Stress
Stress is een lichamelijke en psychische reactie op situaties die als bedreigend,
uitdagend of overweldigend worden ervaren. Die bedreiging of gevaar wordt de stressor
genoemd, Het ontstaat wanneer er een disbalans is tussen wat iemand denkt aan te
kunnen en wat er van diegene gevraagd wordt. Stress is dus niet alleen iets slechts: het
is ook een natuurlijk mechanisme dat je helpt om in actie te komen bij gevaar of druk. Er
zijn verschillende vormen van stress:
• Acute stress: kortdurend, bijvoorbeeld voor een examen.
• Chronische stress: langdurig, bijvoorbeeld door constante zorgen of werkdruk.
Langdurige stress kan leiden tot gezondheidsklachten zoals vermoeidheid,
concentratieproblemen, somberheid of lichamelijke klachten. Stress maakt hormonen
aan als cortisol en adrenaline, wat zorgt voor de ‘vecht- of vluchtreactie’.’
Eustress = functionele stress. ( helpt bij focussen, pept op)
Cognitieve dissonantie
Cognitieve dissonantie verwijst naar de innerlijke spanning die ontstaat wanneer
iemand tegenstrijdige overtuigingen, waarden of gedragingen heeft. Mensen willen
graag in balans leven – als hun gedrag niet overeenkomt met hun overtuigingen of
zelfbeeld, voelen ze zich ongemakkelijk.
Bijvoorbeeld: iemand die rookt weet dat het ongezond is. De tegenstrijdigheid tussen
"roken is slecht" en "ik rook toch" zorgt voor dissonantie. Om die spanning te
verminderen, passen mensen vaak hun gedrag of denken aan. Dit wordt
dissonantiereductie genoemd. Bijvoorbeeld: “Mijn opa rookte ook en die is 90
geworden,” of “Ik rook alleen als ik gestrest ben, dus het is nodig.”
Cognitieve dissonantiereductie
Cognitieve dissonantiereductie is het proces waarmee mensen de spanning
verminderen die ontstaat door cognitieve dissonantie – dus door tegenstrijdigheden
tussen hun gedrag, overtuigingen of waarden. Mensen kunnen dit op verschillende
manieren doen:
, • Gedrag veranderen: stoppen met iets wat niet bij hun waarden past (bijv.
stoppen met roken).
• Opvatting veranderen over jezelf: de overtuiging veranderen (“Eén sigaret per
dag is niet zo erg”).
• De manier waarop je kijkt naar jezelf of je opvattingen: een extra reden
bedenken (“Ik heb nu veel stress, dus ik heb dit nodig”).
Het doel is altijd het herstellen van innerlijke consistentie, zodat iemand zich weer
prettig voelt met zijn of haar keuzes.
Overdracht
Overdracht betekent dat een cliënt oude gevoelens, verwachtingen of ervaringen
projecteert op jou als hulpverlener, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. Dit komt
meestal voort uit eerdere belangrijke relaties, zoals met ouders of verzorgers. De cliënt
behandelt jou dan bijvoorbeeld alsof jij die persoon bent.
Bijv.: Een cliënt vertrouwt je direct en stelt zich overdreven afhankelijk op, alsof jij zijn
‘redder’ bent — mogelijk omdat hij ooit een ouder had die hem in de steek liet en hij nu
hoopt dat jij wél blijft.
Tegenoverdracht
Tegenoverdracht is het tegenovergestelde: dit is jouw eigen emotionele reactie op de
cliënt, vaak gebaseerd op jouw eigen ervaringen of blinde vlekken. Het kan een warme
of juist afwijzende reactie zijn, en die beïnvloedt hoe je met de cliënt omgaat.
Bijv.: Je merkt dat je altijd extra vriendelijk en beschermend bent tegen een jongere die
je doet denken aan je eigen broertje. Of juist dat je je ergert aan iemand die veel lijkt op
een ex-partner. Dit is tegenoverdracht.
Maatschappelijk herstel
Maatschappelijk herstel verwijst naar het proces waarbij iemand die te maken heeft
gehad met bijvoorbeeld psychische problemen, verslaving, of andere uitdagingen, weer
volledig deel gaat uitmaken van de samenleving. Het gaat niet alleen om het herstel van
de persoon zelf, maar ook om het herstellen van hun rol en functioneren in de
, maatschappij. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat iemand weer werk vindt, deelneemt
aan sociale activiteiten, en contact heeft met anderen, zoals vrienden of familie.
