WEIRD science: een opvoedingsonderzoek, gebasseerd specifieke lived experience
mensen: Cultuur is de manier van leven en denken en oriëntatie van
W → western generaties mensen in gemeenschappen die gevormd zijn door
E → educated Hierdoor niet leden van gemeenschap en waarin individuen bijdragen deze
I → industrialized generaliseerbaar naar cultuur te behouden/vormen/
R → rich andere culturen Volgens Rogof moeten onderzoekers meer contextueel
D → democratic onderzoek door te kijken naar het sociocultureel theoretisch
Bronfenbrenner: Cultuur en kind zijn twee verschillende dingen, perspectief =focus meer op ontwikkeling d.m.v. participatie
cultuur werkt als externe invloed op de ontwikkeling (macro) en dagelijkse setting van het kind en naar children’s lived
Vygotsky: Cultuur is het systeem waarin menselijke activiteiten experience = culturele natuur van menselijke ontwikkeling.
plaatsvinden en worden geïnternaliseerd. Participatie= observatie van anderen en bijdragen aan het
Weisner: Kinderen nemen culturele scripts actief op door routines, maken van beslissingen en ideeën zowel als uitvoeren.
niet passief. Wanneer dit niet gedaan wordt is er sprake van
Rogoff: Cultuur draait om deelname aan de gemeenschap. Cultuur overgeneralisatie/WEIRD en het maken van Ecological
vormt het kind en het kind vormt de cultuur. commitment= hypotheses/aannames zonder deze te testen.
Kagitcibasi’s model: opvoedingsdoelen en ouder-kindrelaties Dus uitgaan van intuïtie.
variëren tussen culturen, tussen individualistische en Risico’s:
collectivistische samenlevingen. Onvoldoende begrip van kinderen uit andere culturen door
Berns (2016) professionals.
Westerse normen als universeel beschouwen.
Gestandaardiseerde tests sluiten niet aan bij culturele diversiteit.
Spanningen tussen thuis- en schoolsituaties.
Oppervlakkige benadering van culturele diversiteit.
Beschermende factoren:
• Open communicatie met gezinnen
• Pedagogische aanpak die diversiteit waardeert.
• Onderwijs dat aansluit bij diverse kinderen.
• Ondersteuning bij navigeren tussen culturen.
• Interventies gericht op culturele deelname.
Super (1986). Developmental niche Valex-agosto (2017). Bronfenbrenner revisie
Ontwikkelingspsychologen hebben meer verticale theorieën over Bronfenbrenner: begrip cultuur problematisch, staat niet los van
ontwikkeling. Antropologische theorieën zijn meer horizontaal. individu maar is product van menselijk activiteit. Zij stellen dat cultuur
Psychologie en omgeving → omgeving is vorm van stimulans. Het kind tot het microsysteem behoord. Focust meer op homogeniteit i.p.v.
en zijn ontwikkeling staan samen met zijn context. diversiteit.
Developmental niche: theoretisch kader dat culturele regulatie in het Sociaal-culturele theorie van vygotsky: hoe cultuur als mediator werkt
microsysteem van het kind beschrijft en probeert de omgeving te in menselijke ervaringen en dit transformeert in dagelijkse activiteiten.
beschrijven vanuit het gezichtspunt van het kind om processen van Cultuur is niet apart van het individu maar het is een systeem waarin
ontwikkeling en verwerving van cultuur te begrijpen. dagelijkse activiteiten worden gerealiseerd en uiteindelijk
1. Fysieke en sociale setting van kind geïnternaliseerd.
2. Culturele gewoontes (praktijken) Ecoculturele theorie van thomas weisner: de culturele gemeenschap
3. Psychologie opvoeders (visie) biedt kinderen ontwikkelingspaden binnen een ecoculturele context.
Drie subsystemen interacteren. Deze zijn geïnternaliseerd in dagelijkse routine. Cultuur zijn routines
waaraan we deelnemen.
