechtelijke
rechtspersonen.
Rechtspersonen:
Juridische entiteiten die zelfstandig rechten en plichten hebben.
- Publiekrechtelijke rechtspersonen; rechtspersonen die door de
Overheid zijn ingesteld en een publieke raak hebben. Alle
Openbare Lichamen zijn Publiekrechtelijke rechtspersonen.
- Privaatrechtelijke rechtspersonen; rechtspersonen die burgers of
bedrijven zelf kunnen oprichten. Denk aan BV, NV, Stichtingen,
Verenigingen.
Bestuursorganen:
Instanties of personen die bevoegdheden hebben om bestuurlijke
beslissingen te nemen. Deze bestuursorganen kun je onderverdelen in;
, - A-organen: een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is
ingesteld. Denk aan de Burgermeester, college B&W,
Gemeenteraad en een opsporingsambtenaar. Rechtspersonen die
zelfstandig functioneren en er een wettelijke grondslag bestaat.
A-organen zijn altijd bestuursorganen, zij worden ook wel de
klassieke bestuursorganen genoemd. Artikel 1:1 lid 1 Awb.
- B-organen: rest-orgaan. Geen sprake van een A-orgaan dan is het
een B-orgaan. Hebben soms een bepaalde overheidstaak.
Wanneer zij een publiekrechtelijk rechtshandeling uitoefenen
maar over het algemeen dus privaatrechtelijk zijn. B-organen zijn
geen overheidsorgaan, voor sommige bevoegdheden zijn zij een
bestuursorgaan. Artikel 1:1 lid 2 Awb.
Zelfstandige BestuursOrganen: ZBO’s. Artikel 1 Kaderwet.
Bevoegdheidsverkrijging
Hiervoor is het legaliteitsbeginsel van belang. Legaliteitsbeginsel betekend
dat de overheid alleen iets mag doen als dat is gebaseerd op de wet.
- Attributie: Toekenning van bevoegdheid rechtstreeks door de
wetgever. Artikel 10:22 Awb. Het creëren van een nieuwe
bevoegdheid. Een bevoegdheid komt rechtstreeks uit de wet bij
een bepaald bestuursorgaan terecht. Het bestuursorgaan is
verantwoordelijk voor het besluit.
- Delegatie: overDracht van een bevoegdheid die een
bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan geeft. Artikel
10:13 Awb. Het (nieuwe) bestuursorgaan is verantwoordelijk voor
het gemaakte besluit.
- Mandaat: NAMens een ander besluiten nemen. Artikel 10:1 Awb.
De verantwoordelijkheid ligt nog wel bij de overdrager.
Belanghebbende:
Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken. Artikel 1:2 lid 1 Awb. De OPERA-criteria schetst de voorwaarden
van een belanghebbende:
Objectief belang: het moet te meten zijn. Denk aan geluid of uitzicht.
Persoonlijk belang: geadresseerde, 3e belanghebbende of concurrent.
Eigen belang: opkomen voor je eigen belang en niet voor iemand anders,
tenzij gemachtigd.
Rechtstreeks: er moet een direct verband zijn tussen het besluit en het
effect op de persoon.
Actueel: het belang moet nu spelen, niet pas in de toekomst.
Bestuursrecht
Bestuursrecht gaat over de relatie tussen;
Bestuursorgaan -> burger
Bestuursorgaan -> rechtspersoon
Bestuursorgaan -> bestuursorganen
Bestuursrecht is dus publiekrecht. De overheid kan ook privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten.
Het bestuursrecht regelt;
Organisatie
Bevoegdheden
Normering
Handhaving
Rechtsbescherming
Nederland is een democratische rechtsstaat: de overheid moet
fundamentele rechten en vrijheden dulden. De overheid moet zich inzetten
voor rechten en vrijheden van burgers. Om dat te bereiken moet de
overheid zich aan 4 fundamentele eisen houden:
Wetmatigheid van bestuur: ingrijpen in leven burger moet berusten
op de wet.
Controle door een onafhankelijke rechter.
Evenwicht tussen wetgevende macht, uitvoerende macht en
rechtssprekende macht (trias politica).
Eerbieding van de grondrechten.
Deze eisen hebben ook betrekking op het staatsrecht.
Voor de eerste eis spelen het legaliteitsbeginsel en het
specialiteitsbeginsel een grote rol.
Legaliteitsbeginsel: het optreden van de overheid moet worden herleid uit
de Grondwet of een wet in formele zin.
Wet in formele zin: is een wet die tot stand is gekomen door de
Regering en de Staten-Generaal.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag alleen haar bevoegdheden
gebruiken voor het specifieke doel waarvoor ze zijn gegeven.
De algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat materiële als formeel recht.
Materieel = inhoudelijk
Formeel = procedurebepalingen
In bijzondere wetten vind je ook het bestuursrecht terug. Denk aan de
Wabo, participatiewet en de vreemdelingenwet.