Functioneel herstel
Functioneel herstel verwijst naar het proces waarbij iemand terugkeert naar het
vermogen om taken en activiteiten uit te voeren die voor hen van belang zijn, nadat ze te
maken hebben gehad met bijvoorbeeld ziekte, letsel, of psychische problemen. Het
draait hierbij om het herstellen van de praktische vaardigheden en het dagelijks
functioneren, zodat iemand weer kan meedoen in hun werk, gezin, en andere sociale
rollen.
Het kan bijvoorbeeld gaan om het herstellen van motorische vaardigheden na een
ongeluk, het terugkrijgen van cognitieve functies na een hersenletsel, of het
ontwikkelen van copingmechanismen bij psychische aandoeningen zodat iemand weer
effectief kan omgaan met dagelijkse stress en verplichtingen. Functioneel herstel richt
zich dus op het "terug kunnen doen" van wat voor de persoon belangrijk is, en niet per
se op het herstel van de onderliggende oorzaak of stoornis.
Klinisch herstel
Klinisch herstel heeft betrekking op het herstel van een ziekte, aandoening of letsel op
medisch of fysiologisch niveau. Het gaat erom dat de symptomen van de aandoening
verdwijnen, de oorzaak van de ziekte behandeld of genezen is, en de persoon weer in
een gezond of stabiel lichamelijk en/of psychisch toestand verkeert. Bij klinisch herstel
wordt vaak gekeken naar medische metingen, zoals bloedwaarden, scans, of
observaties die aangeven dat de persoon geen tekenen van de ziekte meer vertoont.
Bijvoorbeeld:
• Fysiek herstel na een operatie kan betekenen dat het genezingsproces is
voltooid en de persoon geen fysieke klachten meer heeft.
• Psychisch herstel na een depressie kan betekenen dat de symptomen van de
depressie verdwenen zijn en de persoon geen last meer heeft van negatieve
stemmingen of andere symptomen die de aandoening kenmerkten.
Stress is een lichamelijke en psychische reactie op situaties die als bedreigend,
uitdagend of overweldigend worden ervaren. Die bedreiging of gevaar wordt de stressor
genoemd, Het ontstaat wanneer er een disbalans is tussen wat iemand denkt aan te
kunnen en wat er van diegene gevraagd wordt. Stress is dus niet alleen iets slechts: het
is ook een natuurlijk mechanisme dat je helpt om in actie te komen bij gevaar of druk. Er
zijn verschillende vormen van stress:
• Acute stress: kortdurend, bijvoorbeeld voor een examen.
• Chronische stress: langdurig, bijvoorbeeld door constante zorgen of werkdruk.
Langdurige stress kan leiden tot gezondheidsklachten zoals vermoeidheid,
concentratieproblemen, somberheid of lichamelijke klachten. Stress maakt hormonen
aan als cortisol en adrenaline, wat zorgt voor de ‘vecht- of vluchtreactie’.’
Eustress = functionele stress. ( helpt bij focussen, pept op)
Cognitieve dissonantie
Cognitieve dissonantie verwijst naar de innerlijke spanning die ontstaat wanneer
iemand tegenstrijdige overtuigingen, waarden of gedragingen heeft. Mensen willen
graag in balans leven – als hun gedrag niet overeenkomt met hun overtuigingen of
zelfbeeld, voelen ze zich ongemakkelijk.
Bijvoorbeeld: iemand die rookt weet dat het ongezond is. De tegenstrijdigheid tussen
"roken is slecht" en "ik rook toch" zorgt voor dissonantie. Om die spanning te
verminderen, passen mensen vaak hun gedrag of denken aan. Dit wordt
dissonantiereductie genoemd. Bijvoorbeeld: “Mijn opa rookte ook en die is 90
geworden,” of “Ik rook alleen als ik gestrest ben, dus het is nodig.”
Cognitieve dissonantiereductie
Cognitieve dissonantiereductie is het proces waarmee mensen de spanning
verminderen die ontstaat door cognitieve dissonantie – dus door tegenstrijdigheden
tussen hun gedrag, overtuigingen of waarden. Mensen kunnen dit op verschillende
manieren doen:
, • Gedrag veranderen: stoppen met iets wat niet bij hun waarden past (bijv.
stoppen met roken).
