Een rechtsstaat is een staat waarin je door middel van een grondwet word bescherm tegen
machtsmisbruik. Zo hebben de machthebbers hun eigen wetten en regels waar ze zich aan moeten
houden. Dit geeft de burgers rechtszekerheid (De garantie dat er geen machtsmisbruik word
gemaakt). In een rechtsstaat moet er onderling de burgers vertrouwen zijn, zo betaal je voor iemands
zijn zorg kosten, en betalen andere mensen dat indirect als jij dat nodig heb.
• Democratische rechtsstaat = de burgers beslissen over de machthebbers van het land
• Sociale rechtstaat = regels voor het welzijn van de burgers ( gezondheid)
2. Ik kan kort de totstandkoming van onze rechtstaat beschrijven
• Europa was voor tijden erg depressief door oorlogen en protesten, dit kwam door
machtsmisbruik.
• Hierna kwam de verlichting, waarin er door handel veel rijkdom en kennis groeide.
• Door het denken met gezonde verstand waren ze tegen de onbegrensde macht.
• Uitgangspunt voor vrijheid en geluk was het sociale contract.
• Dit voerde de staat uit door middel van geweldsmonopolie.
• Om te zorgen dat de staat hier geen misbruik van maakte werd de trias politica ingevoerd.
3. Ik kan de 4 grondbeginselen van de rechtstaat benoemen en toelichten
1. Het beginsel van grondrechten:
Iedereen had recht op vrijheid en gelijkheid
2. Democratie beginsel:
De mensen sluiten het sociaal contract.
3. Legaliteit beginsel:
Staat zorgt dat andere en zijzelf zich aan de wetten houden.
4. Beginsel van trias politica:
De macht werd begrensd door scheiding van de macht.
4. Ik kan de definities ‘sociaal contract’ ‘trias politica’ en ‘geweldsmonopolie’ uitleggen
• Sociaal contract = onderlinge afspraken om veiligheid en gelijkheid te bereiken ( niet stelen )
• Trias politica = de macht die opgesplitst is in 3en om machtsmisbruik te voorkomen.
• Geweldsmonopolie = er mag alleen geweld vanuit de staat worden toegepast om wetten af te
dwingen.
5. Ik kan uitleggen hoe de huidige Grondwet is ontstaan
• Door invloed van de Franse revolutie werd bepaald dat iedere burger gelijk is en rechten
heeft.
• Hierna vervolgden staatsgrepen, maar dit eindigde na de val van napoleon, iedere revolutie
was gedoofd.
• De koning was onschendbaar ( geen macht ) gemaakt, en de ministers regeerde. Hier gold het
censuskiesrecht ( kleine groep mannelijke veel belasting betalende burgers hadden kiesrecht)
• Nederland werd een nachtwakersstaat door Thorbecke ( filosoof voor vrijheid ).
• Er ontstond een klassenstrijd omdat iedereen kiesrecht wilde, en kinderen er slecht aan toe
waren.
, • Het kiesrecht voor iedereen werd ingevoerd.
• In de 2e wereldoorlog verloor iedere burger al zijn vrijheid en privacy.
• Hierna gold weer de oude grondwet, alleen met meer bescherming, sociale zekerheid en geen
discriminatie.
6. Ik kan benoemen wanneer het algemeen kiesrecht is ingevoerd (jaartallen!)
1917 = algemene kiesrecht mannen
1919 = algemene kiesrecht vrouwen
7. Ik ken het verschil tussen klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten:
Grondrechten die je kan eisen.
Sociale grondrechten:
Grondrechten die de overheid zo goed mogelijk moet uitvoeren, meer persoonlijk.
Verschil:
Klassieke grondrechten kan je naar de rechter stappen en het opeisen. Sociale grondrechten niet.
8. Ik kan voorbeelden noemen van klassieke en sociale grondrechten
Klassieke grondrechten:
• Gelijke behandeling: geen discriminatie.
• Persoonlijke vrijheid: lichamelijk, privacy, geloof, eigendommen.
• Politieke vrijheid: meningsuiting, drukpers, vergaderen.
Sociale grondrechten:
• Werkgelegenheid
• Bescherming werknemers
• Volksgezondheid
• Sociale woningbouw
• Onderwijs
9. Ik kan uitleggen wat er wordt bedoeld met de verticale en horizontale werking van grondrechten
Verticale werking:
Grondrechten kunnen door burgers worden uitgeoefend op de staat.
Horizontale werking:
Grondrechten kunne n tegen burgers worden uitgeoefend, maar welke wet gaat voor?
Dit word vaak opgelost met een rechtszaak.
10. Ik kan uitleggen wat het legaliteitsbeginsel inhoudt
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de handelingen van de overheid moeten berusten op vastgelegde
wetten. Deze moeten aan de kwaliteit eisen voldoen.
11. Ik kan de eisen benoemen die nodig zijn voor de kwaliteit wetten