,De bijzondere regels gaan altijd voor de algemene regels.
De bepalingen in de Awb hebben een verschillend karakter:
Dwingend recht: afwijking in lagere wet is niet toegestaan, maar
afwijking kan wel door middel van een wet in formele zin.
Regelend recht: de Awb geeft de hoofdregel maar is een afwijking
nadrukkelijk toegestaan. Gangbaar.
Aanvullend recht: de bepaling bestaat uit regels die alleen gelden als
partijen zelf niets anders hebben afgesproken.
Facultatief recht: een regel geldt alleen als iemand ervoor kiest om
deze te passen. Het is niet verplicht maar optioneel.
Het begrip ‘besluit’ staat centraal in het bestuursrecht. De hoofdregels is:
geen besluit in de zin van de Awb = geen bestuursrechtelijke
rechtsbescherming. Artikel 1: 3 Awb.
De voorwaarden van een besluit zijn:
Beslissing
Schriftelijk
Bestuursorgaan
Publiekrechtelijk
Rechtsbescherming
Week 3.2
Bestuursorganen en belanghebbenden
Nederland wordt bestuurd door openbare lichamen, dit is op centraal en
decentraal niveau.
Openbare lichamen:
Bestuurlijke eenheden die bij de wet zijn ingesteld en een publieke taak
hebben. Denk hierbij aan; De Staat (Nederland), Provincies, Gemeenten en
Waterschappen. Alle Openbare Lichamen zijn publiekrechtelijke
rechtspersonen. Alle Openbare Lichamen zijn Publiekrechtelijke
rechtspersonen.
Rechtspersonen:
Juridische entiteiten die zelfstandig rechten en plichten hebben.
- Publiekrechtelijke rechtspersonen; rechtspersonen die door de
Overheid zijn ingesteld en een publieke raak hebben. Alle
Openbare Lichamen zijn Publiekrechtelijke rechtspersonen.
- Privaatrechtelijke rechtspersonen; rechtspersonen die burgers of
bedrijven zelf kunnen oprichten. Denk aan BV, NV, Stichtingen,
Verenigingen.
Bestuursorganen:
Instanties of personen die bevoegdheden hebben om bestuurlijke
beslissingen te nemen. Deze bestuursorganen kun je onderverdelen in;
, - A-organen: een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is
ingesteld. Denk aan de Burgermeester, college B&W,
Gemeenteraad en een opsporingsambtenaar. Rechtspersonen die
zelfstandig functioneren en er een wettelijke grondslag bestaat.
A-organen zijn altijd bestuursorganen, zij worden ook wel de
klassieke bestuursorganen genoemd. Artikel 1:1 lid 1 Awb.
- B-organen: rest-orgaan. Geen sprake van een A-orgaan dan is het
een B-orgaan. Hebben soms een bepaalde overheidstaak.
Wanneer zij een publiekrechtelijk rechtshandeling uitoefenen
maar over het algemeen dus privaatrechtelijk zijn. B-organen zijn
geen overheidsorgaan, voor sommige bevoegdheden zijn zij een
bestuursorgaan. Artikel 1:1 lid 2 Awb.
Zelfstandige BestuursOrganen: ZBO’s. Artikel 1 Kaderwet.
Bevoegdheidsverkrijging
Hiervoor is het legaliteitsbeginsel van belang. Legaliteitsbeginsel betekend
dat de overheid alleen iets mag doen als dat is gebaseerd op de wet.
- Attributie: Toekenning van bevoegdheid rechtstreeks door de
wetgever. Artikel 10:22 Awb. Het creëren van een nieuwe
bevoegdheid. Een bevoegdheid komt rechtstreeks uit de wet bij
een bepaald bestuursorgaan terecht. Het bestuursorgaan is
verantwoordelijk voor het besluit.
- Delegatie: overDracht van een bevoegdheid die een
bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan geeft. Artikel
10:13 Awb. Het (nieuwe) bestuursorgaan is verantwoordelijk voor
het gemaakte besluit.
- Mandaat: NAMens een ander besluiten nemen. Artikel 10:1 Awb.
De verantwoordelijkheid ligt nog wel bij de overdrager.
Belanghebbende:
Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken. Artikel 1:2 lid 1 Awb. De OPERA-criteria schetst de voorwaarden
van een belanghebbende:
Objectief belang: het moet te meten zijn. Denk aan geluid of uitzicht.
Persoonlijk belang: geadresseerde, 3e belanghebbende of concurrent.
Eigen belang: opkomen voor je eigen belang en niet voor iemand anders,
tenzij gemachtigd.
Rechtstreeks: er moet een direct verband zijn tussen het besluit en het
effect op de persoon.
Actueel: het belang moet nu spelen, niet pas in de toekomst.