FILOSOFIE
Hoofdstuk 1: De oorsprong van de filosofie
1. Inleiding
1.1 Etymologie
1.1.1 OORSPRONG FILOSOFIE
● Filosofie komt van “filein” = houden van “sophia” = Griekse godin van de wijsheid
(verrassing => de meeste filosofie is verhaal v mannen)
● Vraag oorsprong filosofie kan op 2 manieren beantwoord worden
1. zo oud als de mens zelf: iedereen die diepzinnige vragen stelt is filosofisch
bezig
Plato: begint filo bij verwondering (= bron v zoektocht onszelf en wereld)
2. Manier van denken in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur
ontstaan
1.1.2 SOORTEN FILOSOFIE
● Westerse filosofie: rond Egeïsche zee in 6de eeuw V.C. ontstaan door overgang
mythos naar logos
*Mythos = wereldbeeld gebaseerd op mythen/goden, fantastische verhalen, natuur wordt
verklaard door goden (het bovennatuurlijke)
*Logos = wereld die fundering zoekt in rationele wereld (door belang voor observatie &
argumentatie => natuur uit natuur verklaard) en NIET door te verwijzen naar Goden en
andere wezens en wisselende gemoedstoestanden
● Oosterse filosofie: (logos)
India: Upanishaden, Mahavira, Boeddha
China: Confucius, Lao Tzu: taoïsme (Ying&Yang) → idee van god niet
nodig
1.1.3 MYTHOS (o.a. Homeros, Hesiodus, 3 “Religies v/h boek”)
● Ilias = paard v Troje door (Homeros: blinde schrijver)
● Odysseus = terugkeer naar huis, weg die je aflegt om jezelf terug te
vinden tegen alle verlokkingen vh leven
Verhaal Odysseus en de sirenen: Odysseus, koning van Ithaka, vocht mee in
de Trojaanse oorlog aan de zijde van Agamemnon. Tijdens de oorlog
verwondde hij de zoon van Poseidon, wat hem in grote problemen bracht.
Poseidon dwarsboomde zijn terugreis en stuurde Sirenen op hem af,
verleidsters die met hun gezang schepen laten vergaan.
● Zondeval (O.T.) = pure bijgeloof (Adam & Eva i.d. tuin v Ede)
gevolg kennis & oordelen → door te oordelen eten v.d. boom v.d.
kennis v goed en kwaad uit continuüm gevallen en leiden zelf ons lot (dieren
beseffen geen goed of kwaad)
Verhaal Zondeval = de zondeval is het Bijbelse verhaal waarin Adam en Eva
verboden vrucht eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Hierdoor
1
,verliezen ze hun onschuld, worden ze zich bewust van goed en kwaad, en
worden ze uit het paradijs (de tuin van Eden) verdreven.
=> INTERPRETATIE: Je moet het verhaal zien als een weg die wij allemaal in
ons leven afleggen om thuis te komen, en alle moeilijkheden die we daarbij
tegenkomen
Andere mythische wereldbeelden: Australische aboriginals, Afrikaanse
herdersvolkeren, Indische Godenwereld
1.1.4 VAN MYTHOS NAAR LOGOS
= nieuwe manier van denken & verklaren dan traditionele eerder mythische
verklaringsmodellen
● natuur wordt uit de natuur verklaard
● groter belang van (zintuiglijke) observatie
Hoe is deze sprong in ‘denken’ te verklaren?
● De mensen gaven een eigen vorm aan hun goden (Ethiopiërs maken hun goden
zwart met stompe neuzen; de Thraciërs zeggen dat die van hun blauwe ogen en
rood haar hadden), in werkelijkheid hebben de mensen nooit iets over de goden
geweten en zullen dat ook nooit weten
● Verstedelijking
● Dichter Xenophanes (hoe komt het dat we zo verschillen in visie over goden?)
