Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

208 Oefenvragen Klinische Psychologie 1a (multiple choice)

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
27
Geüpload op
06-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Document met daarin de oefenvragen vanuit de oefententamens, de multiple choice vragen uit de Brightspace-stof, vragen vanuit de Noordhoff-leeromgeving en een aantal (gecontroleerde) aanvullingen, gemaakt door AI. Ik had zelf behoefte aan een document waaruit ik steeds wat vragen kan selecteren in plaats van hap snap toetsen in de diverse omgevingen. Ik hoop dat jij er ook iets aan hebt.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Oefenvragen Klinische Psychologie 1a

Hoofdstuk 1
1. Seligman et al. (2001) beschreven zeven factoren om te bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch kan worden beschouwd. Een C
van die factoren is ‘irrationeel en onbegrijpelijk gedrag’.
Welke van onderstaande personen beantwoord daaraan?

A. iemand die iedere dag precies hetzelfde rondje wandelt met de hond
B. iemand die geen dierlijke producten eet vanwege ethische overwegingen
C. iemand met ondergewicht die op een streng dieet gaat uit angst om dik te worden
D. iemand die de gehele keuken schoonmaakt nadat er door iemand anders gekookt is

2. Aanhangers van het medische model van psychische stoornissen zijn van mening dat… A

A. de oorzaken van psychische stoornissen moeten worden gezocht in onderliggende somatogene mechanismen.
B. de term 'geestesziekte' alleen mag worden gebruikt als het gepaard gaat met psychologisch lijden van het individu of de
omgeving.
C. psychische stoornissen alleen effectief kunnen worden behandeld met een medicamenteuze behandeling.
D. psychische stoornissen alleen worden veroorzaakt door biochemische defecten.

3. Als antwoord op de vraag naar de grens tussen 'normaal' en 'abnormaal' gedrag zijn verschillende modellen ontwikkeld, waaronder het B
statistische model.
Een bezwaar van het statistische model is dat het…

A. alleen toepasbaar is bij zeer uitzonderlijke vormen van psychopathologie, zoals de genderdysforie.
B. geen onderscheid maakt tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel lijden en afwijkingen
waarvoor dat niet geldt.
C. uitsluitend negatief extreme scores op de schalen van een psychologische test als 'abnormaal' kwalificeert.
D. gebaseerd is op een categoriale benadering van psychopathologie, waarbij een strakke grens wordt getrokken tussen
normaal en abnormaal.

4. Volgens aanhangers van het leer- of onderwijsmodel is het belangrijkste criterium voor de bepaling van de grens tussen ziekte en D
gezondheid of…

A. iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur worden overschreden.
B. er sprake is van een aantoonbaar neurologisch defect met psychologische gevolgen.
C. een afwijking gepaard gaat met psychologisch lijden van het individu of zijn/haar omgeving.
D. Iemand nog zelf de verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn doen en laten.

5. Welke van de volgende activiteiten behoort niet tot het terrein van de klinische psychologie? B

A. het behandelen van hoogbegaafde jongeren die problemen hebben in de omgang met leeftijdgenoten
B. het voorschrijven van medicijnen aan psychotische patiënten
C. het uitvoeren van onderzoek naar gedrag van mensen in relatie tot hun ervaren mentale gezondheid
D. het ontwikkelen van interventies die zijn gericht op verbetering van het persoonlijke en maatschappelijke functioneren
van mensen met ADHD

6. Welke van de onderstaande ‘regels’ is een voorbeeld van een ‘restregel’ (Scheff, 1966)? D

A. Je mag niet andermans huis binnendringen en aldaar spullen stelen.
B. Je mag een hulpverlener niet te lijf gaan als je vindt dat deze niet snel genoeg actie onderneemt.
C. Je moet iemand die ernstig gewond op straat ligt helpen; je mag niet doorlopen zonder hulp te bieden.
D. Als je met een onbekende praat, moet je niet heel dicht bij die persoon gaan staan.

