Hoofdstuk 12 - Europees recht
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden:
Het verdrag:
De kern van het Europees recht.
Wat kan zoal in een verdrag worden geregeld?
- Er worden verdragen gesloten waarbij twee of meer staten
wederzijds rechten en plichten op zich nemen.
- Je kunt in de tweede plaats denken aan verdragen die rechten
en plichten in het leven roepen voor de burgers van de
verdragsluitende staten.
- Een derde belangrijke categorie is die waarbij via verdragen
internationale organisaties worden opgericht, zoals de
verdragen op grond waarvan de Europese Unie (EU) is
opgericht: het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
(VWEU), beide op 1 november 2009 in werking getreden.
Inhoud
verdrag
Rechten en Oprichting
plichten organisatie
Voor staten
Voor
burgers
Toetsvraag 12.1.
Instructienormen betreffen verdragsbepalingen die zich richten
tot de aangesloten staten. Normen met directe werking zijn
verdragsbepalingen die zich rechtstreeks wenden tot de burgers.
De categorie waarin rechten en plichten staan opgenomen, en
wel door de staten. Idem, maar dan voor de burger.
Verdrag en internationale organisatie:
Intergouvernementele organisatie;
, - Behouden alle verdragsluitende staten hun soevereiniteit
(soevereiniteit is het recht van een bestuursorgaan om het
hoogste gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is
verschuldigd aan een ander orgaan. Legitimatie van dit gezag
kan vanuit verschillende gezichtspunten benaderd worden,
zoals volkssoevereiniteit of godssoevereiniteit.).
- Geen enkel besluit kan worden genomen zonder dat alle
aangesloten staten daarmee akkoord gaan.
- De verdragsluitende staten geven dus geen macht prijs: er
wordt geen soevereiniteit overgedragen.
Supranationale organisatie:
- De aangesloten staten hebben juist wel een stuk(je) van hun
soevereiniteit prijsgegeven en kunnen zij in de toekomst met
(ongewenste) regelgeving vanuit die organisatie te maken
krijgen.
- Ook worden er via zo’n verdrag organen ingesteld die eigen
bevoegdheden hebben.
Welke landen zijn vanaf 2019 bij de EU aangesloten?
België Bulgarije Cyprus
Denemarken Duitsland Estland
Finland Frankrijk Griekenland
Hongarije Ierland Italië
Kroatië Letland Litouwen
Luxemburg Malta Nederland
Oostenrijk Polen Portugal
Roemenië Slovenië Slowakije
Spanje Tsjechië Zweden
- Landen die wel lid van de EU willen worden maar die nog niet
zijn toegelaten, worden kandidaat-lidstaten genoemd:
Turkije
Albanië
Noord-
Macedonië
International
Montenegro e organisatie
Servië
Toetsvraag 12.2.
Supranationa Intergourvern
Rusland heeft geen al ementel
binding met de EU.
Ook Amerika heeft
geen binding met de Deel
Souvereinitei
EU. soevereiniteit
t behouden
prijsgeven
Toetsvraag 12.3.
, Dat ligt eraan. Is de organisatie een supranationale of een
intergouvernementele organisatie. Bij de eerste vorm heeft A
daartoe geen recht en kan vanuit de verdragsorganisatie (een
rechtscollege) worden afgedwongen dat A de invoerrechten
intrekt. Is de organisatie een intergouvernementele organisatie,
dan heeft A daartoe ook niet het recht, maar de
verdragsorganisatie kan A niet dwingen de invoerrechten in te
trekken.
Toetsvraag 12.4.
Groenland wordt niet in de rij van 27 (na de Brexit) lidstaten
genoemd en is daarom geen lid van de EU, hoewel Denemarken
dat wel is (en al lang, sedert 1973). Juist daarom worden er
afzonderlijke afspraken met die land gemaakt.
Dualisme en monisme:
Dualistische visie: Er wordt een uitdrukkelijk onderscheid
gemaakt tussen de internationale en de nationale rechtsorde.
- Regels die niet door de nationale wetgever zijn gemaakt,
kunnen nooit zonder slag of stoot doorwerken in de nationale
rechtsorde.
- De twee zijn van elkaar gescheiden rechtsorden. Als
buitenlandse regelgeving binnen de nationale rechtsorde van
kracht wordt, gebeurt dat alleen wanneer de nationale
wetgever die regelgeving omzet in een regel van nationaal
recht: we spreken in dit verband ook wel van
transformatiewet.
Voorbeeld: Twee staten spreken af dat zij de doodstraf
zullen afschaffen. Deze afspraak zal voor de burgers van
staat A die een dualistische visie op het verdrag heeft
pas werken, wanneer de nationale wetgever daarna een
wet aanneemt waarin met zoveel woorden staat dat de
doodstraf niet meer zal worden toegepast.
Monistische visie: De internationale en de nationale rechtsorden
zijn niet van elkaar gescheiden.
- Verdragsbepalingen werken in dit geval rechtstreeks door in
de nationale rechtsorde; een transformatiewet is geen
voorwaarde voor gelding.
- De regel geldt dan: de hogere regel (de verdragsbepaling)
gaat vóór de lagere regel (de nationale regel).
Het onderscheid tussen monisme en dualisme is ten aanzien van
een situatie van geen belang. Heeft een staat namelijk een
verdrag ondertekend dat leidt tot een supranationale organisatie,
dan is deze staat aan de ‘wetten’ van deze organisatie direct
gebonden, ook al huldigt hij een dualistische visie op het verdrag.
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden:
Het verdrag:
De kern van het Europees recht.
Wat kan zoal in een verdrag worden geregeld?
- Er worden verdragen gesloten waarbij twee of meer staten
wederzijds rechten en plichten op zich nemen.
- Je kunt in de tweede plaats denken aan verdragen die rechten
en plichten in het leven roepen voor de burgers van de
verdragsluitende staten.
- Een derde belangrijke categorie is die waarbij via verdragen
internationale organisaties worden opgericht, zoals de
verdragen op grond waarvan de Europese Unie (EU) is
opgericht: het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
(VWEU), beide op 1 november 2009 in werking getreden.
Inhoud
verdrag
Rechten en Oprichting
plichten organisatie
Voor staten
Voor
burgers
Toetsvraag 12.1.
Instructienormen betreffen verdragsbepalingen die zich richten
tot de aangesloten staten. Normen met directe werking zijn
verdragsbepalingen die zich rechtstreeks wenden tot de burgers.
De categorie waarin rechten en plichten staan opgenomen, en
wel door de staten. Idem, maar dan voor de burger.
Verdrag en internationale organisatie:
Intergouvernementele organisatie;
, - Behouden alle verdragsluitende staten hun soevereiniteit
(soevereiniteit is het recht van een bestuursorgaan om het
hoogste gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is
verschuldigd aan een ander orgaan. Legitimatie van dit gezag
kan vanuit verschillende gezichtspunten benaderd worden,
zoals volkssoevereiniteit of godssoevereiniteit.).
- Geen enkel besluit kan worden genomen zonder dat alle
aangesloten staten daarmee akkoord gaan.
- De verdragsluitende staten geven dus geen macht prijs: er
wordt geen soevereiniteit overgedragen.
Supranationale organisatie:
- De aangesloten staten hebben juist wel een stuk(je) van hun
soevereiniteit prijsgegeven en kunnen zij in de toekomst met
(ongewenste) regelgeving vanuit die organisatie te maken
krijgen.
- Ook worden er via zo’n verdrag organen ingesteld die eigen
bevoegdheden hebben.
Welke landen zijn vanaf 2019 bij de EU aangesloten?
België Bulgarije Cyprus
Denemarken Duitsland Estland
Finland Frankrijk Griekenland
Hongarije Ierland Italië
Kroatië Letland Litouwen
Luxemburg Malta Nederland
Oostenrijk Polen Portugal
Roemenië Slovenië Slowakije
Spanje Tsjechië Zweden
- Landen die wel lid van de EU willen worden maar die nog niet
zijn toegelaten, worden kandidaat-lidstaten genoemd:
Turkije
Albanië
Noord-
Macedonië
International
Montenegro e organisatie
Servië
Toetsvraag 12.2.
Supranationa Intergourvern
Rusland heeft geen al ementel
binding met de EU.
Ook Amerika heeft
geen binding met de Deel
Souvereinitei
EU. soevereiniteit
t behouden
prijsgeven
Toetsvraag 12.3.
, Dat ligt eraan. Is de organisatie een supranationale of een
intergouvernementele organisatie. Bij de eerste vorm heeft A
daartoe geen recht en kan vanuit de verdragsorganisatie (een
rechtscollege) worden afgedwongen dat A de invoerrechten
intrekt. Is de organisatie een intergouvernementele organisatie,
dan heeft A daartoe ook niet het recht, maar de
verdragsorganisatie kan A niet dwingen de invoerrechten in te
trekken.
Toetsvraag 12.4.
Groenland wordt niet in de rij van 27 (na de Brexit) lidstaten
genoemd en is daarom geen lid van de EU, hoewel Denemarken
dat wel is (en al lang, sedert 1973). Juist daarom worden er
afzonderlijke afspraken met die land gemaakt.
Dualisme en monisme:
Dualistische visie: Er wordt een uitdrukkelijk onderscheid
gemaakt tussen de internationale en de nationale rechtsorde.
- Regels die niet door de nationale wetgever zijn gemaakt,
kunnen nooit zonder slag of stoot doorwerken in de nationale
rechtsorde.
- De twee zijn van elkaar gescheiden rechtsorden. Als
buitenlandse regelgeving binnen de nationale rechtsorde van
kracht wordt, gebeurt dat alleen wanneer de nationale
wetgever die regelgeving omzet in een regel van nationaal
recht: we spreken in dit verband ook wel van
transformatiewet.
Voorbeeld: Twee staten spreken af dat zij de doodstraf
zullen afschaffen. Deze afspraak zal voor de burgers van
staat A die een dualistische visie op het verdrag heeft
pas werken, wanneer de nationale wetgever daarna een
wet aanneemt waarin met zoveel woorden staat dat de
doodstraf niet meer zal worden toegepast.
Monistische visie: De internationale en de nationale rechtsorden
zijn niet van elkaar gescheiden.
- Verdragsbepalingen werken in dit geval rechtstreeks door in
de nationale rechtsorde; een transformatiewet is geen
voorwaarde voor gelding.
- De regel geldt dan: de hogere regel (de verdragsbepaling)
gaat vóór de lagere regel (de nationale regel).
Het onderscheid tussen monisme en dualisme is ten aanzien van
een situatie van geen belang. Heeft een staat namelijk een
verdrag ondertekend dat leidt tot een supranationale organisatie,
dan is deze staat aan de ‘wetten’ van deze organisatie direct
gebonden, ook al huldigt hij een dualistische visie op het verdrag.