bijdrage aan sociale innovatie
Naam module: Profilering van het beroep en bijdrage aan
sociale innovatie
Opleiding: Social Work (profiel jeugd)
Educator Code: SWB71D20
Titel EVL: 7.1 Profilering
Deel a: Van beroep en waarde(n)volle
professionaliteit
Deel b: Als reflectieve professional
Aantal EC: 15
Studentnaam/nummer: Chantal Bruinsma/1195049
CHANTAL BRUINSMA 1
, Voorwoord
Twee jaar geleden begon mijn traject in de jeugdzorg bij Ambiq, een organisatie die zich richt op
jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en bijkomende complexe problematiek.
Tegelijkertijd startte ik mijn opleiding Social Work aan Windesheim. In deze periode ontwikkelde ik
mij zowel persoonlijk als professioneel: ik leerde niet alleen over het werkveld, maar ook over mijn
rol als begeleider binnen een team. De dynamiek in de jeugdzorg bracht uitdagingen met zich mee,
maar gaf me ook waardevolle inzichten in wie ik ben als professional.
Deze onderlegger vormt samen met mijn presentatie het eindproduct van module 7.1. In
mijn presentatie staat het profileren en positioneren centraal: wie ben ik als professional, wat zijn
mijn kernwaarden, en hoe geef ik vorm aan mijn werk binnen de jeugdzorg. In deze onderlegger ligt
de nadruk op het legitimeren en reflecteren. Ik beschrijf hoe ik mijn professioneel handelen
verantwoord aan de hand van een complexe casus, waarbij ik gebruikmaak van ethische kaders,
methodische uitgangspunten en evidence-based inzichten. Daarnaast reflecteer ik op mijn
ontwikkeling tot hbo-professional en geef ik inzicht in mijn bijdrage aan de beroepspraktijk.
Samen bieden de presentatie en deze onderlegger een compleet beeld van mijn
professionele identiteit, mijn handelen in de praktijk en de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt
binnen het sociaal werk.
CHANTAL BRUINSMA 2
,Inhoud
Legitimeren: Evidence-based handelen.....................................................................................4
Moreel beraad: Reflectie en verantwoord ethisch handelen.................................................5
Microniveau: Individuele begeleiding en methodische afwegingen......................................6
Mesoniveau: Samenwerking met het team en moeder.........................................................7
Macroniveau: Beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen.............................................7
Internationaal perspectief: Zweden.......................................................................................8
Reflecteren: Professionele groei binnen Social Work................................................................8
Concrete ervaring: De keuze om verder te leren en mijn groei te versnellen........................9
Reflectieve observatie: Versneld leren en balanceren tussen werk en studie.......................9
Abstracte conceptualisatie: Het verbinden van theorie en praktijk.....................................10
Actief experimenteren: Toepassen van inzichten en verder groeien als professional.........11
Conclusie: Reflectie als basis voor professionele groei............................................................11
Literatuurlijst............................................................................................................................12
Bijlage.......................................................................................................................................14
Bijlage 1 Verklarende Analyse..............................................................................................14
Bijlage 2 Beschrijving van fasen Seo-V / emotionele ontwikkeling (A. Dosen).....................16
Bijlage 3 Jongerenbijeenkomst 6-2-2025.............................................................................17
Bijlage 4 Model moreel beraad............................................................................................18
Bijlage 5 Verslag moreel beraad 31-1-2025..........................................................................18
Bijlage 6 Uitwerking Moreel Beraad – Ethische perspectieven en zorgethiek......................20
Bijlage 7 Uitwerking Driewereldenmodel (Baart & Grypdonck, 2008).................................21
Bijlage 7 Supervisie...............................................................................................................23
Bijlage 8 Toestemmingformulieren beeldmateriaal.............................................................28
Bijlage 9 Feedbackformulier.................................................................................................31
CHANTAL BRUINSMA 3
, Legitimeren: Evidence-based handelen
Silvijn is een 17-jarige jongere met LVB, gekenmerkt door een IQ van 68 en een sociaal-emotionele
ontwikkeling (SEO) in fase drie, waarbij zijn morele ontwikkeling achterblijft in fase twee. Onderzoek
van Dosen (2024) toont aan dat jongeren in deze fase vaak egocentrisch gedrag vertonen, impulsief
handelen en moeite hebben met oorzaak-gevolg denken. Jongeren met een LVB ervaren een
disharmonische ontwikkeling, waarbij de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling achterblijven op
hun cognitieve vermogens. Dit verklaart waarom Silvijn moeite heeft met impulscontrole en
risicogedrag vertoont, ondanks cognitieve vaardigheden die op sommige gebieden beter ontwikkeld
zijn. Hij wil, net als zijn leeftijdsgenoten, een mobiele telefoon gebruiken en roken, zonder de
consequenties hiervan volledig te overzien.
Silvijn zoekt bewust risico’s op en heeft moeite met het inschatten van de gevolgen van zijn
gedrag, wat de vraag oproept hoe hij het beste ondersteund kan worden zonder zijn autonomie
onnodig in te perken. Deze analyse wordt ondersteund door de verklarende analyse die ik heb
opgesteld onder toezicht van een gedragswetenschapper en ontwikkelingspsycholoog (Geerlings &
Bruinsma, 2024), evenals diagnostiek van Ambiq, gebaseerd op de SEO-methodiek (Dosen, 2024).
Onderzoek toont aan dat jongeren met een LVB zich niet lineair ontwikkelen op verschillende
domeinen, wat resulteert in een disharmonisch profiel (Dosen, 2024). Hoewel Silvijn zich over het
algemeen in fase drie bevindt, blijft zijn morele ontwikkeling steken in fase twee. Dit betekent dat hij
enerzijds zelfstandig gedrag vertoont in sociale interacties, maar anderzijds moeite heeft met morele
afwegingen en het overzien van consequenties. Scholte en Van der Ploeg (2021) stellen dat jongeren
met een LVB vatbaarder zijn voor sociale beïnvloeding, waardoor Silvijn zich gemakkelijk laat
meeslepen in risicovol gedrag.
Ondanks gesprekken over de risico’s van roken en omgaan met criminele leeftijdsgenoten
blijft hij bewust contact zoeken met risicovolle netwerken. Zijn mobiele telefoon speelt hierin een
cruciale rol, omdat hij hiermee voortdurend in contact blijft met negatieve invloeden. Dit bevestigt
dat zijn behoefte aan sociale aansluiting groter is dan zijn besef van de gevolgen, een patroon dat
vaker voorkomt bij jongeren met een LVB (Scholte & Van der Ploeg, 2021). Dit sluit tevens aan bij de
theorie van Dosen (2024), waarin wordt gesteld dat jongeren met een disharmonische ontwikkeling
vaak worden overschat in hun emotionele en morele capaciteiten, terwijl zij in werkelijkheid extra
ondersteuning nodig hebben.
CHANTAL BRUINSMA 4