psychologie RuG)
Boek: Handboek Ontwikkelingspsychopathologie, bij kinderen &
jeugdigen
Jakop Rigter, tweede herziene druk, 2022.
- Alle hoofdstukken
- Bron:
Jakop Rigter. (2022). Handboek ontwikkelingspsychopathologie bij
kinderen en jeugdigen. Uitgeverij Coutinho.
o Alle rechten voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
1. Introductie blz. 2-4
2. Classificatie, diagnostiek en epidemiologie blz. 5-12
3. Theorieën over ontwikkeling blz. 13-25
4. De invloed van zwangerschap en geboorte… blz. 26-32
5. Slaapstoornissen en slaapproblemen blz. 33-44
6. Voedings- en eetstoornissen blz. 45-53
7. Gehechtheid en hechtingsstoornissen blz. 54-62
8. Autismespectrumstoornissen blz. 63-74
9. Zindelijk worden en zindelijkheidsstoornissen blz. 75-80
10.Taal-, spraak- en leerstoornissen blz. 81-87
11.Zelfregulatie en ADHD blz. 88-98
12.Agressie en gedragsstoornissen blz. 99-106
13.Angst en angststoornissen blz. 107-115
14.Stemming en stemmingsstoornissen blz. 116-124
15.Eten en eetstoornissen blz. 125-138
16.Middelengebruik en -misbruik blz. 139-146
(H17 en 18 ontbreken van deze samenvatting!)
17.
,Hoofdstuk 1. Introductie
Bij elke casus met psychische problemen bij kinderen en jongeren kan je de
volgende vragen stellen:
- Wat is er aan de hand? Hoe is dit zo gekomen? Wat kan eraan gedaan
worden? Hoe zal het hem of haar verder vergaan?
deze vragen ook richtlijnen van boek
Elk hoofdstuk; groep psychische stoornissen Wat is er aan de hand?
Risico- en beschermingsfactoren Hoe is dit zo gekomen?
Begrippen kinderen & jongeren:
- Kind: kinderen van verschilende leeftijden
- Specifieker:
o Baby 0-2j, peuters 2-4j, kleuters 4-6j, schoolleeftijd 6-12j, pubers 11-
13j
o Adolescenten/jongeren: 12+
1.1 Ontwikkelingspsychopathologie
- Psychopathologie; wetenschap van bestuderen psychische stoornissen
o Deels: het vóórkomen (hoeveelheid, ontstaan, onderscheid tussen)
& deels behandeling van stoornissen
Noot: voor het tentamen van Ontwikkelingspsychopathologie (RuG master psy)
hoef je niets te verwachten over behandeling, daar komt geen vraag over.
- Psychiatrie = de hulpverlening aan mensen met psychisch lijden
- Psychopathologie; de theorie over stoornissen, psychiatrie = de praktijk
- Psychische stoornissen = psychiatrische stoornissen
- Ontwikkelingspsychopathologie; het ontstaan en beloop van psychische
stoornissen. Ontwikkeling => niet zozeer een momentopname van het
kind, maar om het begrijpen van het proces (vb. hoe is bepaald gedrag
van kind ontstaan en gegroeid?)
o Wetenschapsgebied is een integratie van:
ontwikkelingspsychologie (studie van normale ontwikkeling),
(ortho)pedagogiek (opvoedkundige praktijk), biologie
(lichamelijke rijping en erfelijke aanleg), (kinder)psychiatrie
(stoornissen), sociologie (maatschappelijke normen, waarden,
processen), culturele antropologie (cultuur) & epidemiologie
(verdeling; aantallen, frequentie, spreiding; van ziektes of
stoornissen in menselijke groepen)
o & tweede integratie door combineren van theorieën uit disciplines te
combineren
Psychologie; psycho-analyse, leerpsychologie, cognitieve
psychologie, systeemtheorie
Pedagogiek + ontwikkelingspsy.; ecologische
systeembenadering (Bronfenbrenner), theorie van
ontwikkelingsopgaven
Biologie; erfelijkheid, prenatale programmering, evolutie
Vroeger en nu
- Ontwikkelingspsychopathologie; ontwikkelingsbenadering=
gedrags(smogelijkheden) in de loop van leven veranderen, complexer
worden
o Hierbij spelen zowel vroegere ervaringen (geschiedenis kind) als de
kenmerken en eisen huidige situatie een rol
- Wisselwerking
o Vroeger van invloed op huidige kenmerken; uitgangspunt Sigmund
Freud (psychoanalyse).