Er is homeostase: verandering in een Babare rogoff’s transfomation of participation perspective:
van de componenten heeft gevolgen Midden 1970 shift m.b.t. de benadrukt de inclusieve en betrokkenheid van kinderen bij productieve
voor de ander. Functie: individuele rol van omgeving in gemeenschapsactiviteiten, op deze manier leren kinderen van luisteren
ontwikkelingservaring te mediëren in ontwikkeling: en actief observeren van volwassenen die bezig zijn met activiteiten.
de grote cultuur. -laboratoriumonderzoek Socioculturele activiteiten: er is directe interactie met individu en geen
Risico’s: geeft geen antwoord op hiërarchisch proces, cultuur wordt geplaatst binnen
- Mismatch tussen subsystemen vragen gemeenschapsroutines die richtlijnen geven voor betrokkenheid bij
- Culturele praktijken die vaardigheden -ongewenste situatie met culturele participatie in dagelijkse activiteiten, cultuur doordringt alle
beperken: ongewone mensen zorgt aspecten v/h leven en speelt belangrijke rol bij ontwikkeling van mentale
- Verzorger overtuigingen die voor ongewenst gedrag. processen. Dit artikel stelt dat cultuur als gereviseerd model van
ontwikkeling beperken: -niet het kind object, maar Bronfenbrenner een spiraal door alle systemen is waarin het draait en
- Gebrek aan middelen en steun kind in context veranderd. Cultuur kan niet in een bepaalde context geplaats worden.
Beschermende factoren: Beschermende factoren: Consistente culturele praktijken bieden
- Harmonie tussen subsystemen stabiliteit, culturele continuïteit tussen contexten versterkt
- Flexibiliteit van de niche: verbondenheid, actieve participatie in culturele activiteiten bevordert
- Steunende sociale netwerken vaardigheden en kennis, ondersteunende relaties gebaseerd op
- Opvoeding die vaardigheden bevordert: gedeelde culturele waarden.
Risicofactoren: Mismatch tussen microsystemen, niet-erkende
culturele praktijken, beperkte toegang tot culturele middelen, sociale
uitsluiting van culturele participatie beperkt kansen
, Hoorcollege 2: diversity in society (Slot) Bornstein (2020). Mothers’ parenting knowledge and its
Acculturatie: groep individuen neemt culturele, sociale kenmerken sources in five societies.
over van een andere groep. Proces van verandering om tussen twee Dit onderzoek analyseert de ouderschapskennis van moeders
of meer culturen te leven. in Argentinië, België, Italië, Zuid-Korea en de VS en de
Verhuizing van dorp naar een nieuwe stad factoren die hiermee samenhangen.
Integratie: behouden van bepaalde aspecten van oorspronkelijke Belang van ouderschapkennis beïnvloedt
cultuur en aspecten overnemen van gastcultuur. Dit is de beste opvoedbeslissingen, socialisatiedoelen en de cognitieve
acculturatiestrategie. ontwikkeling van kinderen. Dit verschilt per samenleving:
Acculturatie en psychologische, educatieve uitkomsten: nationale herkomst heeft invloed op kennis over
-Oorspronkelijke taal ontwikkelingstijdlijnen. Moeders in de VS scoorde hoog,
-Familiegerricht, meer motivatie Argentinië en Zuid-Korea laag.
-Oriëntatie dominante cultuur leidt tot meer schoolbinding Opleiding, leeftijd en beroep correleren positief met
Parez: manier hoe individuen zich aanpassen aan nieuwe culturele ouderschapkennis.
omgeving. Risicofactoren:
-Lage ouderschapskennis kan leiden tot onrealistische
verwachtingen, mishandeling, negatieve invloed op cognitieve
ontwikkeling.
-Beperkte toegang tot betrouwbare informatie kan leiden tot
verouderde ideeën.