• Opvatting veranderen over jezelf: de overtuiging veranderen (“Eén sigaret per
dag is niet zo erg”).
• De manier waarop je kijkt naar jezelf of je opvattingen: een extra reden
bedenken (“Ik heb nu veel stress, dus ik heb dit nodig”).
Het doel is altijd het herstellen van innerlijke consistentie, zodat iemand zich weer
prettig voelt met zijn of haar keuzes.
Overdracht
Overdracht betekent dat een cliënt oude gevoelens, verwachtingen of ervaringen
projecteert op jou als hulpverlener, vaak zonder dat ze het zelf doorhebben. Dit komt
meestal voort uit eerdere belangrijke relaties, zoals met ouders of verzorgers. De cliënt
behandelt jou dan bijvoorbeeld alsof jij die persoon bent.
Bijv.: Een cliënt vertrouwt je direct en stelt zich overdreven afhankelijk op, alsof jij zijn
‘redder’ bent — mogelijk omdat hij ooit een ouder had die hem in de steek liet en hij nu
hoopt dat jij wél blijft.
Tegenoverdracht
Tegenoverdracht is het tegenovergestelde: dit is jouw eigen emotionele reactie op de
cliënt, vaak gebaseerd op jouw eigen ervaringen of blinde vlekken. Het kan een warme
of juist afwijzende reactie zijn, en die beïnvloedt hoe je met de cliënt omgaat.
Bijv.: Je merkt dat je altijd extra vriendelijk en beschermend bent tegen een jongere die
je doet denken aan je eigen broertje. Of juist dat je je ergert aan iemand die veel lijkt op
een ex-partner. Dit is tegenoverdracht.
Maatschappelijk herstel
Maatschappelijk herstel verwijst naar het proces waarbij iemand die te maken heeft
gehad met bijvoorbeeld psychische problemen, verslaving, of andere uitdagingen, weer
volledig deel gaat uitmaken van de samenleving. Het gaat niet alleen om het herstel van
de persoon zelf, maar ook om het herstellen van hun rol en functioneren in de
, maatschappij. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat iemand weer werk vindt, deelneemt
aan sociale activiteiten, en contact heeft met anderen, zoals vrienden of familie.
Functioneel herstel
Functioneel herstel verwijst naar het proces waarbij iemand terugkeert naar het
vermogen om taken en activiteiten uit te voeren die voor hen van belang zijn, nadat ze te
maken hebben gehad met bijvoorbeeld ziekte, letsel, of psychische problemen. Het
draait hierbij om het herstellen van de praktische vaardigheden en het dagelijks
functioneren, zodat iemand weer kan meedoen in hun werk, gezin, en andere sociale
rollen.
Het kan bijvoorbeeld gaan om het herstellen van motorische vaardigheden na een
ongeluk, het terugkrijgen van cognitieve functies na een hersenletsel, of het
ontwikkelen van copingmechanismen bij psychische aandoeningen zodat iemand weer
effectief kan omgaan met dagelijkse stress en verplichtingen. Functioneel herstel richt
zich dus op het "terug kunnen doen" van wat voor de persoon belangrijk is, en niet per
se op het herstel van de onderliggende oorzaak of stoornis.
Klinisch herstel
Klinisch herstel heeft betrekking op het herstel van een ziekte, aandoening of letsel op
medisch of fysiologisch niveau. Het gaat erom dat de symptomen van de aandoening
verdwijnen, de oorzaak van de ziekte behandeld of genezen is, en de persoon weer in
een gezond of stabiel lichamelijk en/of psychisch toestand verkeert. Bij klinisch herstel
wordt vaak gekeken naar medische metingen, zoals bloedwaarden, scans, of
observaties die aangeven dat de persoon geen tekenen van de ziekte meer vertoont.
Bijvoorbeeld:
• Fysiek herstel na een operatie kan betekenen dat het genezingsproces is
voltooid en de persoon geen fysieke klachten meer heeft.
• Psychisch herstel na een depressie kan betekenen dat de symptomen van de
depressie verdwenen zijn en de persoon geen last meer heeft van negatieve
stemmingen of andere symptomen die de aandoening kenmerkten.