1.1.5 LOGOS IN HET OOSTEN
India: Upanishaden, Boeddha en Mahavira ( 2 figuren basis v jainisme en boedhisme)
China: Confucius en Taoïsme door Lao Tse
1.2 Omschrijving en indeling van de filosofie
1.2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Cfr. omschrijving van italiaanse filosoof de Crescenzo (1997)
● Mens hoogste graad van beschaving door twee fundamentele disciplines
→ wetenschap en religie
● Filosofie tussen religie en wetenschap, afsplitsing 1543
→ Komt overeen met overgang mythos naar logos
1) Wetenschap = bestudeert op systematische wijze wereld v.d objectieve
verschijnselen of fenomenen (wat objectiveerbaar/zichtbaar is, op zoek naar wetten
en theorieën die fenomenen verklaren, terugdringing filosofie)
- Domein → de materiële werkelijkheid
- Natuurfilosofie werd fysica (en later ook andere natuurwetenschappen en
sociologie/psychologie)
- Ratio (rede, verstand) & empirie (zintuigelijke waarneming)
2) Religie = innerlijke dwang naar menselijke geest, zoekt naar iets absoluuts en biedt
troost en zingeving
- Domein → zingeving, waarden, bewustzijn
- “voorbij” zintuigen en verstand
Twee belangrijke werken die visie mens en wereld veranderde:
2
, 1) Over beweging vd hemelsferen (copernicus)
2) Over de samenstelling vh menselijk lichaam (vesalius)
Francis Bacon
= aanzet ontwikkeling wet. Methodes
= begrippen inductie en experiment: basis v wetenschappelijke methodes, later uitmonden
tot natuurwetten Newton → begin vd fysica
1.2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Van Kant (grote filosoof van de verlichting, 3 essentiële vragen):
1) Wat kan ik weten? (ons denken)
2) Wat moet ik doen? (ons handelen)
3) Wat mag ik hopen? (onze verwachtingen)
➔ Kant brengt deze 3 tot 1 vraag: Wat is de mens?
Ferry (hedendaagse Franse filosoof) benoemt dit nog kernachtiger:
1) Kennis: werkelijkheid
→ objectieve feiten en richt zich op weten hoe objecten verschijnen en op elkaar
inwerken
2) Ethiek: rechtvaardigheid
3) Wijsheid : heil/ geluk
→ manier waarop we in het leven staan en omgaan met wisselvalligheden van
het leven, vele culturen situeren in “hart”
1.2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Filosofie = feiten en waarden
➔ huis van filosofie = gebouw met 2 verdiepen met telkens 3 kamers
Ontologische vragen: vragen naar het ‘zijnde’:
Feiten = ‘dat wat is’ => ontologie (de leer van het zijn) = wereld, bovenwereld en mens
1) kosmologie (wereld): vraagt naar oorsprong kosmos, natuur, krachten binnen
die natuur
2) Metafysica (bovenwereld): ‘boven de fysica’, stelt de vraag naar achterliggende
principes (als dit achterliggende principe = god, spreekt men van theologie)
3) (Wijsgerige) Antropologie (de mens): houdt zich bezig met wie ben ik en wat
drijft mij, ging als wetenschap over in sociologie, psychologie, culturele
antropologie en agogiek
Vragen naar de ‘drie waarden’:
Waarden = oervormen van Plato: het goede, het ware en het schone
1) Waarheid
● Epistemologie of kennisleer = vragen over waarheid en kennis: ‘Wat is kennis?’
‘Wat is waarheid?’ ‘Wat is het verschil tussen waarheid en mening?’
● Logica houdt zich bezig met ‘Wat is geldig redeneren?’
● Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met grondslagen van de kennis van
afzonderlijke wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doelen
verhelderd en kritisch onderzocht
● Taalfilosofie behandelt ontstaan, ontwikkeling, betekenis en functie van taal en
verband tussen taal en dingen en taal en denken
3
, 2) Goedheid en rechtvaardigheid
● Ethiek onderzoekt het goede, vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid is, of en
hoe het goede kan gefundeerd worden, of normen en waarden een universele
grond hebben, dan wel relatief zijn aan de mens en cultuur
● Sociale en politieke filosofie houdt zich bezig met de (rechtvaardige) samenleving
‘Hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?’
