Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - fundamenten van de psychologie - cijfer 7,8

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
43
Geüpload op
17-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Met deze samenvatting heb ik een 7,8 gehaald zonder veel te leren. Samenvatting voor het tentamen van fundamenten van de psychologie! hoofdstuk 1 tot en met 10 (behalve hoofdstuk 2 en 8).

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1 – Wat is psychologie?
1.1 - de definitie van psychologie
Psychologie: psychologie is een wetenschap, waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij
die gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan het gedrag ten
grondslag liggen.

- Net als andere wetenschappers proberen psychologen door systematische observatie
van meetbare kenmerken (het gedrag) inzicht te krijgen in de processen die niet
rechtstreeks te observeren vallen (interne processen).
- Hermann Ebbinghaus (een van de pioniers van de psychologie) begon zijn grootste werk
‘Uber das Gedachtnis’ (1885) met de woorden ‘Van het oudste onderwerp zullen wij de
nieuwste wetenschap maken’.
1.2 – ontwikkelingen die de psychologie mogelijk hebben gemaakt
Filosofie in het Oude Griekenland: de eerste invloedrijke geschriften over het functioneren van
de mens werden gepubliceerd in de klassieke oudheid -> Plato en Aristoteles.

- Plato (428-347 v.C.): er moest een onderscheid gemaakt worden tussen de ware,
onzichtbare wereld van onveranderlijke, ideale vormen en de zichtbare, veranderlijke
wereld rondom ons. De ziel had kennis van de ideale wereld en de mens kon toegang
krijgen tot deze kennis door gebruik te maken van de rede.
- Aristoteles (384-322 v.C.): hechtte meer belang aan observatie dan Plato, maar ook voor
Aristoteles kon ware kennis niet op observatie gebaseerd zijn. Om echte kennis te
hebben, diende men te vertrekken vanuit onwrikbare uitgangspunten (axi-oma’s). Deze
werden door de menselijke ziel intuïtief herkend als zelfevident. Vanuit dergelijke
observaties kon de rest va de kennis afgeleid worden met behulp van de menselijke rede.

De rooms-katholieke Kerk: na de val van het Romeinse rijk was de rooms-katholieke Kerk de
belangrijkste hoeder van de kennis in de westerse wereld. Doordat God garant stond voor de
waarheid, waren de geschriften van de kerkvaders de meest betrouwbare bron van informatie. In
de renaissance gingen geleerden op zoek naar oude Griekse handschriften en de islamitische
commentaren erop, omdat de kennis hierin veel uitgebreider was dan wat overgebleven was in
de westerse wereld na de middeleeuwen.

Een nieuwe manier van denken: De overtuiging van de Grieken en de katholieke Kerk dat ware
kennis gebaseerd is op nadenken, intuïtief aanvoelen en goddelijke ingevingen lijkt spontaan te
ontstaan, want we vinden die terug in alle beschavingen, die zich los van elkaar ontwikkeld
hebben. In Europa groeide in de 16e en 17e eeuw echter een andere vorm van kennisvergaring,
die uniek was in de wereld, namelijk de overtuiging dat ware kennis gebaseerd is op
systematische observatie en actief ingrijpen in de wereld. Factoren die een rol hebben gespeeld
bij het ontstaan van de wetenschappelijke revolutie in Europa, zijn de verminderde macht van de
rooms-katholieke Kerk, een herwaardering van handel en handenarbeid, de uitvinding van
boekdrukkunst, de ontdekkingsreizen en de confrontatie van de westerse wereld met de
Islamitische en Chinese beschavingen, de oprichting van universiteiten en een periode van
relatieve welvaart.

,De Copernicaanse revolutie: een belangrijke katalysator (versneller) voor de
wetenschappelijke revolutie was de vaststelling dat de kalender niet meer bleek te kloppen. De
kalender liep aan het eind van de 15e eeuw 10 dagen achter. De geleerden werden aan het werk
gezet om te onderzoeken wat er aan de hand was. Uiteindelijk werd in de 16e eeuw de juliaanse
kalender vervangen door de nauwkeurigere gregoriaanse kalender. De kalender sprong van
donderdag 4 oktober naar vrijdag 15 oktober 1582.

De Pools-Duitse geleerde Nicolaus Copernicus (1473-1543) verspreidde als eerste in 1514 een
tekst waarin hij de hypothese opperde dat de bewegingen in het heelal beter te begrijpen vielen
wanneer men uitging van de veronderstelling dat niet alle hemellichamen rond de aarde
draaiden, maar ook dat de aarde rond de zon draaide. De inzichten van Copernicus bleven
grotendeels hypothetisch totdat de Italiaanse geleerde Galileo Galilei (1564-1642) in 1632 een
boek publiceerde waarin hij het copernicaanse model verdedigde en dit met nieuwe observaties
onderbouwde. Uiteindelijk werden Galilei’s inzichten verder uitgewerkt door de Engelse
geleerde, Isaac Newton (1643-1727), die de bewegingen van planeten rond de zon beschreef aan
de hand van een aantal wiskundige formules. Het inzicht dat de aarde niet het centrum vormde
van het heelal, wordt de Copernicaanse revolutie genoemd.

