,begrippenlijst ethiek compleet nieuw 2025 met ethische dillemmas
, begrippenlijst ethiek compleet nieuw 2025 met ethische dillemmas
Complete begrippenlijst ethiek
Moraal en ethiek
Morele vragen: gaan over goed en kwaad, de manier waarop mensen zouden moeten leven
Morele opvattingen: antwoord op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan
gedragen
Moraal: gaat over waarden en normen, Ze zijn verbonden aan een levensvisie, idealen en ‘hoe het zou
moeten zijn’. Een essentiële voorwaarde voor moraal is de vrijheid om zelf te kiezen en dus
verantwoordelijk te zijn voor die keuze.
Verplaetse: 5 verschillende moralen:
1. Hechtingsmoraal: regelt hoe we omgaan met mensen met wie we verbonden zijn.
Hier gaat het over hechting en empathie.
2. Geweldmoraal: regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan.
3. Reinigingsmoraal: regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het
kwaad. Mensen verweren zich tegen vreemde stoffen.
4. Samenwerkingsmoraal: regelt de manier waarop mensen samenwerken en hoe zij omgaan met
mensen die de samenwerking bedreigen.
5. Beginselen moraal: de bovenstaande moralen zijn instinctief, maar geven ons geen
argumenten. De beginselen moraal doet dat wel; mensen zoeken argumenten om te
onderbouwen waarom een handeling goed of slecht is. Gebeurt dit systematisch, kom je op het
gebied van ethiek.
Morele kwesties spelen op 3 niveaus:
1. Micro: over de manier waarop je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan.
2. Meso: morele keuzes van organisaties. (Bv de missie of manier van werken).
3. Macro: over de manier waarop de samenleving moet worden ingericht.
Waarden: begrippen die omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven
Normen: handelingsvoorschriften die laten zien hoe je moet handelen
, begrippenlijst ethiek compleet nieuw 2025 met ethische dillemmas
Voorbeeld: waarde = trouw, dan kan voor iemand de norm zijn dat je bij elkaar blijft.
Fatsoennormen: geen morele normen maar omgangsnormen, conventies die vastleggen wat wel of
niet hoort. Dit noemt men ethiek of etiquette. Een morele normovertreding is erger, de straf ervoor
is zwaarder en morele normen zijn minder afhankelijk van toevallige regels en goedkeuring door
autoriteit.
Juridische normen: deze regels (wetten) sluiten meestal aan op opvattingen over wat een goede
maatschappij is en op morele regels die veel mensen delen.
De juistheid van moreel handelen is af te meten aan de daarvoor gevolgde normen en
waarden en/ of de persoonlijke eigenschappen van waaruit de persoon gehandeld heeft.
Deugd: een vaste goede eigenschap van een persoon. Veel deugden komen overeen met waarden of
zijn daaraan te koppelen.
Verschil: een deugd wordt gekoppeld aan een specifiek persoon (verinnerlijkt) terwijl waarden
abstracte cognitieve begrippen zijn.
Ethiek: een systematische reflectie op morele vragen, op basis van rationele argumenten. Mensen
nemen dus afstand van hun instinctieve gedrag (moraal) en gaan op een redelijke manier het verschil
tussen goed en kwaad beargumenteren.
Verschillende vormen van Ethiek:
1. Descriptieve ethiek: beschrijvende ethiek. Iemand beschrijft de moraal in de gemeenschap.
Het gaat om feiten: hoe gedragen mensen zich in morele kwesties en met welke argumenten?
(Beschrijving van de opvattingen van psychologen over het beroepsgeheim)
2. Prescriptieve/ normatieve ethiek: voorschrijvende ethiek. Dit gaat over hoe men zich zou
moeten gedragen. Vanuit normatieve ethiek kan worden geprobeerd om algemene principes te
vinden waarmee kan worden bepaald