Deel 1, 4 en 5
IDEOLOGIEËN
Recht is meer dan beleefdheidsregels à gezag aan gekoppeld, komt vanuit de democratie
Variëteit van het recht à verandert constant, overal andere spelregels
We bekijken hoe het komt dat recht variëteit heeft
Politieke geschiedenis België :
Franse Revolutie (1789) = cruciaal moment in Europese geschiedenis à streep onder
middeleeuwen getrokken
Middeleeuwen = drie-lagen-SLà elite had het voor het zeggen, gewone volk (burgerij en
onderdanen), de geestelijke (eigen juridische wereld rond hen)
Leuze Franse evolutie = égalité, fraternité et liberté à federale en Vlaamse regering kunnen
toepassen!
Liberté
Liberalisme, waarbij de vrijheid van het individu (o.a. meningsuiting, godsdienst) centraal staat
(belangrijk in omschakeling van middeleeuwen naar nieuwe tijd)
Politieke partijen = Open Vld (Vlaams Liberale Democraten), MR (Mouvement Reformateur), LDD
(Lijst De Decker)
Liberale ministers = Alexander De Croo, Bernard Quintin
Toen we onafhankelijk werden van NL (1830), kregen we ook een grondwet (1831) veel
liberale vrijheden, vooral vrijheden tegen te veel overheidsinmenging liberalen hebben dus
veel invloed op ons rechtssysteem!
Liberalen pleiten voor minder belastingen, vrije markt en vrij ondernemen
Fraternité = broederschap, naastenliefde
Christendemocraten
Christelijk geloof als ideologie à ze hebben hier een politieke stroming van gemaakt nl.
christendemocratie
Politieke partijen = CD&V (Christen Democratisch en Vlaams), Les Engagées
Christendemocraten ministers: Hilde Crevits, Vincent Van Peteghem, Annelies Verlinden
Hebben veel macht want:
Hebben ministers in de beide regeringen (Federaal + Vlaams)
Ze belichamen een onderstroming in de SL, gebaseerd op traditionele waarden
Dominant samenlevingsmodel = 1 man en 1 vrouw samen voor hele leven
Christendemocratisch recht breekt af
Heel snel, maar niet uitdoven omdat het al jarenlang in golfbeweging gaat, mensen hebben
nood aan zingeving
Stevig antiklerikalisme gaan liggen à tot jaren ‘60 was enkel begraven toegestaan, geen
crematie
Kindergeldsysteem beïnvloed door katholieke waarden:
- Oud systeem: meer kinderen = meer geld (100 euro voor 1ste kind, 200 voor 2de, 300 voor 3de,
enz)
- Doel: gezinnen aanmoedigen om veel kinderen te krijgen (anti abortus en anticonceptie)
- Nu: gelijk gedrag/kind
1
, Monogamie als voorkeursmodel
Bigamie verboden tot 1998
Momenteel geen christendemocraten in Federale Regering
Egalité = gelijkheid, solidariteit
Socialisme groeide uit het verzet tegen sociale ongelijkheid
Socialisme: iedereen is gelijk, alle burgers hebben dezelfde rechten geen arm en rijk meer
Politieke partijen = Vooruit, PS (Parti Socialiste), PVDA
Socialistische ministers = Frank Vandenbroucke, Melissa Depreatere
Industriële revolutie: België was één vd voortrekkers door o.a. steenkool
Slechte arbeidsomstandigheden (kinderarbeid, lage lonen, lange dagen) nieuwe
klassenmaatschappij: rijken vs. proletariaat/arbeidersklasse
Proletariaat organiseerde zich via mutualiteiten, spaarkassen, …
° Syndicaten/vakbonden
° Socialistische bewegingen
Politiek on hold tijdens WOI
Russische Revolutie/Oktoberrevolutie (1917)
Opkomst radicale socialisten (bolsjewieken, rode leger) en sociaaldemocraten (mensjewieken,
witte leger)
Deze revolutie inspireerde de Europese arbeiders ideeën van Marx
In 1917 brak de Oktoberrevolutie uit in Rusland, waarbij de communisten o.l.v. Lenin de macht
grepen. De ideeën van Marx werden daar werkelijkheid: de adel werd afgezet of vermoord,
privébezit werd afgeschaft, en alles werd van de staat. Religie werd verboden. Lenin streefde
ernaar het communisme wereldwijd te verspreiden en gebruikte hiervoor spionnen en
propaganda.
Deze revolutie zorgde voor angst bij liberalen en christendemocraten in België, wat leidde tot
een compromis met de socialisten. In ruil kregen de socialisten meer invloed, onder andere door
de invoering van enkelvoudig stemrecht, waardoor elke man één stem kreeg. Hierdoor kwamen
de socialisten in het parlement en ontstond een nieuwe rechtstak, waaronder:
- Arbeidsrecht: verbod op kinderarbeid, zondagsrust, minimumloon, betaalde feestdagen.
- Sociale zekerheid: uitkeringen, pensioenen en hulp voor werklozen.
Kortom, de Russische Revolutie schudde Europa wakker en leidde in België tot meer sociale
rechten en een grotere politieke macht voor de socialisten.
Algemeen meervoudig stemrecht: elke man minstens 1 stem (1983) – voordien cijnskiesrecht
(wie belastingen betaalt, mag stemmen)
OCMW biedt steun aan wie door het sociale net valt leefloon
Eind 20ste eeuw: socialisme nam af als je inspanningen doet, krijg je leefloon
Andere ideologieën:
Nationalisme
Politieke partijen = NVA, Vlaams belang, FN (Front National), FDF (Front Des Francophones)
Nationalistische ministers = Ben Weyts, Zuhal Demir, Jan Jambon
Op dit moment hebben nationalisten veel macht, maar dit is niet altijd zo geweest
Duitsers verliezen (WOI) en moeten Verdrag van Versailles ondertekenen armoede en
hongersnood in Weimarrepubliek (nieuwe naam Duitsland na oorlog)
Hitler sluit zich aan bij de NSDAP (ze blijven verkiezingen winnen en beïnvloeden het bestuur)
Hitler wordt de grote leider en draait alles om
2
, Impact België? In België groeit in het interbellum het nationalistisch gedachtengoed
België was op dat ogenblik een eenheidsstaat (1 taal, 1 groep) met Frans als
bestuurstaal, terwijl de meerderheid Nederlands sprak
Vlaams nationalisme want die ongelijkheid zorgde voor frustratie
Duitsers bezetten België: Vlaams-nationalistische partijen werken deels samen met de bezetter
(= collaboratie!)
Repressie (na WOII): collaborateurs straffen
Jaren ’60: Leuven Vlaams: protest tegen Franstalige dominantie aan universiteit (studenten
willen ook Nederlandse lessen)
Protest begon onschuldig: niet naar les komen, audiotoriums bezetten, tot straten
bezetten en vechten voor hun rechten
Resultaat = splitsing van KU Leuven (NL vs. FR)
Na Leuven Vlaams ontstaat de Volksunie: pleiten voor meer Vlaams zelfbestuur
Radicalen splitsen zich af
° Vlaams Blok (willen onafhankelijk Vlaanderen)
België wordt opgedeeld in taalgebieden, gemeenschappen (en later gewesten) die
bevoegdheden krijgen in hun taalgebied
Nu: groei van Vlaams nationalisme want NVA is belangrijkste partij
Ecologisme
Politieke partijen: Groen, Ecolo
Ecologistische ministers: Petra De Sutter, Tinne Van Der Straeten
Ontstaan: na WOII groeide besef dat we de aarde aan het uitputten zijn (door o.a. fossiele
brandstoffen en kernenergie)
De Club van Rome (wetenschappers) in rapport: “We eten ons huis op”
° Natuur- en vredesbewegingen: protesten tegen oorlog, kernwapens en milieuvervuiling
Vredesbewegingen: Koude Oorlog: protest tegen kernwapens (vernietigen mensen, maar
ook de planeet)
Uit deze bewegingen ontstaat ideologie en politieke partijen
Agalev = eerste ecologische partij en kreeg in de jaren ’90 een plek in de regering
In Hoboken (waar metaalfabriek stond, jaren ’70) werden veel mensen ziek door de
loodvervuiling
Schandaal toonde aan dat bedrijven zonder regels het milieu vervuilen
Reactie: christendemocraten voeren het milieurecht in = nieuwe grote rechtstak!
Milieu-idealen sijpelen door naar andere partijen (socialisten en christendemocraten)
G staat voor globale economische top: op deze conferenties willen ze economische afspraken
maken
G-9 = 9 grootste industrielanden
G-12 (ook BRICS)
Anti-/andersglobalisten
Grote betogingen wereldwijd, tegen de negatieve effecten van globalisering
Betogen tijdens bijeenkomsten van de G7, G8, G12 (= economische grootmachten komen
samen om internationale handel te bevorderen)
Protest tegen neveneffecten globalisering
Bv: Goedkope producten (Primark) door uitbuiting van werknemers in lageloonlanden
Bv: Delokalisatie (grote bedrijven verplaatsen productie naar landen met goedkope
arbeid en lage belastingen)
Bv: Landbouw: lokale producten vermijden door goedkopere import (bv: tomaten uit
Spanje)
Impact op het recht:
België weigerde Tobin-Tax in te voeren
Tobin-Tax = wisselkoersactie (voorstel van een kleine belasting op valuta- en financiële
transacties)
3
, Doel: belasting enkel voor grote beleggers, opbrengst gebruiken om landen in financiële
problemen te helpen
Achtergrond: Tobin-Taks ontstond na Argentijnse financiële crisis (’96), veroorzaakt door
speculatie op de peso. Deze speculatie leidde tot hyperinflatie en de nationale bank ging
failliet. Tax werd voorgesteldom zulke speculaties te ontmoedigen
INLEIDING
Recht = geheel der regels die op een bepaald tijdstip (en plaats), in een bepaalde gemeenschap gelden
en op haar gezag zijn vastgesteld
Regelgeving varieert ook binnen België (bv: studietoelage verschilt in VL en WAL / bv: GAS-
boete regelgeving verschilt per gemeente)
Is recht altijd rechtvaardig?
Rechtvaardigheid = subjectief, rechtssysteem streeft ernaar, maar wat je als rechtvaardig ziet
verschilt per persoon
Onschuld wordt verondersteld totdat schuld bewezen is en procedures bepalen uitkomst
Recht is veranderlijk: verschilt per tijd en plaats
Procedurefouten/vormverzuim: het niet-volgen van procesregels beïnvloedt de uitkomst
Bv: Bende van Nijvel
Verjaringstermijn: misdrijven kunnen na verloop van tijd niet meer vervolgd worden
Bv: bij God vergeten-zaak was vervolging onmogelijk door verjaring van de feiten
Sommigen vinden verjaring rechtvaardig, anderen niet
Oorlogsmisdaden daarentegen verjaren niet
Dutroux-zaak: veroorzaakte massapsychose (wantrouwen)
Dutroux eiste nieuwe onderzoeksrechter (Dutroux en zijn advocaat vond dat de
onderzoeksrechter partijdig was), wat tot protest leidde: want deze rechter die doorbraak
bereikte werd vervangen
= Spaghetti-arrest en werd door publiek als onrechtvaardig ervaren
Caeyers-zaak: rechtvaardigheid hangt af van je interpretatie
Verkrachting van minderjarigen onder de 16 wordt altijd als misdaad gezien, ZELFS als er
instemming was
Vervroegd vrijkomen: familie van slachtoffers vinden dit vaak onrechtvaardig, familie van de
dader wel
DEEL 1: RECHT EN DE OVERHEID
WAT IS RECHT?
Geen exacte definitie. We kunnen wel stellen dat:
Recht = geheel van regelgeving, van overheidsstructuren en justitie (nooit los van elkaar
gezien, 1 geheel)
Drie essentiële kenmerken die samen vervuld moeten worden om van ‘recht’ te spreken
Kenmerken:
1. Gedragsregels en normen die orde brengen in de SL
2. Opgelegd door de overheid
3. Dwingend karakter
GEDRAGSREGELS EN NORMEN DIE ORDEN BRENGEN IN DE SAMENLEVING
Functie recht
4