Nieuwe kennis komt voort uit observatie en experimenten, niet uit het bestuderen van oude
meesters: de overtuiging groeide dat veel kennis niet verloren was gegaan en herontdekt moest
worden. Bovendien werd duidelijk dat de nieuwe ontdekkingen niet altijd volgden uit het passief
observeren van fenomenen, maar door actief in te grijpen op de fenomenen, door te
‘experimenteren’ en de gevolgen van dergelijke experimenten te bestuderen. De ‘mannen van de
wetenschap’ bouwden machines, deden onderzoek over allerhande substanties en levende
wezens. Dit leidde uiteindelijk tot de industriële revolutie in de 18e en 19e eeuw, de uittocht van
het platteland naar de stad en tot een grote welvaart voor de hele bevolking.

Wetenschap en macht: omdat de wetenschappelijke benadering beter aansloot bij het minder
dogmatische (eigenzinnig) protestantisme, waren de ontwikkelingen groter in landen die zich
grotendeels aan de invloed van de rooms-katholieke Kerk onttrokken hadden (Zwitserland,
Duitsland, Engeland en Nederland) dan landen die de kerk trouw bleven (Italië, Frankrijk en
Spanje).

De twee culturen: de invloed van de wetenschappen was een door in het oog van het
traditionele onderwijs, dat vooral gericht was op geloof, de studie van de klassieke Griekse en
Latijnse teksten, wiskunde en kunst. Er volgden volgens Snow (1959) twee culturen: de
klassieke, humanistische cultuur en de nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur. Volgens Snow
hebben beide culturen weinig contact en weten ze weinig van elkaar. Ook hebben ze
tegengestelde opvattingen over wat belangrijk is. Volgens de geesteswetenchappers is het
bestuderen en uitbreiden van de bestaande cultuur en kunst het na te streven ideaal (alfa).
Volgens de natuurwetenschappers moet de volledige samenleving heringericht worden op basis
van de wetenschappelijke inzichten (bèta).

De persoonlijke fout: Om de bewegingen van planeten en sterren te bestuderen was het nodig
om precies vast te stellen wanneer een hemellichaam een bepaalde lijn aan de hemel
overschreed. In 1796 stelde de hoofdsterrenkundige van het laboratorium in Londen vast dat de
tijden die zijn assistent hadden genoteerd, gemiddeld een halve seconde trager waren dan zijn
eigen tijden. De assistent zorgde niet voor betere resultaten en hij werd ontslagen. Hierna stelde
men in Duitsland vast dat de verschillen tussen astronomen standaard waren. De ene persoon
had meer tijd nodig om informatie te verwerken dan een ander. Daarom begon men te werken

,met een ‘persoonlijke fout’ voor elke sterrenkundige (en met de ontwikkeling van apparatuur om
de metingen juister te maken).

De snelheid van informatietransmissie in de zenuwen: de beperkingen van de waarneming
kwam verder aan het licht toen de Duitse fysioloog Hermann von Helmholtz (1821-1894) de
snelheid van zenuwimpulsen in de zenuwvezels begon te meten. Voorheen dacht men dat die
snelheid oneindig groot was en niet te meten viel. Von Helmholtz ontwierp een methode die het
mogelijk maakte om een zenuw in de poot van een kikker te stimuleren en het signaal een eind
verder op te vangen. Hierdoor slaagde hij erin de snelheid van informatieoverdracht te bepalen.
Het bleek slechts 30 meter per seconde (of ongeveer 100 km per uur) te kunnen.

Het onderzoek van Donders: het onderzoek van von Helmholtz werd uitgebreid tot de mens
door de Nederlandse oogarts Franciscus Cornelis Donders (1818-1889). In 1868 publiceerde hij
een artikel, waarin hij naging hoeveel tijd mensen nodig hadden om eenvoudige taken op te
lossen. Donders veronderstelde dat alle mentale handelingen (waarneming, discriminatie,
wilsuiting en het maken van een keuze) een zekere verwerkingstijd nodig hadden. Donders
werkte in 1868 met drie verschillende condities. In elke conditie werden geluiden aangeboden
als stimulus -> lettergrepen ka, ke, ki, ko en ku.

- Conditie 1: er werd steeds dezelfde stimulus aangeboden en de proefpersoon moest dit
zo snel mogelijk herhalen -> leidde tot reactie a: eenzelfde reactie op dezelfde stimulus
- Conditie 2: er werden vijf lettergrepen door elkaar aangeboden en de proefpersoon
moest de lettergrepen zo snel mogelijk herhalen -> leidde tot reactie b: een reactie
waarbij zowel een discriminatie (van de stimulus) als een keuze (van het antwoord)
gemaakt moest worden.
- Conditie 3: er werden opnieuw alle vijf de lettergrepen aangeboden, maar de
proefpersoon diende alleen de stimulus ‘ki’ te herhalen -> dit leidde tot reactie c: een
reactie waarbij alleen een discriminatie van de stimulus gemaakt moest worden.

Reactie a: gem. snelheid 197 milliseconden.

