2 delen:
1. Centrale zenuwstelsel (CZS)
Hersenen en ruggenmerg, ontvangt info en coördineert lichaamsfuncties.
2. Perifere zenuwstelsel (PZS)
Zenuwen en zenuwcellen buiten CZS, 12 hersenzenuwen, 31
ruggenmergzenuwen.
Motorische (efferente) zenuwen brengen prikkels uit CZS naar spieren, klieren
organen.
Sensorische (afferent) zenuwen vervoeren prikkels vanuit perifere naar CZS
13.1.2 Neuronen
Cellichaam met dendrieten (uitlopers die info naar cellichaam vervoeren), Axon
(zenuwvezel) vervoert info v cellichaam af (omgeven met myelineschede).
Interneuronen heleiden zenuwprikkels tussen neuronen.
Sensorische neuronen registreren veranderingen in omgeving en sturen signalen
naar hersenen of RM.
13.1.3 Centrale zenuwstelsel
13.2 Diagnostisch onderzoek
Anamnese en neurologisch onderzoek (test hersenfuncties, coördinatie, evenwicht,
houding, sensibiliteit en motoriek, soms cognitief functioneren en bewustzijn
gemeten).
Röntgenonderzoek, CT-scan, echografie, MRI, elektro-encefalogram (elektrische
activiteit), lumbaalpunctie (ruggenprik, liquor bekeken), myelografie (RM en
subarachnoïdale ruimte in beeld na injectie contrastmiddel), angiografie.
13.3 Hersen en ruggenmergletsel
Traumatisch hersenletsel:
= Beschadiging in de hersenen door oorzaak buiten het lichaam.
Oorzaak: valincidenten, verkeersongevallen, sport en lichamelijk geweld, ouderen en
kinderen vormen risicogroep.
Symptomen: Bij commotio cerebri(hersenschudding, licht letsel): kortdurend
bewustzijnsverlies, hoofdpijn, misselijkheid en braken, lichtschuwheid, duizeligheid,
verwardheid, concentratiestoornissen, geheugenverlies, stemmingswisselingen,
somberheid, prikkelbaarheid, slaapproblemen, vermoeidheid.
2 Vormen ernstig letsel:
1. Gesloten letsel, gevolg van stomp trauma op het hoofd → hersenen verplaatsen
plotseling
2. Open hersenletsel, gevolg van penetrerend trauma (schot/steekwond)
→ bij beide, hersenfunctiestoornissen op kort en lang termijn: bewustzijnsverlies, amnesie,
verminderde spierkracht, coördinatie stoornissen, emotionele problemen,
stemmingswisselingen, gedragsveranderingen.
Beeldvormend onderzoek, Glasgow-comaschaal (bewustzijn test, hogere score=
betere functies), MRI-scan, CT-scan → aard en locatie vaststellen.
Behandeling: bedrust, geleidelijk activiteiten oppakken (bij licht letsel), bij ernstig:
ziekenhuisopname, druk v hersenen normaliseren, beademing, intensieve
revalidatiebehandeling (fysio, logopedie, ergotherapeut)
13.3.2 Ruggenmergletsel
= Compressie, bloeduitstortingen, scheuren of oedeem
, Oorzaak: valincidenten, verkeers of sportongevallen, schiet of steekwonden, duiken
in ondiep water. Niet traumatisch: ernstige artrose, metastasen, hernia nuclei pulposi.
Symptomen: motorische, sensorische en orgaanfuncties gaan verloren.
Anamnese, neurologisch en beeldvormend onderzoek (CT, rontgen, MRI). Als
zwelling af is genomen → sensorisch en motorische functies opnieuw onderzocht.
Behandeling: herstel en verdere schade voorkomen, operatief vocht of botfragmenten
verwijderen, wervelfractuur stabiliseren.
Directe immobilisatie van wervelkolom is noodzakelijk!
Locatie ruggenmergletsel Symptomen
Cervicaal (nek, 7 halswervels) Ademhalingsproblemen, verlamming vd
ademhalingsspieren.
Verlies v controle over de blaas en
darmen
Doof gevoel, weinig kracht, verlamming
(armen), pijn, spastische bewegingen.
Thoracaal (bovenrug, 12 Verlies v controle over blaas en darmen
borstwervels) Doof gevoel, tintelingen, veranderingen in
gevoel
Pijn, weinig kracht, verlamming v borst en
rugspieren.
Lumbaal en sacraal (onderrug, 5 Verlies v controle over blaas en darmen
lendenwervels, os sacrum en os Doof gevoel, tintelingen, veranderingen in
coccyges) gevoel
Pijn, weinig kracht, verlamming van de
benen
13.4 Epilepsie
= Aandoening van centrale zenuwstelsel met aanvalsgewijze veranderingen in elektrische
activiteit van de hersenen
Epileptisch insult: bewustzijnsverlies, controleverlies over de spieren en sensorische
stoornissen. Verder symptomen: volledige motorische uitval, stuiptrekkingen,
bewustzijnsverlies.
Risicofactoren: in de familie, hersenletsel, infectieziekten (meningitis). Openbaart op
kinderleeftijd of na 60+.
Oorzaak: verandering in de elektrische activiteiten van de hersenen, verder
onbekend.
Ingedeeld naar locatie en kenmerken van de aanval: focale epilepsie (deel vd
hersenen betrokken), gegeneraliseerde epilepsie (beide hersenhelften en meerdere
gebieden betrokken).
Diagnose: Heteroanamnese, elektro-encefalografie, eeg-videomonitoring, MRI-scan.
Behandeling: Anti Epileptica kunnen aanval onderdrukken of voorkomen, vermijden
slaaptekort.
13.3 Cerebrovasculair accident (CVA)
= Beroerte, plotselinge onderbreking in de bloedtoevoer naar de hersenen door een afsluiting
(occlusie) v een slagader in de hersenen of bloeding → O2 tekort → cerebrale ischemie in
paar minuten → hersencellen sterven af.
Risicofactoren: zelfde als hart en vaatziekten (atherosclerose), leeftijd, hoge
bloeddruk, id familie, eerder CVA of TIA, atherosclerose, roken, diabetes, hoog