fysiologie van
digestiestelsel
dieren
Dierenartsassistent paraveterinair
Lonneke Feijen
3-4-2025
,Inhoudsopgave
Anatomie en de fysiologie van digestiestelsel........................................................................................2
Dunne darm........................................................................................................................................3
1
, Anatomie en de fysiologie van digestiestelsel
- Functie: voedsel verteren. Voedingsstoffen en vocht van darm naar bloed. Niet verteerbare/niet
opgenomen onderdelen worden uitgescheiden.
Mondholte (cavum oris)
- Harde gehemelte: bot, scheiding mondholte en neusholte
- Zachte gehemelte: achterzijde, geen bot, terugglijden voedsel tegengaan door plooien (rooster) op
gehemelte en papillen op tong
- Slijmvlies (roze of gepigmenteerd). Eerste barrière tegen schadelijke micro-organismen
Tong:
- Sterke spierbundels, aan de achterkant versterkt met botjes
- Lange, dunne papillen: verhoornd, helpen voedsel heen en weer bewegen en naar de keel duwen
- Platte, kleinere papillen: de zintuigcellen voor smaak
Speekselklieren:
- Voedsel glad en vochtig maken (makkelijk slikken), enzymen beginnen de afbraak van zetmeel
(hond/kat niet)
- Oorspeekselklier: glandula parotis
- Onderkaakspeekselklier: glandula mandibularis
- Ondertongspeekselklier: glandula sublingualis
Gebit:
- Herbivoor: plooikiezen
- Carnivoor: knipkiezen
- Omnivoor: knobbelkiezen
- I: incisivi: snijtanden
- C: canini: hoektanden
- P: premolaren: valse kiezen
- M: molaren: ware kiezen
Keelholte (farynx)
- Hier mondt de buis van Eustachius uit
- Functie: drukgevoelige cellen -> worden geprikkeld -> geven sein naar hersen -> slikreflex.
- Bij slikken duwt de tong het voedsel naar achter. Het zachte gehemelte wordt naar boven gedrukt en
de neus wordt afgesloten. De epiglottis buigt over de luchtpijp. Voedsel glijdt over de larynx naar de
slokdarm.
- Zorgt dat voedsel en vocht naar de slokdarm gaan
- Zorgt dat lucht naar de luchtpijp gaat
- 2 delen die elkaar kruisen: orofarynx gaat over in de slokdarm, nasofarynx grenst aan de larynx
Slokdarm (oesophagus)
- Zit achter de luchtpijp
- De binnenkant is bekleed met laag slijmvlies, hieronder 2 spierlagen:
- Binnenste spierlaag: kringspieren (circulaire spieren)
- Buitenste spierlaag: lengtespieren (longitudinale spieren)
- Peristaltische beweging: het voedsel richting de maag duwen
2