Samenvatting Neuroanatomie 2 (BWB216)
Bewegingswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen
College 1
Axonen van motorneuronen kruisen niet naar de andere kant. Er is één uitzondering waarbij dit wel
gebeurd, namelijk de axonen van de motorneuronen in de N. trochlearis. Axonen van de interneuronen
daarentegen kunnen wel kruisen naar de andere kant (of zelfs dubbel kruisen om weer ipsilateraal te
eindigen).
In de hersenen vinden veel kruisingen in het corpus callosum plaats
Commisura anterior
- o.a. verbinding tussen cellen in het reuksysteem gelegen in linker en rechter temporaal
kwabben en verbinding tussen cellen in de amygdala links en rechts
Commisura posterior
Een voorbeeld van een commissuur in het ruggenmerg is de commisura alba anterior
Motorneuronen krijgen heel veel input → convergentie
Stel motorneuron krijgt input van twee premotor interneuronen, wat gebeurt er dan? Er is sprake van
spatiële en temporele hierarchie → hoe dichter bij het cellichaam, hoe meer invloed + moment van
aankomst van actiepotentialen ten opzichte van elkaar is van belang.
College 2a: perifere zenuwen
Innervatie aangezicht
● Motorisch: n. Facialis
● Sensibel: n. Trigeminus
Innervatie achterhoofd/nek/hals
● Motorisch: C2/C3/C4
● Sensibel: C2/C3/C4 spinale wortels
,Innervatie arm → 5 zenuwen uit de plexus brachialis
● n. Radialis
○ Verloop: in de bovenarm via mediaal naar dorsaal; in de elleboog en de onderarm ligt de
zenuw dorsaal en diep. In de pols en hand ligt de zenuw dorsaal; er is één oppervlakkige
tak (sensibel)
○ Motorische functies: supinatie artt. Radioulnaris; extensoren art. cubiti , dorsaalflexoren
art. manus en extensoren van de vingers
○ Sensibel gebied: dorsale zijde van de boven en onderarm en ook nog aan de duimkant
● n. ulnaris
○ Verloop: bovenarm mediaal; in de elleboog dorsaal langs de epicondylus medialis;
ventraal mediaal in de onderarm; ventraal door carpale tunnel in pols; in de hand loopt
hij vanaf de pinkzijde in een boog richting de duim
○ Motorische functies: palmairflexoren art. manus pinkzijde, flexoren vingers pinkzijde,
ab- en adductoren vingers en de adductor van de duim
○ Sensibel gebied: mediaal aan de pinkzijde, zowel ventraal als dorsaal
● n. Medianus
○ Verloop: loopt ventraal in de bovenarm; mediaan in de elleboog; ventraal in de
onderarm en weer ventraal mediaan in de pols
○ Motorische functies: spieren ventraal in de onderarm (aan de duimzijde) → pronatie,
palmairflexoren art. manus laterale zijde, flexoren vingers laterale zijde, flexoren en
abductoren duim.
○ Sensibel gebied: topje van de vingers, handpalmen
● n. musculocutaneus:
○ Verloop: ventraal tussen m. biceps brachii en m. brachialis; loopt ook nog door in de
onderarm maar alleen kleine sensibele takjes. Loopt niet door in de pols dus kan daar
ook geen functie hebben.
○ Functie motorisch: m. coracobrachialis, m. biceps brachii, m. brachialis → flexie art.
cubiti en anteflexie art. Humeri.
○ Sensibel gebied: ventraal onderaan (sensibele takjes)
● n. axillaris
○ Verloop: loopt kort in het okselgebied
○ Functie motorisch: innervatie m. deltoideus → abductie art. Humerus
○ Sensibel gebied: schoudergebied lateraal
,Innervatie nek/romp
N. XI (n. accessorius) + spinale wortels (Cervicaal, Thoracaal en Lumbaal) → segmentale innervatie vanuit
de embryologie.