-Lagere opleidingsniveaus en beroepen zijn soms gelinkt aan
minder ouderschapskennis.
Beschermende factoren:
-Hogere ouderschapskennis bevordert positieve ouder-kind
interacties
-Toegang tot geschreven materialen ondersteunt moeders.
-Steun van vaders en sociale netwerken speelt een positieve
rol.
Silder (2022). Minority and majority adolescents’ ANTWOORD TENTAMEN:
Attitudes ten opzichte van wederzijdse acculturatie bij zowel A: Beschrijf en leg het belangrijkste probleem (de problemen) uit
jongeren met als zonder migratieachtergrond. Introduceert nieuw die zich voordoen in de casus, op basis van je inzichten en kennis
vierdimensionaal meetinstrument dat attitudes meet ten aanzien die je hebt opgedaan uit de literatuur en colleges van de cursus
van: Culturele Diversiteit. Leg TWEE van de problemen die in de
Behoud van de erfgoedcultuur van jongeren met een casus worden beschreven uit en gebruik Vijf verschillende
migratieachtergrond. Adoptie van de dominante cultuur door bronnen (artikelen/concepten/theorieën/modellen) uit de
jongeren met een migratieachtergrond. Verwerving van cursus om dit te doen. Je antwoord op A moet minimaal
culturele kennis door jongeren zonder migratieachtergrond bevatten:
(meerderheid). Ondersteuning van intercultureel contact door Twee van de drie gepresenteerde problemen
scholen. Sterk en mild wederzijdse integratie: Beide groepen Beschrijving van de oorsprong van het probleem: de factoren die
worden geacht te integreren. Lage verantwoordelijkheid bij de het probleem veroorzaken.
meerderheid: Minder verwachting van de meerderheid om te Beschrijving van de betrokken mensen en factoren die het
aculturele. Bevindingen benadrukken belang van wederzijdse probleem beïnvloeden.
acculturatiekader. Beschrijving van het proces/de mechanismen van het probleem.
Beschermende factoren: Ten minste vijf verwijzingen naar de cursusliteratuur in totaal voor
-Sterke en milde wederzijdse integratieprofielen zorgen voor B: Geef een oplossing voor elk van de twee problemen die je
betere psychologische aanpassing. hebt beschreven, gebaseerd op de literatuur en colleges
-Ondersteuning van intercultureel contact door scholen (artikelen/concepten/theorieën/modellen) uit de cursus. Zorg
bevordert integratie. ervoor dat de focus van de oplossing in lijn is met je analyse en
-Openheid van meerderheidsjongeren kan positieve integratie argumenten uit vraag A. Oplossingen kunnen in verschillende
van minderheidsculturen bevorderen. vormen komen, zoals een (zelfontworpen) interventie, gericht op
Risicofactoren: de studenten, de professionals of ouders, of een combinatie
-"Lage verantwoordelijkheid bij de meerderheid" leidt tot hiervan. Je kunt deel B vrij invullen zoals je wilt. Je antwoord op B
slechtere psychologische aanpassing. moet minimaal bevatten:
-Meningsverschillen over intercultureel contact en culturele Een oplossing voor beide problemen die in deel A worden
kennis kunnen problemen veroorzaken. genoemd. Je kunt ervoor kiezen één oplossing te beschrijven of
-Assimilatiepressure in scholen kan conflicten veroorzaken over twee oplossingen: één oplossing voor beide problemen of één
cultureel behoud. oplossing voor elk probleem, Beschrijving van de oplossing,
-Ongunstig integratiebeleid kan aanpassingsproblemen Argumentatie waarom de oplossing past bij het probleem.
verergeren. Ten minste twee verwijzingen naar de cursusliteratuur (dit
-Focus op individualisme of 'color-blindness' hindert de kunnen dezelfde zijn die in A zijn gebruikt).
erkenning van culturele verschillen. 1000 woorden in totaal (A meer woorden, meer punten)