● Rechtsfilosofie is apart vakgebied met vraag naar aard en oorsprong van recht en
verhouding tot ethiek, deontologie/ plichtenleer, criminologie
3) Schoonheid
● Esthetica houdt zich bezig met vraag naar wat schoonheid en kunst is
● Afgeleide deelgebieden: kunst- en cultuurfilosofie
1.3 De pre-socratische filosofie = filosofie voor Socrates
= weinig bewaard, eerste stappen naar nieuw soort denken
● vragen kosmisch geïnspireerd: oorsprong kosmos en principes van verandering
● 6de – 5de eeuw v. chr
1.3.1 THALES VAN MILETE
Beschouwd als ‘eerste filosoof’ want:
1) Eerste die complexe werkelijkheid terugbracht tot één beginsel of
archè(reductionisme)
➔ Oorsprong van alles is water (alles ontstaat uit water en keert ernaar terug)
2) Wiskundige stelling naar hem genoemd (evenwijdige rechten snijden evenredige
stukken af: A/B = D/C) => hoogte piramides meten
3) ‘Ken jezelf’ als fundamentele taak => zelfkennis vb: wie ben ik?
1.3.2 ANAXIMANDER VAN MILETE
Leerling van Thales
● Ging verder in op eerste beginsel
➔ het apeiron (het onbepaalde of onbegrensde) is het eerste beginsel waaruit alles
voortkomt
● Eerste overgeleverde kosmogonie = verklaring voor ontstaan en evolutie van
wereld, gebaseerd op de dynamiek tussen de 4 elementen (water, aarde, lucht en
vuur)
● Eén fragment bewaard: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben,
daarin vinden ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers
recht (díkè) en boete voor het onrecht (adikía), overeenkomstig de verordening
van de tijd"
= beschrijving verandering in wereld in termen van rechtvaardigheid en
onrechtvaardigheid = menselijke termen
1.3.3 PYTHAGORAS
Begrip philosophos ontworpen: persoon die blijft nadenken tot hij het weet
● Stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2
● Vertrouwdheid met reken- en meetkunde deed hem inzien dat achter deze complexe
wereld een ander soort ‘perfecte’ wereld besloten ligt, uit te drukken in getallen
● Via getallen en onderlinge verhoudingen kan men de wereld vatten en in
kaart brengen → Voor Pythagoras: kosmos = geordend geheel
● Geloofde in reïncarnatie van de ziel, leefde in commune
4
Hoofdstuk 1: De oorsprong van de filosofie
1. Inleiding
1.1 Etymologie
1.1.1 OORSPRONG FILOSOFIE
● Filosofie komt van “filein” = houden van “sophia” = Griekse godin van de wijsheid
(verrassing => de meeste filosofie is verhaal v mannen)
● Vraag oorsprong filosofie kan op 2 manieren beantwoord worden
1. zo oud als de mens zelf: iedereen die diepzinnige vragen stelt is filosofisch
bezig
Plato: begint filo bij verwondering (= bron v zoektocht onszelf en wereld)
2. Manier van denken in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur
ontstaan
1.1.2 SOORTEN FILOSOFIE
● Westerse filosofie: rond Egeïsche zee in 6de eeuw V.C. ontstaan door overgang
mythos naar logos
*Mythos = wereldbeeld gebaseerd op mythen/goden, fantastische verhalen, natuur wordt
verklaard door goden (het bovennatuurlijke)
*Logos = wereld die fundering zoekt in rationele wereld (door belang voor observatie &
argumentatie => natuur uit natuur verklaard) en NIET door te verwijzen naar Goden en
andere wezens en wisselende gemoedstoestanden
● Oosterse filosofie: (logos)
India: Upanishaden, Mahavira, Boeddha
China: Confucius, Lao Tzu: taoïsme (Ying&Yang) → idee van god niet
nodig
1.1.3 MYTHOS (o.a. Homeros, Hesiodus, 3 “Religies v/h boek”)
● Ilias = paard v Troje door (Homeros: blinde schrijver)
● Odysseus = terugkeer naar huis, weg die je aflegt om jezelf terug te
vinden tegen alle verlokkingen vh leven
Verhaal Odysseus en de sirenen: Odysseus, koning van Ithaka, vocht mee in
de Trojaanse oorlog aan de zijde van Agamemnon. Tijdens de oorlog
verwondde hij de zoon van Poseidon, wat hem in grote problemen bracht.
Poseidon dwarsboomde zijn terugreis en stuurde Sirenen op hem af,
verleidsters die met hun gezang schepen laten vergaan.