Reactie b: gem. snelheid 285 milliseconden.

Reactie c: gem. snelheid 243 milliseconden.

Het onderzoek van Donders is het begin geweest van de mentale chronometrie (= een
techniek waarbij men de psychologische processen in informatieverwerking probeer te
achterhalen door te kijken naar de reactietijd die mensen nodig hebben om bepaalde taken
uit te voeren).

De evolutietheorie: Een belangrijke rol in het ontstaan van de psychologie, was de
publicatie van de evolutietheorie door Charles Darwin (1809-1882). Darwin publiceerde zijn
boek “The Origin of the Species” in 1859. Volgens de evolutietheorie waren levende wezens
het resultaat van het aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden. Binnen elke
soort bestaan aangeboren individuele verschillen, waardoor niet elke eigenschap in even
grote mate aanwezig is bij elk lid van de soort (= genetische variatie). Die dieren die het beste
zijn aangepast aan hun natuurlijke omgeving, zullen het gemakkelijkst voedsel kunnen
vinden, zich beter kunnen verdedigen tegen aanvallers, beter bestand zijn tegen parasieten
en soepeler weten om te gaan met de eisen van het klimaat en meer gezonde nakomelingen
produceren dan minder goed aangepaste soortgenoten. (= natuurlijke selectie)

, Het selectieproces dat Darwin voorstelde, wordt duidelijk in beeld gebracht door het
onderzoek van Peter en Rosemary Grant (Grant, 1991). Zij volgden 20 jaar lang de
vinkenpopulatie op een klein eiland van de Galapagoseilanden. Zij deden dit in de periode
van 1976-1978. In deze periode was het erg droog en dit had gevolgen voor de
voedselvoorziening van de vinken. De populatie liep terug van 1200 naar 180.

1.3 – het ontstaan van de psychologie
De eerste wetenschappers waren filosofen -> natuurfilosofen genoemd. De wetenschappelijke
revolutie had als gevolg dat filosofen in de 15e en 16e eeuw opnieuw kritisch begonnen te
denken, in plaats van alleen maar de klassieke filosofen en kerkvaders te bestuderen en
becommentariëren.

René Descartes (1596-1650): Franse filosoof en wiskunde die in Nederland woonde. Zijn
denken werd sterk beïnvloed door oude filosofen. Hij ging uit van drie principes -> rationalisme,
dualisme en nativisme.

− Rationalisme: de waarheid kan achterhaald worden door gebruik te maken van de rede.
Het rationalisme stelt dat ware kennis gebaseerd is op de rede, die door het toepassen
van logica nieuwe informatie afleidt uit de bestaande.
− Dualisme: Het dualisme verwijst naar de overtuiging dat mensen uit twee onafhankelijke
elementen bestaan: een lichaam en een geest.
− Nativisme: Verwijst naar de overtuiging dat de mens aangeboren kennis heeft, die het
uitgangspunt vormt van alle andere, afgeleide kennis. Hier zie je de invloed van Plato,
Aristoteles en de katholieke kerk.

De vierde en laatste overtuiging van Descartes was nieuw en hield in dat het universum een
machine is die wiskundig beschreven kan worden. God had de machine gecreëerd en in werking
gesteld. Het menselijk lichaam was een onderdeel ervan en dus aan de natuurwetten
onderworpen. Hierdoor kon het menselijk lichaam wetenschappelijk bestudeerd worden.
Descartes overtuiging zorgde ervoor dat Newton op zoek ging naar de natuurwetten. Descartes
was een inspiratiebron voor Newton.

Empirisme in plaats van rationalisme: in Engeland groeide de onvrede met nativisme en het
rationalisme en kwam een tegenbeweging tot stand -> het empirisme.

- Empirisme: Volgens het empirisme wordt de inhoud van de geest niet gevormd door
aangeboren ideeën en afgeleide inzichten, maar via zintuigelijke ervaringen die met
elkaar geassocieerd worden. Een belangrijke grondlegger was John Locke (1632-1704).
Volgens Locke kwam menselijke kennis voort uit ervaringen met externe, voelbare
voorwerpen en niet vanuit aangeboren ideeën, waarmee hij bedoelde dat hogere-
ordekennis tot stand kwam door combinaties (associaties) van eenvoudigere ideeën.
Het empirisme -> nurture (aangeleerd)

Wundt en het eerste laboratorium voor de psychologie: Wilhelm Wundt (1832-1920) was de
eerste echte psycholoog. In 1879 richtte hij het eerste psychologische laboratorium op aan de
universiteit van Leipzig. Zijn invloed was erg groot. In 1874 publiceerde Wundt een boek dat de
wetenschappelijke psychologie beschreef -> Grundzuge der physiologischen psychologie.

- Wilhelm Wundt probeerde op basis van de introspectie (= kijken naar het eigen
bewustzijn van binnenuit, nadenken over eigen psychisch functioneren) de structuur van
bewustzijn te ontdekken -> structuralisme

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1, 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10
Geüpload op
17 april 2025
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€6,56
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
cornelissenjaniek

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
cornelissenjaniek marnix academie
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen