Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en wetenschap
Psychologie betekent de wetenschap van gedrag en geestelijke processen. Het bevat
interne als externe processen:
- Interne processen: kunnen we alleen indirect waarnemen (voelen en denken)
- Externe processen: waarneembaar gedragingen (praten, glimlachen)
Er zijn 3 soorten psychologen:
1. Experimenteel psycholoog
Voeren onderzoeken uit en zijn voornamelijk werkzaam bij universiteiten.
2. Docenten psychologie
Geven les op verschillende beroepsopleidingen en universiteiten.
3. Toegepast psychologen
Gebruiken de kennis die door experimenteel psychologen is vergaard om
problemen van mensen op te lossen. à trainingen, testen
Psychiatrie is een medisch specialisme. Het maakt geen deel uit van de psychologie.
Psychiaters hebben een medische opleiding gevolgd en een opleiding in de behandeling
van geestelijke en gedragsmatige problemen. Psychologie is een veel breder vakgebied
dan psychiatrie.
Pseudopsychologie is de term voor niet onderbouwende psychologie aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd. à waarzeggerij, grafologie
Bekende
Perspectief Omschrijving Belangrijke focus
namen
Richt zich op de rol van biologische Hersenstructuren,
Biologisch Charles Darwin,
processen, zoals hersenactiviteit, neurotransmitters,
perspectief Roger Sperry
genen en hormonen, in gedrag. genetica.
Cognitief Focust op mentale processen zoals Denkprocessen, geheugen, Jean Piaget,
perspectief denken, geheugen, leren en perceptie. probleemoplossing. Albert Bandura
Benadrukt de rol van omgevingsstimuli B.F. Skinner,
Behavioristisch Leren door beloning en
in het beïnvloeden van gedrag, en het John Watson,
perspectief straf, conditionering.
leren door conditionering. Ivan Pavlov
Richt zich op de persoonlijke groei, Zelfontplooiing, Abraham
Humanistisch
zelfactualisatie en het belang van vrije persoonlijke groei, vrijheid Maslow, Carl
perspectief
wil en keuzes. van keuze. Rogers
Bestudeert hoe sociale en culturele
Sociaal-cultureel Groepsinvloeden, cultuur, Lev Vygotsky,
invloeden gedrag en mentale
perspectief sociale normen. Albert Bandura
processen beïnvloeden.
Focust op onbewuste verlangens,
Psychoanalytisch Onbewuste processen, Sigmund Freud,
conflicten en de invloed van vroege
perspectief vroege jeugd, verdringing. Carl Jung
ervaringen op het gedrag.
1
,De 6 belangrijkste perspectieven van de psychologie
1. Biologische perspectief (Decrates)
Wie we zijn dus onze persoonlijkheid, voorkeuren, gewoontes en talenten, komt door
hoe ons lichaam in elkaar zit. Psychologen kijken daarbij vooral naar hoe ons
zenuwstelsel, onze hormonen en onze genen ons gedrag beïnvloeden. De filosoof
Descartes had het idee dat lichaam en geest apart van elkaar werken, en dat idee ligt
aan de basis van dit biologische perspectief.
Twee variaties op het biologische perspectief
- Neurowetenschap: Dit is de wetenschap die alles onderzoekt over hoe ons
zenuwstelsel werkt – dus hoe onze hersenen en zenuwen invloed hebben op wat
we doen en voelen.
- Evolutionaire psychologie: Volgens deze kijk komt veel van ons gedrag doordat we
eigenschappen van onze voorouders hebben geërfd, die hen hielpen te overleven
en zich voort te planten.
Onze genen, die invloed hebben op hoe we ons gedragen, zijn gevormd door hoe onze
voorouders duizenden jaren geleden leefden. Bijvoorbeeld: mensen leerden rechtop
lopen toen de oerwouden verdwenen, en baby’s vinden bittere smaken vies omdat dat
vroeger vaak betekende dat iets giftig was.
Volgens de evolutionaire psychologie heeft de omgeving bepaald wie er kon overleven.
Alleen mensen met de beste lichamelijke en geestelijke eigenschappen overleefden en
gaven hun genen door. Dat wordt bedoeld met dat “de stamboom van de mens is
gesnoeid”.