● Zondeval (O.T.) = pure bijgeloof (Adam & Eva i.d. tuin v Ede)
gevolg kennis & oordelen → door te oordelen eten v.d. boom v.d.
kennis v goed en kwaad uit continuüm gevallen en leiden zelf ons lot (dieren
beseffen geen goed of kwaad)
Verhaal Zondeval = de zondeval is het Bijbelse verhaal waarin Adam en Eva
verboden vrucht eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Hierdoor
1
,verliezen ze hun onschuld, worden ze zich bewust van goed en kwaad, en
worden ze uit het paradijs (de tuin van Eden) verdreven.
=> INTERPRETATIE: Je moet het verhaal zien als een weg die wij allemaal in
ons leven afleggen om thuis te komen, en alle moeilijkheden die we daarbij
tegenkomen
Andere mythische wereldbeelden: Australische aboriginals, Afrikaanse
herdersvolkeren, Indische Godenwereld
1.1.4 VAN MYTHOS NAAR LOGOS
= nieuwe manier van denken & verklaren dan traditionele eerder mythische
verklaringsmodellen
● natuur wordt uit de natuur verklaard
● groter belang van (zintuiglijke) observatie
Hoe is deze sprong in ‘denken’ te verklaren?
● De mensen gaven een eigen vorm aan hun goden (Ethiopiërs maken hun goden
zwart met stompe neuzen; de Thraciërs zeggen dat die van hun blauwe ogen en
rood haar hadden), in werkelijkheid hebben de mensen nooit iets over de goden
geweten en zullen dat ook nooit weten
● Verstedelijking
● Dichter Xenophanes (hoe komt het dat we zo verschillen in visie over goden?)
1.1.5 LOGOS IN HET OOSTEN
India: Upanishaden, Boeddha en Mahavira ( 2 figuren basis v jainisme en boedhisme)
China: Confucius en Taoïsme door Lao Tse
1.2 Omschrijving en indeling van de filosofie
1.2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Cfr. omschrijving van italiaanse filosoof de Crescenzo (1997)
● Mens hoogste graad van beschaving door twee fundamentele disciplines
→ wetenschap en religie
● Filosofie tussen religie en wetenschap, afsplitsing 1543
→ Komt overeen met overgang mythos naar logos
1) Wetenschap = bestudeert op systematische wijze wereld v.d objectieve
verschijnselen of fenomenen (wat objectiveerbaar/zichtbaar is, op zoek naar wetten
en theorieën die fenomenen verklaren, terugdringing filosofie)
- Domein → de materiële werkelijkheid
- Natuurfilosofie werd fysica (en later ook andere natuurwetenschappen en
sociologie/psychologie)
- Ratio (rede, verstand) & empirie (zintuigelijke waarneming)
2) Religie = innerlijke dwang naar menselijke geest, zoekt naar iets absoluuts en biedt
troost en zingeving
- Domein → zingeving, waarden, bewustzijn
- “voorbij” zintuigen en verstand
Twee belangrijke werken die visie mens en wereld veranderde:
2
, 1) Over beweging vd hemelsferen (copernicus)
2) Over de samenstelling vh menselijk lichaam (vesalius)
Francis Bacon
= aanzet ontwikkeling wet. Methodes
= begrippen inductie en experiment: basis v wetenschappelijke methodes, later uitmonden
tot natuurwetten Newton → begin vd fysica
1.2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Van Kant (grote filosoof van de verlichting, 3 essentiële vragen):
1) Wat kan ik weten? (ons denken)
2) Wat moet ik doen? (ons handelen)
3) Wat mag ik hopen? (onze verwachtingen)
➔ Kant brengt deze 3 tot 1 vraag: Wat is de mens?
