De renaissance
Tijdens de Renaissance (1300-1600) vond er een mentaliteitsverandering plaats. Het mensbeeld
veranderde door de mens centraler te stellen: de mens beschikte over talenten en begon zichzelf te
ontplooien (uomo universale). De mens begon van het leven op aarde te genieten en het geloof werd
minder belangrijk.
De inspiratie kwam voort uit de Grieks-Romeinse cultuur. Er werden veel boeken uit deze tijd
gelezen. Deze belangstelling voor antieke literatuur heette humanisme.
De mentaliteitsverandering was te zien op veel gebieden:
- Literatuur: lezen werd toegankelijk voor iedereen. Niet-religieuze teksten in landstaal.
- Kunst: kunstwerken over niet-religieuze onderwerpen, waarbij er veel nadruk kwam op
kwaliteit, perspectief, contrast, natuurgetrouw, anatomie en emoties.
- Politiek: In de Middeleeuwen bestuurde leiders vanuit het goddelijk plan. God wilde dat de
leider bestuurde > kritiek: machthebbers handelen in het belang van de gemeenschap.
Machthebbers moesten zorgen stabiliteit en het welzijn van de staat gaat boven alles, zelfs
slachtoffers > machiavellisme.
De Renaissance ontstond in Italië door 2 oorzaken:
1. In Italië ontstonden rijke steden, waar de elite hun macht wilde tonen: kunstwerken en
gebouwen maken. Deze kunstwerken werden gemaakt door kunstenaren die nadruk legden op
de oudheid.
2. Teksten van klassieke auteurs kwamen boven water: kloosters, kruistochten en
handelscontacten met Arabië
De ideeën werden verspreid door de boekdrukkunst (1450)
Een belangrijk gevolg van de renaissance was dat er kritiek kwam op de kerk. Zo ging Erasmus de
bijbel en klassieke teksten vergelijken en kwam erachter dat er verschillen in zaten. Mensen wilden de
kerk veranderen.
Overzeese expansie
De Europese overzeese expansie had 3 oorzaken:
1. De handelsroutes over het vaste land werden minder toegankelijk door de ineenstorting van
het Mongoolse rijk.
2. Het werd technisch mogelijk om over zee te varen en terug te komen: bouw van schepen en
uitvindingen, zoals het kompas.
3. Christelijke vorsten wilden het Christendom verspreiden.
De overzeese reizen brachten veel kennis en rijkdom op, maar ook veel geweld.
Door de wereldreizen veranderde het wereldbeeld: ontdekking van nieuwe gebieden, zoals Amerika.
Hierbij kwam er conflict tussen Spanje en Portugal > 1494: verdrag van Tordesillas (westen voor
Spanje, oosten voor Portugal). Daarna kwam er conflict over het bezit van de Molukken: verdrag van
Zaragoza > Frankrijk kreeg de Molukken in ruil voor geld.
Bij de wereldreizen werd er kennis gemaakt met andere volken, die in Christenen perspectief rare
gebruiken hadden. Er kwam een drang hen te bekeren tot het Christendom, op 3 manieren:
, 1. Veel geweld
2. Ontzag voor de volken
3. Het opnemen voor het lot van de Indianen.
Er zijn 5 gevolgen van de ontdekkingsreizen:
1. Nieuw wereldbeeld
2. Verspreiding van het Christendom
3. Ontstaan van een wereldeconomie
4. Er verdwenen allerlei koninkrijken van de Indianen
5. Opkomst van de slavernij
De reformatie
Luther had op 4 punten kritiek op de katholieke kerk:
1. Aflatenhandel: vergelding van de zonden werden verkocht
2. Heiligenverering: je mocht eigenlijk alleen God vereren
3. 7 sacramenten: alleen de doop, het avondmaal en de biecht waren voor de vergeving van de
zonden
4. Organisatie van de kerk: Luther had moeite met de hiërarchie in de kerk. De paus eigende
gezag toe van God (vergiffenis van de zonden). Mensen moesten zelf contact zoeken door
bijbelstudie.
Luther wilde net als eerdere kerkleiders de kerk van binnen uit hervormen > kerk reageerde
afwijzend > vervolgingen > splitsing van de kerk > reformatie. Ontstaan van 3 kerken:
Katholicisme Lutheranisme Calvinisme
Hemel: regels van de kerk volgen Hemel: oprecht geloof en berouw van Voorbestemd voor de hemel of hel
de zonden
Paus is hoofd van de kerk: geen Vorst is het hoofd: geen verzet Er is geen kerkhoofd: verzet tegen
verzet vorst mag
Geestelijken mogen niet trouwen Geestelijken mogen trouwen Geestelijken mogen trouwen
Bijbel en uitspraken van geestelijken Bijbel is de basis Bijbel is basis
vormen basis
7 sacramenten 3 sacramenten 2 sacramenten
Heiligen zijn een voorbeeld Heiligen is afgoderij Heiligen is afgoderij
Concilie van Trente (1545-1563): verkoop van aflaten wordt verboden, heiligen mogen vereerd
worden, ketters worden aangepakt > inquisitie > contrareformatie.
De reformatie had 2 belangrijke gevolgen:
1. In het dagelijks leven ontstonden er problemen, omdat het geloof een belangrijke rol speelde.
2. Het bestuur werd lastig: kerk was verweven met wereldlijk bestuur.
In allerlei landen gebeurde verschillende dingen:
- Duitse rijk: elk gebied had eigen vorst en eigen geloof
- Oostenrijk/Spanje/Frankrijk: katholiek
- Scandinavische landen: Luther
- Noordelijke Nederlanden: Calvijn
- Engeland: Anglicaanse kerk
Vanaf 1520 kwamen er godsdienstoorlogen in en tussen de landen.