Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Week 2........................................................................................................ 10
Week 3........................................................................................................ 15
Week 4........................................................................................................ 21
Week 5........................................................................................................ 32
Week 6........................................................................................................ 41
Week 7........................................................................................................ 45
,Week 1
Aantekeningen hoorcollege JBD1 Week 1 + flitscollege
Vermogensrecht (verbintenissenrecht en goederenrecht)
Alles wat op geld waardeerbaar is. Je kunt het vastpakken
- Studentenkamer
- Contract tot lesgeven (als docent)
Wat is niet vermogensrecht
Niet voor menselijke beheersing vatbaar. Zuurstof valt niet onder
vermogensrecht. (Zuurstof in een zuurstoffles weer wel!)
Verbintenissenrecht
Rechten en plichten
Goederenrecht
De verhouding tussen het rechtssubject en zijn goederen.
Je eindigt altijd met het vermogensrecht
Gevolg – Goederenrecht> Hoe komt de laptop in mijn portemonnee
(bezit)
Oorzaak – Verbintenissenrecht > kopen, ruilen, schenking
Een overeenkomt is niet hetzelfde als een verbintenis. Een
koopovereenkomst is de oorzaak van een verbintenis
Verbintenissenrecht – statisch
- Rechten en plichten tussen partijen onderling
- Bijvoorbeeld de gevolgen uit de koopovereenkomst
Goederenrecht – ruimte voor interpretatie
- De verhouding tussen het rechtssubject en zijn goederen
,Wat is een verbintenis?
Een vermogensrechtelijk rechtsbetrekking tussen twee of meerdere
personen, op grond waarvan de ene partij (de schuldenaar) verplicht is tot
een bepaalde prestatie, waarop de andere partij (schuldeiser) gerechtigd
is.
Voorbeeld: Bij de koopovereenkomst bestaat er een verbintenis tot
levering en een verbintenis tot betaling.
Voorbeeld: Bij de bewaargevingsovereenkomst bestaat er een
verbintenis tot betalen en een verbintenis tot bewaren.
Er zijn twee soorten verbintenissen:
1. Civiele verbintenis
2. Natuurlijke verbintenis
Ad 1: Civiele verbintenis (is afdwingbaar)
- Een civiele verbintenis is rechtens afdwingbaar.
- Als de debiteur zijn plicht niet of verkeerd nakomt, zal de crediteur
zijn recht bij de rechter willen vorderen. Hij stelt daarbij de debiteur
aansprakelijk.
- Als de debiteur weigert. Dan kan de crediteur goederen van de
debiteur in beslag laten nemen om deze te gelden te maken, en zich
uit de opbrengst te verhalen. (Verhaalsrecht art. 3:276 bw) =
uitwinbaarheid: tot het bedrag waartoe de crediteur gerechtigd is
vermeerderd met de gemaakte kosten.
Ad 2: Natuurlijke verbintenis (is niet afdwingbaar) Zie art. 6:3 BW
- De crediteur heeft geen machtsmiddel om de debiteur te dwingen.
- Voorbeeld: een verbintenis uit spel en weddenschap
o De wetgever laat procederen omtrent schulden uit spel en
weddenschap niet toe.
o Als je bijvoorbeeld een gokschuld hebt, ben je wel verplicht om
die te betalen, maar de crediteur kan dit via de rechter niet
afdwingen.
o Als je de schuld betaald, betaal je NIET onverschuldigd. Je
hebt namelijk gewoon de plicht op de schuld te betalen.
Onverschuldigde betaling
Als door een debiteur een prestatie wordt verricht, waartoe hij niet
verplicht was.
Voorbeeld: je betaalt twee keer dezelfde rekening
1. Door de eerste betaling gaat de verbintenis teniet. Die bestaat niet
meer omdat je je plicht hebt voldaan
2. De tweede betaling is onverschuldigd en onverplicht. Er bestond
geen reden en geen rechtsgrond om nogmaals te betalen
3. Art. 6:203 bw: Terugvorderen onverschuldigde betaling.
,