3.3 Instituties, Beleid & Samenleving – samenvatting
Erasmus Universiteit Rotterdam
Ralf Lemmens
2025
1
, Samenvatting Thornton et al. (2012), Hoofdstuk 1 & 3: Het Institutionele
Logica Perspectief
Wat is het Institutionele Logica Perspectief?
Het institutionele logica perspectief biedt een analytisch raamwerk om te begrijpen hoe
instituties, organisaties en individuen worden beïnvloed door en interageren met bredere
maatschappelijke structuren. Dit perspectief benadrukt dat instituties niet enkel formele
regels zijn, maar ook sociale constructies die bestaan uit gedeelde symbolen, waarden
en praktijken. Dit helpt individuen en organisaties om betekenis te geven aan hun
handelingen en structuren in stand te houden of te veranderen.
Isomorfisme verwijst naar het proces waarbij organisaties binnen een bepaald
institutioneel veld steeds meer op elkaar gaan lijken. Dit concept komt voort uit de neo-
institutionele theorie (tegenhanger ILP), die stelt dat organisaties niet alleen handelen op
basis van rationele efficiëntie-overwegingen, maar vooral worden beïnvloed door de
institutionele omgeving waarin zij opereren. Volgens deze theorie worden organisaties
gevormd door bredere maatschappelijke structuren, zoals regelgeving, normen en
gedeelde overtuigingen, die bepalen wat als legitiem en passend wordt beschouwd.
Volgens DiMaggio & Powell kan dit proces op drie manieren plaatsvinden:
• Mimetic: organisaties imiteren succesvolle voorbeelden bij onzekerheid.
• Normative: normen worden verspreid via professionele opleidingen en
standaarden.
• Coercive: externe druk, bijvoorbeeld vanuit wetgeving of afhankelijkheid van andere
organisaties.
In tegenstelling tot de meer statische benadering van de neo-institutionele theorie, richt
het institutionele logica perspectief zich vooral op de dynamiek en pluraliteit van
institutionele invloeden. Het laat zien hoe meerdere, soms conflicterende institutionele
logica’s (zoals marktlogica, professionele logica of bureaucratische logica) tegelijkertijd
kunnen bestaan en het gedrag van actoren beïnvloeden.
Neo-institutionalisme: legt nadruk op stabiliteit, conformiteit en structuur. Organisaties
passen zich aan aan hun institutionele omgeving door isomorfisme (coercive, mimetic,
normatief). Verandering is traag, actoren zijn passief.
Institutionele Logica Perspectief (ILP): meer focus op dynamiek, meerdere logica’s
tegelijk (markt, staat, professie), en op strategisch handelen van actoren. Actoren kunnen
logica’s combineren of veranderen → meer ruimte voor agency.
2
,ILP komt voort uit het neo-institutionalisme, maar breidt het uit met aandacht voor
conflict, wisselende logica’s en actief gedrag van organisaties.
Verschil: neo-institutionalisme = structuur bepaalt gedrag.
ILP = gedrag wordt beïnvloed door structuur, maar actoren hebben keuzevrijheid tussen
logica’s. Meer nadruk op verandering.
De Fundamentele Principes van Institutionele Logica’s
Institutionele logica's zijn sociaal geconstrueerde patronen van culturele symbolen en
praktijken die betekenis geven aan gedrag en maatschappelijke processen. Ze organiseren
tijd en ruimte en vormen een referentiekader voor individuen en organisaties. De
belangrijkste kenmerken van institutionele logica's zijn:
1. Duale relatie tussen structuur en handelingsvermogen (agency) (zie ook p5)
a. Individuen en organisaties worden beïnvloed door instituties, maar kunnen
deze ook beïnvloeden en veranderen. Dit is een breuk met het
deterministische idee dat instituties actoren volledig dicteren.
2. Instituten zijn zowel materieel als symbolisch
a. Ze omvatten niet alleen tastbare structuren en regels (zoals bureaucratische
procedures), maar ook gedeelde ideeën en waarden (zoals wat wordt gezien
als ‘rationeel’ of ‘legitiem’ binnen een bepaalde orde).
i. Een ziekenhuis volgt niet alleen protocollen voor medische zorg
(materieel), maar handelt ook vanuit het idee dat genezing en zorg
voor patiënten moreel juist en professioneel gepast zijn (symbolisch).
3. Historische afhankelijkheid
a. Instituties ontwikkelen zich over tijd en zijn afhankelijk van hun verleden. Dit
betekent dat veranderingen zelden plotseling plaatsvinden, maar eerder als
een proces.
i. De organisatie van het Nederlandse onderwijssysteem, met vaste
lesroosters en klassikale instructie, is grotendeels gebaseerd op
negentiende-eeuwse onderwijsmodellen en verandert slechts
geleidelijk ondanks technologische en pedagogische vernieuwingen.
4. Multilevel analyse
a. Instituties opereren op verschillende niveaus: individueel, organisatorisch,
veld- en maatschappelijk niveau. Dit betekent dat instituties niet alleen de
macrostructuren van een samenleving beïnvloeden, maar ook dagelijkse
praktijken en identiteiten van individuen en organisaties.
3
, i. In de journalistiek stuurt een professionele logica op het niveau van
de beroepsgroep (veld) de normen voor objectieve berichtgeving aan,
bepaalt binnen redacties (organisatieniveau) hoe nieuws
geselecteerd wordt, en beïnvloedt op individueel niveau hoe
journalisten zichzelf zien als ‘waakhond van de democratie’.
Het Interinstitutionele Systeem
Een van de kernconcepten binnen dit perspectief is het interinstitutionele systeem, een
raamwerk dat de belangrijkste institutionele orden binnen een samenleving definieert.
Volgens Friedland & Alford (1991) en later uitgebreid door Thornton et al. (2012), bestaan er
meerdere institutionele orden met elk hun eigen logica. Deze logica’s beïnvloeden hoe
actoren handelen en welke waarden en normen zij als leidend beschouwen.
4
Erasmus Universiteit Rotterdam
Ralf Lemmens
2025
1
, Samenvatting Thornton et al. (2012), Hoofdstuk 1 & 3: Het Institutionele
Logica Perspectief
Wat is het Institutionele Logica Perspectief?
Het institutionele logica perspectief biedt een analytisch raamwerk om te begrijpen hoe
instituties, organisaties en individuen worden beïnvloed door en interageren met bredere
maatschappelijke structuren. Dit perspectief benadrukt dat instituties niet enkel formele
regels zijn, maar ook sociale constructies die bestaan uit gedeelde symbolen, waarden
en praktijken. Dit helpt individuen en organisaties om betekenis te geven aan hun
handelingen en structuren in stand te houden of te veranderen.
Isomorfisme verwijst naar het proces waarbij organisaties binnen een bepaald
institutioneel veld steeds meer op elkaar gaan lijken. Dit concept komt voort uit de neo-
institutionele theorie (tegenhanger ILP), die stelt dat organisaties niet alleen handelen op
basis van rationele efficiëntie-overwegingen, maar vooral worden beïnvloed door de
institutionele omgeving waarin zij opereren. Volgens deze theorie worden organisaties
gevormd door bredere maatschappelijke structuren, zoals regelgeving, normen en
gedeelde overtuigingen, die bepalen wat als legitiem en passend wordt beschouwd.
Volgens DiMaggio & Powell kan dit proces op drie manieren plaatsvinden:
• Mimetic: organisaties imiteren succesvolle voorbeelden bij onzekerheid.
• Normative: normen worden verspreid via professionele opleidingen en
standaarden.
• Coercive: externe druk, bijvoorbeeld vanuit wetgeving of afhankelijkheid van andere
organisaties.
In tegenstelling tot de meer statische benadering van de neo-institutionele theorie, richt
het institutionele logica perspectief zich vooral op de dynamiek en pluraliteit van
institutionele invloeden. Het laat zien hoe meerdere, soms conflicterende institutionele
logica’s (zoals marktlogica, professionele logica of bureaucratische logica) tegelijkertijd
kunnen bestaan en het gedrag van actoren beïnvloeden.
Neo-institutionalisme: legt nadruk op stabiliteit, conformiteit en structuur. Organisaties
passen zich aan aan hun institutionele omgeving door isomorfisme (coercive, mimetic,
normatief). Verandering is traag, actoren zijn passief.
Institutionele Logica Perspectief (ILP): meer focus op dynamiek, meerdere logica’s
tegelijk (markt, staat, professie), en op strategisch handelen van actoren. Actoren kunnen
logica’s combineren of veranderen → meer ruimte voor agency.
2
,ILP komt voort uit het neo-institutionalisme, maar breidt het uit met aandacht voor
conflict, wisselende logica’s en actief gedrag van organisaties.
Verschil: neo-institutionalisme = structuur bepaalt gedrag.
ILP = gedrag wordt beïnvloed door structuur, maar actoren hebben keuzevrijheid tussen
logica’s. Meer nadruk op verandering.
De Fundamentele Principes van Institutionele Logica’s
Institutionele logica's zijn sociaal geconstrueerde patronen van culturele symbolen en
praktijken die betekenis geven aan gedrag en maatschappelijke processen. Ze organiseren
tijd en ruimte en vormen een referentiekader voor individuen en organisaties. De
belangrijkste kenmerken van institutionele logica's zijn:
1. Duale relatie tussen structuur en handelingsvermogen (agency) (zie ook p5)
a. Individuen en organisaties worden beïnvloed door instituties, maar kunnen
deze ook beïnvloeden en veranderen. Dit is een breuk met het
deterministische idee dat instituties actoren volledig dicteren.
2. Instituten zijn zowel materieel als symbolisch
a. Ze omvatten niet alleen tastbare structuren en regels (zoals bureaucratische
procedures), maar ook gedeelde ideeën en waarden (zoals wat wordt gezien
als ‘rationeel’ of ‘legitiem’ binnen een bepaalde orde).
i. Een ziekenhuis volgt niet alleen protocollen voor medische zorg
(materieel), maar handelt ook vanuit het idee dat genezing en zorg
voor patiënten moreel juist en professioneel gepast zijn (symbolisch).
3. Historische afhankelijkheid
a. Instituties ontwikkelen zich over tijd en zijn afhankelijk van hun verleden. Dit
betekent dat veranderingen zelden plotseling plaatsvinden, maar eerder als
een proces.
i. De organisatie van het Nederlandse onderwijssysteem, met vaste
lesroosters en klassikale instructie, is grotendeels gebaseerd op
negentiende-eeuwse onderwijsmodellen en verandert slechts
geleidelijk ondanks technologische en pedagogische vernieuwingen.
4. Multilevel analyse
a. Instituties opereren op verschillende niveaus: individueel, organisatorisch,
veld- en maatschappelijk niveau. Dit betekent dat instituties niet alleen de
macrostructuren van een samenleving beïnvloeden, maar ook dagelijkse
praktijken en identiteiten van individuen en organisaties.
3
, i. In de journalistiek stuurt een professionele logica op het niveau van
de beroepsgroep (veld) de normen voor objectieve berichtgeving aan,
bepaalt binnen redacties (organisatieniveau) hoe nieuws
geselecteerd wordt, en beïnvloedt op individueel niveau hoe
journalisten zichzelf zien als ‘waakhond van de democratie’.
Het Interinstitutionele Systeem
Een van de kernconcepten binnen dit perspectief is het interinstitutionele systeem, een
raamwerk dat de belangrijkste institutionele orden binnen een samenleving definieert.
Volgens Friedland & Alford (1991) en later uitgebreid door Thornton et al. (2012), bestaan er
meerdere institutionele orden met elk hun eigen logica. Deze logica’s beïnvloeden hoe
actoren handelen en welke waarden en normen zij als leidend beschouwen.
4