Dit lijkt op natuurlijke selectie: de lichamen van dieren (of mensen) veranderden
langzaam zodat ze eigenschappen kregen die hen hielpen beter te overleven. De dieren
met de beste eigenschappen hadden een grotere kans om te overleven en kinderen te
krijgen.
Voorbeeld: Stel je een groep konijnen voor die in een gebied leven met veel sneeuw.
Sommige konijnen hebben een witte vacht, andere een bruine. De witte konijnen vallen
minder op in de sneeuw, dus roofdieren zien hen minder snel. Daardoor overleven de
witte konijnen vaker en krijgen zij meer jongen. Na een tijdje zijn er vooral nog maar witte
konijnen over in dat gebied. Dat is natuurlijke selectie: de eigenschap (witte vacht) die
helpt bij overleven, blijft bestaan.
2
, 2. Cognitief perspectief (gestaltpsychologen)
Wetenschappelijke psychologie:
Introspectie (Wundt):
Dit is een manier van onderzoek waarbij mensen vertellen wat ze voelen of ervaren als ze
iets zien, horen, ruiken, enzovoort. Ze denken dus bewust na over hun eigen gevoelens
en gedrag. Deze methode werd gebruikt om te begrijpen hoe ons bewustzijn werkt.
Elementen van het bewustzijn:
Onze gedachten en gevoelens bestaan uit verschillende onderdelen, zoals:
- wat we waarnemen (zien, horen, voelen, enz.)
- hoe we dingen herinneren (geheugen)
- waar we onze aandacht op richten
- onze emoties
- hoe we denken, leren en praten (taal)
Structuralisme:
Dit is een stroming in de psychologie die wil ontdekken waaruit ons bewustzijn precies
bestaat. Ze probeerden alle losse onderdelen van onze geest te vinden en te ordenen,
net als bij het uit elkaar halen van een machine om te begrijpen hoe het werkt.
Wilhelm Wundt:
Hij vond dat elk menselijk brein een soort vaste structuur heeft. Als we die structuur
begrijpen, kunnen we ook voorspellen hoe iemand denkt of dingen waarneemt in
verschillende situaties.
Functionalisme (William James):
In plaats van te kijken naar de opbouw van de geest (zoals Wundt), wilde James weten
waarom het bewustzijn er is en wat het doet.
Hij vond dat psychologie zich moest richten op de functie van het bewustzijn:
– Hoe helpt denken ons om te overleven?
– Hoe passen we ons aan onze omgeving?
Net als Darwin geloofde hij dat mensen zich aanpassen om beter te kunnen leven.
De functionalisten wilden psychologie ook nuttig maken voor het dagelijks leven. Ze
onderzochten hoe aangeleerde gewoonten (zoals routines) ons helpen in het dagelijks
leven.
3
, 2. Cognitief perspectief (gestaltpsychologen)
Vervolg
Modern cognitief perspectief:
Door de uitvinding van de computer gingen wetenschappers het brein zien als iets dat
informatie verwerkt, net als een computer.
Dit perspectief richt zich op mentale processen zoals:
- waarnemen
- leren
- denken
- onthouden
Dankzij nieuwe technologie (zoals hersenscans) kunnen onderzoekers nu op een
objectieve manier (zonder alleen naar gevoelens te luisteren) kijken naar hoe het brein
werkt tijdens deze processen.
3. Behavioristisch perspectief (Watson/Skinner)
De nadruk op waarneembaar gedrag
Deze stroming kijkt vooral naar gedrag en wat de gevolgen zijn van dat gedrag. Met
andere woorden: hoe iets wat je doet, wordt beïnvloed door wat er daarna gebeurt
(bijvoorbeeld een beloning of straf).
Behavioristen geloven dat je alleen zeker kunt zijn van wat je kunt zien of meten. Ze
denken dat de mens bij de geboorte een leeg blad is (tabula rasa) – je wordt dus niet
met gedrag of kennis geboren, maar leert alles door ervaringen.
Ze vinden dat psychologie zich moet richten op waarneembaar gedrag (dus niet op
gedachten of gevoelens die je niet kunt zien). Ze bestuderen wat er gebeurt als iemand
een prikkel (stimulus) uit de omgeving krijgt, en hoe die persoon daarop reageert.
Behaviorisme is de wetenschap die onderzoekt hoe gedrag ontstaat en hoe de
omgeving dat gedrag beïnvloedt.