7. Op basis van het statistisch model zijn uitspraken mogelijk over het onderscheid tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’ gedrag. C
Een bezwaar van het statistisch model is echter dat het…

A. uitsluitend extreem hoge scores als ‘abnormaal’ kwalificeert.
B. gebaseerd is op een categoriale benadering van psychopathologie.
C. niet specificeert hoe ongewoon het gedrag moet zijn om het ‘abnormaal’ te kunnen noemen.
D. alleen toepasbaar is bij persoonlijke eigenschappen en psychische stoornissen die zeldzaam zijn in een bepaalde
populatie.

,8. Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen over het medisch of ziektemodel. A
Stelling I
Aanhangers van het medisch model zijn van mening dat de oorzaak van psychische stoornissen uitsluitend ligt bij lichamelijke
afwijkingen (zoals een neurologisch defect).
Stelling II
Volgens aanhangers van het medisch model zijn psychische stoornissen het beste te verhelpen door de onderliggende mechanismen
met therapie te bestrijden.

A. Stelling I en II zijn beide juist.
B. Alleen stelling I is juist.
C. Alleen stelling II is juist.
D. Stelling I en II zijn beide onjuist.

9. Szasz bekritiseerde vanuit de antipsychiatrie het medisch model. Welk criterium moet naar zijn mening worden gebruikt bij het bepalen A
van de grens tussen geestelijke gezondheid en geestesziekte?

A. de aanwezigheid van aantoonbare neurologische, fysiologische of biochemische afwijkingen
B. de aanwezigheid van afwijkingen van psychosociale en ethische normen
C. de mate waarin het gedrag disfunctioneel is en het persoonlijk en maatschappelijk functioneren belemmert
D. de mate waarin het gedrag persoonlijk lijden veroorzaakt

10. Aanhangers van het leer- of onderwijsmodel noemen een aantal argumenten waarom zij dit model prefereren boven het medisch C
model.
Welk argument wordt door hen daarbij niet aangevoerd?

A. De kans op stigmatisering is geringer bij het leer- of onderwijsmodel.
B. Het model beschrijft beter wat er feitelijk gebeurt bij psychologische hulpverlening.
C. Het model levert een duidelijker grens op tussen geestelijke ‘gezondheid’ en ‘ziekte’.
D. Het model doet meer recht aan de persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen met psychische problemen.

11. Welke term gebruiken aanhangers van het leer- of onderwijsmodel om de problematiek aan te duiden van mensen waarbij nog sprake is A
van eigen verantwoordelijkheid?

A. levensproblemen
B. neurotische stoornissen
C. mentale problemen
D. psychogene problemen

12. Een man heeft last van ernstige depressies met psychotische symptomen: hij voelt zich erg somber, hoort en ziet dingen die er niet zijn, D
en is daar erg van in de war. Er is geen aantoonbare somatische oorzaak voor zijn problemen. Vanuit welk model zal dit als een stoornis
beschouwd worden?

A. vanuit het statistisch model
B. vanuit het statistisch model en het medisch model
C. vanuit het medisch model en het leer- of onderwijsmodel
D. vanuit het statistisch model en het leer- of onderwijsmodel

13. Welke discipline binnen de psychologie richt zich op afwijkend, slecht aangepast en 'abnormaal' menselijk gedrag? C

A. Sociale psychologie
B. Ontwikkelingspsychologie
C. Klinische psychologie
D. Arbeids- en organisatiepsychologie

14. Wat is een belangrijk criterium om gedrag als 'abnormaal' te beschouwen binnen de klinische psychologie? A

A. Het gedrag is statistisch zeldzaam
B. Het gedrag is sociaal wenselijk
C. Het gedrag leidt tot persoonlijke groei
D. Het gedrag wordt als positief ervaren door de omgeving