Ferry (hedendaagse Franse filosoof) benoemt dit nog kernachtiger:
1) Kennis: werkelijkheid
→ objectieve feiten en richt zich op weten hoe objecten verschijnen en op elkaar
inwerken
2) Ethiek: rechtvaardigheid
3) Wijsheid : heil/ geluk
→ manier waarop we in het leven staan en omgaan met wisselvalligheden van
het leven, vele culturen situeren in “hart”
1.2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Filosofie = feiten en waarden
➔ huis van filosofie = gebouw met 2 verdiepen met telkens 3 kamers
Ontologische vragen: vragen naar het ‘zijnde’:
Feiten = ‘dat wat is’ => ontologie (de leer van het zijn) = wereld, bovenwereld en mens
1) kosmologie (wereld): vraagt naar oorsprong kosmos, natuur, krachten binnen
die natuur
2) Metafysica (bovenwereld): ‘boven de fysica’, stelt de vraag naar achterliggende
principes (als dit achterliggende principe = god, spreekt men van theologie)
3) (Wijsgerige) Antropologie (de mens): houdt zich bezig met wie ben ik en wat
drijft mij, ging als wetenschap over in sociologie, psychologie, culturele
antropologie en agogiek
Vragen naar de ‘drie waarden’:
Waarden = oervormen van Plato: het goede, het ware en het schone
1) Waarheid
● Epistemologie of kennisleer = vragen over waarheid en kennis: ‘Wat is kennis?’
‘Wat is waarheid?’ ‘Wat is het verschil tussen waarheid en mening?’
● Logica houdt zich bezig met ‘Wat is geldig redeneren?’
● Wetenschapsfilosofie houdt zich bezig met grondslagen van de kennis van
afzonderlijke wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen en doelen
verhelderd en kritisch onderzocht
● Taalfilosofie behandelt ontstaan, ontwikkeling, betekenis en functie van taal en
verband tussen taal en dingen en taal en denken
3
, 2) Goedheid en rechtvaardigheid
● Ethiek onderzoekt het goede, vraagt wat goedheid en rechtvaardigheid is, of en
hoe het goede kan gefundeerd worden, of normen en waarden een universele
grond hebben, dan wel relatief zijn aan de mens en cultuur
● Sociale en politieke filosofie houdt zich bezig met de (rechtvaardige) samenleving
‘Hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?’
● Rechtsfilosofie is apart vakgebied met vraag naar aard en oorsprong van recht en
verhouding tot ethiek, deontologie/ plichtenleer, criminologie
3) Schoonheid
● Esthetica houdt zich bezig met vraag naar wat schoonheid en kunst is
● Afgeleide deelgebieden: kunst- en cultuurfilosofie
1.3 De pre-socratische filosofie = filosofie voor Socrates
= weinig bewaard, eerste stappen naar nieuw soort denken
● vragen kosmisch geïnspireerd: oorsprong kosmos en principes van verandering
● 6de – 5de eeuw v. chr
1.3.1 THALES VAN MILETE
Beschouwd als ‘eerste filosoof’ want:
1) Eerste die complexe werkelijkheid terugbracht tot één beginsel of
archè(reductionisme)
➔ Oorsprong van alles is water (alles ontstaat uit water en keert ernaar terug)
2) Wiskundige stelling naar hem genoemd (evenwijdige rechten snijden evenredige
stukken af: A/B = D/C) => hoogte piramides meten
3) ‘Ken jezelf’ als fundamentele taak => zelfkennis vb: wie ben ik?
1.3.2 ANAXIMANDER VAN MILETE
Leerling van Thales
● Ging verder in op eerste beginsel
➔ het apeiron (het onbepaalde of onbegrensde) is het eerste beginsel waaruit alles
voortkomt
● Eerste overgeleverde kosmogonie = verklaring voor ontstaan en evolutie van
wereld, gebaseerd op de dynamiek tussen de 4 elementen (water, aarde, lucht en
vuur)
● Eén fragment bewaard: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben,
daarin vinden ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers
recht (díkè) en boete voor het onrecht (adikía), overeenkomstig de verordening
van de tijd"
= beschrijving verandering in wereld in termen van rechtvaardigheid en
onrechtvaardigheid = menselijke termen
1.3.3 PYTHAGORAS
Begrip philosophos ontworpen: persoon die blijft nadenken tot hij het weet
● Stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2
● Vertrouwdheid met reken- en meetkunde deed hem inzien dat achter deze complexe
wereld een ander soort ‘perfecte’ wereld besloten ligt, uit te drukken in getallen
● Via getallen en onderlinge verhoudingen kan men de wereld vatten en in
kaart brengen → Voor Pythagoras: kosmos = geordend geheel
● Geloofde in reïncarnatie van de ziel, leefde in commune
4