Dankzij deze stroming weten we nu dat invloeden uit de omgeving (zoals beloningen,
stra^en of herhaling) een grote rol spelen bij leren en gedrag.
4
, 4. Perspectieven van de gehele persoon (Freud/Maslow)
Psychodynamisch, humanistisch, karaktertrekken en temperament
Perspectieven van de gehele persoon (Freud / Maslow):
Deze stromingen in de psychologie kijken niet alleen naar gedrag of denken, maar
proberen de hele persoon te begrijpen – dus ook gevoelens, motivaties, en
persoonlijkheid.
1. Psychodynamische psychologie (Sigmund Freud):
Freud dacht dat veel van wat we voelen of doen, komt uit het onbewuste – dat is het
deel van onze geest waar we ons niet bewust van zijn.
Volgens hem ontstaan onze persoonlijkheid en psychische problemen vooral uit
processen die diep vanbinnen zitten, niet uit bewuste gedachten.
Hij ontwikkelde de psychoanalyse, een manier om mensen te helpen door naar hun
onbewuste gedachten te zoeken.
→ Belangrijk idee:
Het onbewuste stuurt vaak ons gedrag, zonder dat we het doorhebben.
2. Humanistische psychologie (o.a. Maslow):
Deze stroming kijkt juist naar de positieve kanten van de mens.
Het gaat om dingen zoals:
• vrije wil (je kunt je eigen keuzes maken)
• groei en ontwikkeling
• jezelf begrijpen en jezelf kunnen zijn
Volgens deze stroming kunnen mensen hun leven beïnvloeden door bewuste keuzes te
maken. Wat je van jezelf denkt, en wat je nodig hebt (lichamelijk en emotioneel), heeft
invloed op je gedrag en gevoelens.
→ Belangrijk idee:
Mensen hebben de kracht in zich om te groeien, leren en een goed leven te leiden.
3. Psychologie van karaktertrekken en temperament:
Deze kijk op de mens gaat ervan uit dat mensen van elkaar verschillen door
hun karaktertrekken (eigenschappen) en temperament (aangeboren
persoonlijkheidskenmerken).
Voorbeelden van karaktertrekken zijn:
• Introversie (rustig, op jezelf)
• Extraversie (sociaal, energiek)
• Openheid (nieuwsgierig zijn)
• Vriendelijkheid
• Nauwgezetheid (georganiseerd zijn)
Volgens deze psychologie zijn die eigenschappen deels aangeboren (biologisch) en
blijven ze vaak stabiel over tijd en in verschillende situaties.
→ Belangrijk idee:
Onze persoonlijkheid bestaat uit vaste eigenschappen, die invloed hebben op hoe we
denken en doen.
5
, 5. Ontwikkelingsperspectief (Piaget)
Veranderingen die ontstaan door nature (erfelijkheid) en nurture (omgeving)
Dit perspectief kijkt naar hoe mensen veranderen en zich ontwikkelen tijdens hun
leven. Die veranderingen komen door twee dingen:
• Nature: je erfelijke eigenschappen (je genen)
• Nurture: de omgeving waarin je opgroeit (bijvoorbeeld je ouders, school, cultuur)
Volgens deze kijk op psychologie ontstaan veranderingen in mensen door
een combinatie van erfelijkheid én omgeving.
Nature vs. Nurture:
• Biologische psychologen vinden erfelijkheid (nature) het belangrijkst.
• Behavioristen vinden de omgeving (nurture) het belangrijkst.
De vraag is dus: wat heeft meer invloed op wie je wordt? Je genen, of je omgeving?
Doel van het ontwikkelingsperspectief:
Het doel is om te begrijpen hoe mensen op een voorspelbare manier veranderen,
terwijl hun genen en omgeving zich ontwikkelen over de tijd.
Bijvoorbeeld:
• Lichamelijke veranderingen: zoals de puberteit, groei, of de overgang
(menopauze)
• Psychologische veranderingen: zoals leren praten, leren logisch denken, of het
aannemen van nieuwe rollen (bijv. kind, tiener, ouder)
→ Belangrijk idee:
Mensen gedragen zich anders op verschillende leeftijden, en dat komt door een
combinatie van wat ze hebben meegekregen (nature) en wat ze meemaken (nurture).
6