2
, o Oorzaak psychopathologie ligt echter niet per definitie in het
verleden; vroegere ervaringen bepalen niet 100% van iemand
functioneren
o Vroegere en huidige ervaringen zijn te begrijpen als een
wisselwerking
Vroegere ervaringen neem je altijd mee; beïnvloeden hoe je
in het heden staat; je interpretatie en waardering van huidige
ervaringen
Maar huidige ervaringen kunnen ook een correctie geven op
de vroegere ervaringen
- Ontwikkelingsopgave
o Theorie van ontwikkelingsopgaven; een uitgangspunt v/h boek om
ontwikkeling van kinderen+jongeren te beschrijven
o Kind/volwassene in elke leeftijdsfase bepaalde opgaven moet zien te
volbrengen; bijv. veilige hechting met ouders, omgaan met peers
o Vaardigheden van opgave niet goed verworven? Kans latere
problemen groter
o Psychische stoornis; in oorsprong normale ontwikkeling, maar door
bepaalde oorzaken verstoord; vastgelopen, uit de rails gelopen
Een dynamisch gezichtspunt
- Afwijkend gedrag/psychische stoornis als dynamisch zien; soms heb je er
last van, vaak niet, soms een beetje en soms heel veel
- Verschijningsvorm van afwijkend gedrag verandert gedurende de
levensloop van een persoon
- Gedrag is in de ene levensfase normaal en wenselijk en in de andere
abnormaal en ongewenst
o Normaal: volgens Nederlandse normen, waarden en verwachtingen
niet te veel afwijken van het gemiddelde. Tijds- en plaatsgebonden
begrip
- Voorbeelden: als kind prima als ouders de badkamer inkomen, vanaf de
puberteit de deur op slot, met een geliefde ben je wel weer met gemak
samen in de badkamer
- Scheidingsangst: hoort bij normale ontwikkeling (kind 8/9mnd), neemt in
intensiteit af vanaf 2j, maar normaal tot 6j (dan is cognitie kind zo ver dat
het begrijpt dat mama thuiskomt van werk en niet weggaat als het kind
slaapt). Het is abnormaal als een kind van 1 helemaal geen
scheiding/seperatie angst vertoont maar wel raar als een kind van 10j het
nog heeft.
Een uniek individu met unieke ervaringen
- Meerdere factoren: voor ontstaan en het beloop van gedrag
- Factoren verschillen van elkaar! Bepaalde zijn betrokken bij ontstaan,
andere bij in stand houden en weer andere bij verergeren gedrag
- Factoren uit de omgeving of voortkomend uit kind zelf (sekse, leeftijd,
intelligentie en zelfbeeld)
o Omgeving: invloed van gezin (ouders, brusjes (siblings), school en
leeftijdsgenoten (peers), media (tv, muziek, film, games, internet),
culturele en maatschappelijke normen en waarden.
alles van invloed, gevaar om simpel/eenvoudig te
redeneren
- Mensen zijn uniek: kinderen kunnen (ogenschijnlijk) hetzelfde hebben
meegemaakt maar zij zullen op tien verschillende manieren reageren;
afhankelijk van vroegere ervaringen en eigen kenmerken
3
, Opbouw van hoofdstukken 5 t/m 18
Normale ontwikkeling
- Om te kunnen beoordelen of gedrag afwijkend/ongepast is, moet je weten
wat tijdens de verschillende ontwikkelingsstadia van een kind normaal
gedrag is. In het boek wordt bij de meeste hoofdstukken uitgegaan van
een gemiddelde leeftijdsadequate ontwikkeling, maar het blijft lastig te
definiëren wat normaal is. Het verschilt immers ook voor jongens/meisjes,
verschillen kinderen van dezelfde leeftijd ook onderling en zijn er
cultuurverschillen.
Kenmerken van stoornissen
- De DSM-5 sluit niet naadloos aan op de ontwikkelingsgerichte benadering,
want niet het uitgangspunt van de DSM. Maar wel meest gangbare
classificatie systeem.
- Soms voldoet iets niet aan de criteria; dan wordt er gesproken over
psychische problemen (itt stoornsissen). Want dat gaat wel gepaard met
lijden en problemen bij kind, opvoedingsproblemen bij ouders.
Cultuur
- Westerse maatschappijen zijn multicultureel geworden; hierdoor meer
andere opvattingen over opvoeding, hulpverlening en psychische
stoornissen.
- Cultuur kan de kans op het vertonen van bepaald gedrag (of een stooris)
vergroten of verkleinen
o Depressie: hogere kans op bij culturen waarin kinderen al jong leren
dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor resultaten depressie kans
groter bij drop-outs (handicap, leerproblemen) dan bij culturen
waarbij geleerd wordt dat grotere, niet-menselijke machten
beschikken en beslissen over de mate van succesvol worden.
- Het oordeel van ouder, leerkracht of hulpverlener over bepaald gedrag is
ook cultuurverbonden: het verschilt tussen culturen.
- Vb onderzoek: Thaise en VS volwassenen beoordelen het gedrag van
kinderen anders, wanneer je een kind naar hulpverlening stuurt en of iets
internaliserend/externaliserend/of niet in te delen gedrag is, verschilt zeer
per cultuur.
Risico- en beschermingsfactoren
- Zullen per stoornis beschreven worden. De factoren beïnvloeden elkaar
wederzijds; elkaars invloed uitvergroten of verkleinen. Een stoornis is dan
ook te begrijpen door een wisselwerking van deze factoren.
- Een risicofactor beïnvloedt normale ontwikkeling negatief; kans op stoornis
vergoot, maar vaak alleen icm een tweede risicofactor
- Beschermingsfactor; de negatieve invloed van risicofactor gedeeltelijk of
volledig teniet doen.
- Je kunt kinderen preventief beschermen tegen risicofactoren
Interactie erfelijke en omgevingsfactoren
- Aangeleerd of aangeboren gedrag – discussie erfelijkheid en omgeving
beïnvloeden elkaar
- Voorbeeld crimineel gedrag: dat is deels erfelijk, adoptiekind crimineel
gedrag door risico-ervaringen?; een enkele risicofactor zorgt voor slechts
een kleine verhoging in vertonen crimineel gedrag. Maar met zowel
omgeving als erfelijkheidsrisico: 40% vd gevallen vertoonde crimineel
gedrag. Genetisch risico maakt je ook gevoeliger voor omgevingsrisico.
4