Samenvatting LKT Nederlands
Taalfuncties
Sociaal
- Zelfhandhaving
- Zelfsturing
- Sturing van anderen
- Structurering van het gesprek
Cognitief
- Rapporteren (eenvoudig). Verslag doen van iets wat in de
werkelijkheid voorkomt
- Redeneren (complex en analytisch). Beschrijving waarin een extra
denkstap wordt verwoord
- Projecteren (complex). Verplaatsen in de gedachten en gevoelen van
een ander
Begrijpend lezen
Leesstrategieën
- Voorspellen: maken van beschikbare info van inschatting van de
tekst
- Vragen stellen: lezer stelt zichzelf voor, tijdens en na heet lezen
vragen stellen bij de tekst
- Visualiseren: lezer vormt zich een voorstelling bij de tekst
- Verbinden: lezer legt een verband tussen tekst en eigen kennis en
ervaringen
- Samenvatten: lezer vat tekst samen
- Afleiden: lezer interpreteert impliciete informatie
Tekstsoorten
- Verhalend
- Informatief
- Directief
- Beschouwend
- Argumentatief
Relaties in teksten
- Vraag- en antwoordstructuur
- Chronologische volgorde
- Vergelijkingen (maar)
- Middel-doelrelaties (want)
- Voorwaardelijke structuren (als)
Taalfuncties
Sociaal
- Zelfhandhaving
- Zelfsturing
- Sturing van anderen
- Structurering van het gesprek
Cognitief
- Rapporteren (eenvoudig). Verslag doen van iets wat in de
werkelijkheid voorkomt
- Redeneren (complex en analytisch). Beschrijving waarin een extra
denkstap wordt verwoord
- Projecteren (complex). Verplaatsen in de gedachten en gevoelen van
een ander
Begrijpend lezen
Leesstrategieën
- Voorspellen: maken van beschikbare info van inschatting van de
tekst
- Vragen stellen: lezer stelt zichzelf voor, tijdens en na heet lezen
vragen stellen bij de tekst
- Visualiseren: lezer vormt zich een voorstelling bij de tekst
- Verbinden: lezer legt een verband tussen tekst en eigen kennis en
ervaringen
- Samenvatten: lezer vat tekst samen
- Afleiden: lezer interpreteert impliciete informatie
Tekstsoorten
- Verhalend
- Informatief
- Directief
- Beschouwend
- Argumentatief
Relaties in teksten
- Vraag- en antwoordstructuur
- Chronologische volgorde
- Vergelijkingen (maar)
- Middel-doelrelaties (want)
- Voorwaardelijke structuren (als)