15. Tot welke categorie behoort de klinische psychologie volgens de indeling van Duijker (1959)? B

A. Basisdisciplines
B. Toepassingsgerichte disciplines
C. Exacte wetenschappen
D. Sociale wetenschappen

, 16. Welke uitspraak over klinische psychologie is onjuist? B

A. Het vakgebied houdt zich vooral bezig met gedrag dat afwijkt van een bepaalde norm.
B. In de Angelsaksische literatuur wordt 'clinical psychology' ook wel 'personality psychology' genoemd.
C. Enorme prestaties op intellectueel gebied behoren niet tot het terrein van de klinische psychologie.
D. Van alle subdisciplines binnen de psychologie is de klinische psychologie waarschijnlijk de meest bekende.

17. Waarom is kennis van de normale psychologische functies zoals waarnemen, denken en geheugen of van sociale psychologie en B
persoonlijkheidspsychologie nodig om op een goede manier kennis te kunnen nemen van klinische psychologie?

A. Sociale psychologie, persoonlijkheidspsychologie en waarneming zijn basisvakken psychologie. Klinische psychologie is
een specialisatie. Basiskennis is nodig voordat je je kunt specialiseren.
B. Om afwijkingen van de norm te kunnen vaststellen en begrijpen.
C. Om de stoornissen in de sociale interactie te kunnen onderscheiden van persoonlijkheidsstoornissen of
waarnemingsstoornissen.

18. Seligman, Walker en Rosenhan onderscheiden zeven factoren die bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch kan worden D
beschouwd. Welke hoort hier niet bij?

A. (dis)functionaliteit van het gedrag
B. irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
C. persoonlijk lijden
D. opname in psychiatrisch ziekenhuis

19. Chantal vindt haar schoonzoon een slechte man voor haar dochter. Hij sport iedere dag maar loopt ook daadwerkelijk altijd in een A
trainingsbroek en neemt niet de moeite zich normaal te kleden, zelfs niet op een verjaardag. Daarbij roddelt hij in gezelschap altijd over
andere personen die hij kent. Onbegrijpelijk dat die vent zo veel vrienden heeft! Chantal hoopt dat haar dochter gauw tot zelfinzicht
komt wat betreft haar slechte keuze voor deze slechte en smaakloze man.
Welke van de zeven factoren van Seligman is van toepassing op hoe Chantal naar haar schoonzoon kijkt?

A. het overtreden van morele normen
B. onvoorspelbaarheid en controleverlies
C. disfunctionaliteit van het gedrag
D. irrationeel en onbegrijpelijk gedrag

20. Om te voorkomen dat de definitie van mentale stoornissen een instrument zou worden voor sociale repressie zijn uitsluitende B
omstandigheden geformuleerd.
Welke hoort daar niet bij?

A. te verwachten en cultureel aanvaarde reacties
B. aangeboren gedrag (gedrag van nature)
C. langdurig deviant gedrag dat voortvloeit uit politieke, religieuze of seksuele minderheid
D. afwijkend gedrag dat voortkomt uit een persoonlijk conflict tussen individu en maatschappij

21. Er zijn verschillende modellen die uitspraken mogelijk maken over het onderscheid tussen normaal en abnormaal gedrag. C
Welk model hoort daar niet bij?

A. statistisch model
B. leer- of onderwijsmodel
C. nature-nurturemodel
D. medisch of ziektemodel

22. Er zijn verschillende modellen die uitspraken mogelijk maken over het onderscheid tussen normaal en abnormaal gedrag. Er zijn enkele A
bezwaren tegen het statistische model.
Welke hoort hier niet bij?

A. Het is een te wiskundige benadering voor het analyseren van een sociale materie.
B. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel lijden en
afwijkingen waarvoor dit niet geldt.
C. Het specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal te kunnen noemen.
D. Het is de vraag waar de grens tussen normaal en abnormaal precies ligt.

Documentinformatie

Geüpload op
6 april 2025
Aantal pagina's
27
Geschreven in
2024/2025
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
maaikeblij

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
maaikeblij Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
9
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
4 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen