College 1A – Nietigheden algemeen
Het probleem
Mag dit?
Rb Den Bosch NJF 2011/350
Y en Z hebben een relatie en raken samen een contractuele boete verschuldigd van 27.000 euro. De
relatie gaat vervolgens uit. De man Y moet de helft van de contractuele boete ophoesten, heeft dit niet
en leent daarom 13.500 euro van zijn ouders. Die ouders zeggen: is goed, maar er zit een voorwaarde
aan. Ze waren niet blij met de vriendin X van hun zoon en waren blij dat de relatie uit was. Ze wilden
dat Y en Z geen contact meer zouden hebben. De voorwaarde was dus dat als hij opnieuw een relatie
aan zou gaan met Z, dan is het nog openstaande saldo van de lening direct opeisbaar. Dit gebeurt
uiteindelijk wel en de ouders beroepen zich op deze bepaling. Y zoekt naar een manier om onder de
overeenkomst uit te komen. Mag dit zomaar? Het is contractsvrijheid en partijen hebben hier allebei
voor tekenen. Mogen ouders zich in zo’n verregaand geval bemoeien met de keuzes die hun zoon
maakt?
Nee dit mag niet, gelet op het recht op privacy ex artikel 8 EVRM. In artikel 3:40 lid 1 BW staat dat een
overeenkomst nietig is als deze in strijd is met de goede zeden. ‘Goede zeden’ is een vaag begrip en dat
wordt ingevuld aan de hand van artikel 8 EVRM. Dat is hier in het geding. De ouders bemoeien zich
teveel met de privé keuzes van de zoon. De rechtbank vond ook dat dit te ver ging in verband met de
privacy van zoon Y. De contractsvrijheid botst hier met een fundamenteel recht. Als je kijkt naar art.
3:40 BW dan gaat het hier om de goede zeden. Dit is een vergaarbak waar de fundamentele rechten
een plekje hebben.
Grenzen aan contractvrijheid?
Contractsvrijheid vs. fundamentele rechten
- Draagmoederschap? Orgaandonatie? Prostitutie? Dwergwerpen?
Als je kijkt naar artikel 3:40 lid 1 BW zie je twee toetsingscriteria, namelijk enerzijds de goede zeden (vergaarbak
van waarden, principes en mensenrechten) en anderzijds de openbare orde (publiekrechtelijke regels). Een
overeenkomst kan dus naast de goede zeden ook in strijd zijn met de openbare orde. Gebeurt dit vaak? Ja.
Waarom? Er zijn heel veel regels.
Contractsvrijheid vs. schending van publiekrechtelijke regels
Welke belangen staan tegenover contractsvrijheid?
- Principiële belangen: handhaving van regels. Als er regels zijn moeten deze gehandhaafd worden.
Het zou gek zijn als de gelding ondermijnt wordt als iedereen middels een overeenkomst van de
publiekrechtelijke regels kan afwijken. De bindende kracht van het publiekrecht staat hier dus
tegenover de contractsvrijheid.
- Praktische belangen: economisch belang. Als alles nietig zou zijn, zijn veel overeenkomsten nietig
en dit wordt een puinhoop. Mensen gaan wel af op overeenkomsten en opeens wordt daar de titel
onderuit geveegd. Vaak worden er ook ketens aan overeenkomsten gesloten, waardoor dan alle
overeenkomsten geen zin meer hebben. Dit is een spanningsveld waar je als wetgever een weg in
moet vinden. Je moet rekening houden als wetgever met het feit dat niet iedere burger de wet
kent.
Vergelijkbare kwestie: wat als iedere gedraging in strijd met publiekrecht onrechtmatig zou zijn?
- Het zou gek zijn als het nooit zo zou zijn, maar altijd onrechtmatig is ook ingewikkeld en misschien
niet de bedoeling. Stel je mag geen alcohol verkopen aan minderjarigen. Dan komt er een kind van
12 jaar bier halen voor zijn vader. De slijterij kent de vader en het kind en verkoopt het dus wel. Dit
is in strijd met publiekrecht. Op de weg terug is het te zwaar voor het kind en die laat voor een
bejaardentehuis het bier vallen op de voet van een bewoner. Letselschade is het gevolg. Kan je nu
zeggen dat enkel en alleen op grond van het handelen in strijd met de regel geen alcohol te
verkopen aan minderjarigen de eigenaar van de slijterij aansprakelijk is tegenover de oudere? Dat
is lastig. Een ander voorbeeld is als je zonder rijbewijs in de auto zit en er een ongeluk plaatsvindt.
, Los van of het jouw schuld is, was het ongeval niet gebeurt als jij niet zonder rijbewijs was gaan
rijden. Je was dan namelijk niet op dat moment op die plek geweest.
Het relativiteitsvereiste nuanceert dit. Niet iedere schending van een wettelijke plicht leidt tot een
onrechtmatige daad. Een dergelijke poortwachter staat ook in de artikelen 3:40 en 6:163 BW met betrekking tot
de grens tussen privaatrecht en publiekrecht.
Nietigheid & vernietigbaarheid – de verschillen
Twee manieren voor inperken contractsvrijheid
De twee manieren zijn:
1. Nietigheid
= nietigheid ziet op het algemeen belang en de rechtshandeling heeft niet het door partijen
beoogde rechtsgevolg. De rechtshandeling wordt dus geacht nooit bestaan te hebben.
Voorbeelden: schending fundamentele rechten, openbare orde, rechtsorde etc.
Eventueel verrichte verplichtingen worden onverschuldigd en kunnen teruggevorderd
worden.
2. Vernietigbaarheid
Rechtshandeling is geldig, maar partij kan deze vernietigen. De rechtshandeling is er dus wel,
maar je hebt de optie hem te vernietigen.
Voorbeelden: dwaling, bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden
Het verschil zit hem in het algemeen belang en het particulier belang.
Bij schending van het algemeen belang (zoals fundamentele rechten) volgt altijd nietigheid. Bij
schending van particulier belang (zoals rechten van particulier) volgt vernietiging.
Nietig en vernietiging: door wie?
Er zijn dus zoals gezegd twee opties: nietig of vernietigbaar. Maar wat zijn de gevolgen van beide opties? Aan de
hand van theorie en later een voorbeeld zal dit verduidelijkt worden.
- Nietigheid ambtshalve toepassing door rechter (art. 25 Rv)
o De rechter gaat uit eigen beweging (ambtshalve) zeggen: deze overeenkomst is
nietig.
- Vernietiging beroep door partij vereist (art. 3:49 BW)
o Bij vernietiging doet de rechter niks, want het gaat om een particulier belang en
geen algemeen belang. De rechter leunt achterover en het is aan partijen. Een
partij moet er een beroep op doen. De rechter is dus lijdelijk. Doe je hier als
partij geen beroep op? Dan blijft de overeenkomst geldig.
Bijzondere verjaringsregels bij vernietiging (3:52 en 3:51 lid 3)! Ze staan dus niet aan het einde van boek 3 BW
en ze zijn ook vrij kort. De verjaringstermijn is in dergelijke gevallen drie jaar!
Gevolg vernietiging – voorbeeld
V verkoopt en levert op 1 januari een auto aan K. K vernietigt op 1 maart de overeenkomst wegens dwaling
(6:228). Wie was eigenaar van de auto op 1 februari?
- De verkoper, want vernietiging heeft terugwerkende kracht ex artikel. 3:53 lid 1 BW. Het heeft
terugwerkende kracht, wat juridisch inhoud dat de overeenkomst uiteindelijk nooit heeft bestaan.
Dit betekent goederenrechtelijk dat er geen geldige titel is en dus geen overdracht. Het ontbreken
van een geldige titel kan juridisch ook niet gerepareerd worden. De koper is dus eigenlijk nog geen
seconde eigenaar geweest door de vernietiging.
- Stel dat de koper failliet gaat, dan moet het vermogen verdeeld worden. Maar als de verkoper
altijd eigenaar is gebleven, raakt het faillissement de eigenaar niet. Hij kan het goed dan gewoon
ophalen. Dit is een krachtig wapen.
Gevolgen nietigheid (al dan niet na vernietiging)
- Stel dezelfde casus als hiervoor, alleen nu blijkt de overeenkomst nietig. Wie is dan de eigenaar
van de auto op 1 februari? Wederom niet de koper, want nietigheid zorgt ervoor dat de
, overeenkomst wordt geacht nooit bestaan te hebben. Ook hier is dus in principe de koper geen
seconde eigenaar geweest.
Het gevolg van vernietiging is hetzelfde als wanneer de overeenkomst nietig was. In beide gevallen wordt
gedaan alsof de overeenkomst nooit heeft bestaan en de rechtshandeling heeft geen rechtsgevolg. Er zijn
echter twee wettelijke bepalingen die de gevolgen van nietigheid kunnen nuanceren.
I. Partiële nietigheid (art. 3:41 BW)
Hierbij zeg je dat niet de hele overeenkomst nietig is, maar alleen een gedeelte.
II. Conversie (art. 3:42 BW)
Dit ziet op de situatie dat partijen iets wilden bereiken juridisch en die kozen daar een
bepaalde juridische rechtshandeling voor en dat mag niet. Er was wel een andere juridische
route geweest die mogelijk was en ook geldig was. Dan zou er niets aan de hand zijn. Hoe
komt dat? Mensen weten het niet door de veelvoud aan regels. In dergelijke gevallen vindt de
wetgever dat je converteert. De nietige rechtshandeling transformeert in een wel geldige
rechtshandeling.
Waarom zou je dit gaan nuanceren? Praktische belangen. Als teveel overeenkomsten te snel niet meer zouden
bestaan dan ontstaat er een verschil in discrepantie tussen werkelijkheid en feitelijke werkelijkheid. Hele ketens
van overeenkomsten verdwijnen, verrichte rechtshandelingen moeten ongedaan gemaakt worden en
teruggedraaid worden. Dit is een grote puinhoop en dit wil je niet. De wetgever heeft de gevolgen enigszins
willen beperken, waarin de nietigheid niet ziet op de hele overeenkomst. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat alleen
een bepaald beding in de overeenkomst nietig is, maar dat het overige wel geldig is.
Dus: contractsvrijheid uitzonderingen: nietig en vernietigbaar uitzonderingen: partiele nietigheid en
conversie.
Overzicht nietigheid/ vernietigbaarheid
Hierboven staat een overzicht van de gronden voor nietigheid en vernietigbaarheid. Let op! Art. 3:40 BW staat
dus in beide lijstjes, maar dan met een ander artikellid.
Artikel 3:39 BW (vormvoorschriften)
Artikel 3:39 BW
- Tenzij uit de wet anders voortvloeit (geldigheid of vernietigbaarheid), is de rechtshandeling nietig
- Hoe kom je er achter of iets anders dan nietigheid uit de wet voortvloeit?!
Eerst kijken in de parlementaire geschiedenis + X. X kan hierbij van alles zijn. Deels ook
gewoon zelf nadenken.
- Is eigendomsoverdracht van stuk grond mogelijk zonder inschrijving notariële akte bij levering
onroerende zaak (art. 3:89 lid 1)?
Stel er staat hierbij niks in de parlementaire geschiedenis, stel dan de vraag: Waarom
bestaan de openbare registers? Door deze registers is het duidelijk voor iedereen wie
eigenaar van welk stuk grond is. Anders nemen de transactiekosten voor het sluiten van
een overeenkomst toe, want je moet dan op een andere manier achterhalen wie eigenaar
is. Al met al: inschrijving is essentieel!
Dit artikel bevat vormvoorschriften en het komt er eigenlijk op neer dat als een vormvoorschrift niet in acht
genomen wordt, de rechtshandeling nietig is. Uitgezonderd de situatie dat de strekking van de wet of het
, voorschrift niet is om de rechtshandeling/ overeenkomst nietig te maken. Een ander woord voor strekking is ook
wel ‘de bedoeling’. Of dit zo is, kom je te weten door te kijken in de parlementaire geschiedenis.
Soms is er een expliciete bepaling
Af en toe is er in de praktijk een expliciete bepaling en dit helpt enorm. Een belangrijk artikel is artikel 1:23 Wet
op het Financieel Toezicht.
- “De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling welke is verricht in strijd met de
bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar, behalve voorzover in
deze wet anders is bepaald.”
Deze wet is relevant voor financiële transacties. De bepalingen in die wet hebben niet de strekking daarmee
strijdige rechtshandelingen nietig te laten zijn. Dit wordt op een andere manier gehandhaafd, bijvoorbeeld door
boetes of het intrekken van vergunningen.
Nietig of vernietigbaar? - Algemene voorwaarden
In artikel 6 van de Richtlijn oneerlijke bedingen staat dat oneerlijke bedingen ‘de consument niet binden’. Wat
betekent dit en hoe vertaal je dit naar Nederlands recht? Het idee is vaak dat de sancties worden overgelaten
aan het nationale recht. De Nederlandse wetgever moet een keuze maken en heeft blijkens afd. 6.5.3 gekozen
voor vernietigbaarheid. Waarom? Het gaat om het particulier belang, namelijk het belang van de consument.
De consument wordt benadeeld door een eenzijdige algemene voorwaarde en moet daar dan ook een beroep
op doen.
Het Hof van Justitie Luxemburg zag deze situatie anders en grijpt in [HvJ NJ 2000/730 (Océano), HvJ NJ
2003/703 (Cofidis), HvJ NJ 2007/201 (Mostaza Claro) en HvJ NJ 2009/395 (Pannon)].
Rechter moet ambtshalve toetsen of beding in overeenkomst met consument oneerlijk is. Is
dat het geval, dan laat hij het beding buiten toepassing.
Dit resulteerde in een procedure. De rechter constateerde hier op basis van de stukken dat
een algemene voorwaarde eenzijdig is. De rechter moet dan ook ambtshalve, dus uit eigen
beweging, dat beding buiten toepassing laten. Het is dus in die zin eigenlijk meer een
nietigheid. Wat is het algemeen belang hier? Het goed functioneren van de interne markt. In
de wet staat nog steeds ‘vernietigbaar’, maar op grond van de rechtspraak dus ambtshalve
toetsen.
Waarom ambtshalve toetsing? Hof noemt drie argumenten:
- Onwetendheid consument.
- De consument zoekt vaak ook geen rechtshulp in verband met de hoge kosten.
- Ambtshalve toetsing is derhalve noodzakelijk voor een doeltreffende bescherming van de
consument.
Hoe werkt artikel 3:40 BW?
3 toetsingscriteria
Het uitgangspunt is dus contractsvrijheid, de mogelijke uitzonderingen zijn:
1. Goede zeden
2. Openbare orde
3. Strijd met dwingende wetsbepaling (= poortwachtersfunctie)
Een overeenkomst mag hier niet mee in strijd zijn. De eerste vraag is: waar zit je in het artikel?
Structuur art. 3:40 BW BELANGRIJK!
Wat artikel 3:40 BW lastig maakt, is dat er met het derde criteria (strijd met een dwingende wetsbepaling)
onderscheid gemaakt wordt tussen drie aspecten.
- Wet verbiedt het verrichten van een rechtshandeling => lid 2
- Wet verbiedt de inhoud van een rechtshandeling => lid 1 (strijd met openbare orde/goede zeden)
- Wet verbiedt de strekking van een rechtshandeling => lid 1 (strijd met openbare orde/goede
zeden)
Wat houden deze begrippen in?
- Verrichten rechtshandeling = het sluiten van de overeenkomst