Innervatie been
● n. ischiadicus: ligt dorsaal ten opzichte van de femur → heeft heel veel aftakkingen en
innerveert de rest of zorgt voor de rest van de motorische functies (dus plantairflexie of flexie
art. genus)
● n. femoralis:
○ Verloop: ventraal in het bovenbeen
○ Motorische functies: innervatie m. quadriceps → anteflexie art. coxae en extensie art.
genus.
○ Sensibel gebied: ventromediaal bovenbeen, onderbeen en voet.
● n. Obturatorius
○ Verloop: mediaal in het bovenbeen
○ Motorische functies: adductie art. coxae
○ Sensibel gebied: liesgebied
● n. gluteus superior
○ Verloop: direct naar m. gluteus medius en m. gluteus minimus → alle abductoren art.
coxae
● n. gluteus inferior
○ Verloop: direct naar m. gluteus maximus
College 2b Zenuwen en ruggenmerg
Bijv. de spinale wortel van T1 ligt onder de wervel T1
Intumescentie: relatief meer volume door een meer
cellichamen →
- Cervicale intumescentie (C5-T1)
- Lumbale intumescentie (L2-S2)
Witte stof: rostraal de meeste hoeveelheid witte stof; caudaal het minst.
→ Hoeveelheid witte + grijze stof bepalen de grootte van transversale doorsnede van het ruggenmerg
Benoemen van locatie in het ruggenmerg
, Grijze stof: laminae van Rexed → histologische indeling van het ruggenmerg
● Lamina I: kleine cellen → axonen vormen banen voor nociceptie/temperatuur/jeuk
(paleospinothalamisch)
● Lamina II: weinig neuronen (pijn), veel vezels
● Lamina III + IV: grotere cellen → spelen een rol in tast en gevoel van huidharen
● Lamina V: grote cellen → spelen een rol bij pijn/temperatuur/jeuk (neospinothalamisch)
● Lamina VI/VII/VIII: bevat interneuronen met verschillende celgroepen per segment
○ Lamina VI/VII mediaal (alleen in segmenten C8-L3) → groep interneuronen die
projecteren naar het cerebellum; hebben proprioceptie als functie
○ Lamina VI/VII lateraal: veel preganglionaire autonome motoneuronen
○ Lamina VII/VIII bevat veel premotor interneuronen
■ Lamina VII → distale motoriek: bewegingen in de gewrichten van arm en been
■ Lamina VIII → axiale motoriek: bewegingen in de gewrichten van nek/rug/buik
+ schouder en heup
● Lamina IX: bevat motoneuronen → alleen in de intumescenties liggen
laterale motoneuronen voor de distale motoriek (aansturing
armen/benen). Mediaal liggen de motoneuronen voor de axiale
motoriek.
● Lamina X: pijn → ook wel spinal gray commisure genoemd.
Overzicht lamina van Rexed
Bewegingswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen
College 1
Axonen van motorneuronen kruisen niet naar de andere kant. Er is één uitzondering waarbij dit wel
gebeurd, namelijk de axonen van de motorneuronen in de N. trochlearis. Axonen van de interneuronen
daarentegen kunnen wel kruisen naar de andere kant (of zelfs dubbel kruisen om weer ipsilateraal te
eindigen).
In de hersenen vinden veel kruisingen in het corpus callosum plaats
Commisura anterior
- o.a. verbinding tussen cellen in het reuksysteem gelegen in linker en rechter temporaal
kwabben en verbinding tussen cellen in de amygdala links en rechts
Commisura posterior
Een voorbeeld van een commissuur in het ruggenmerg is de commisura alba anterior
Motorneuronen krijgen heel veel input → convergentie
Stel motorneuron krijgt input van twee premotor interneuronen, wat gebeurt er dan? Er is sprake van
spatiële en temporele hierarchie → hoe dichter bij het cellichaam, hoe meer invloed + moment van
aankomst van actiepotentialen ten opzichte van elkaar is van belang.
College 2a: perifere zenuwen
Innervatie aangezicht
● Motorisch: n. Facialis
● Sensibel: n. Trigeminus
Innervatie achterhoofd/nek/hals
● Motorisch: C2/C3/C4
● Sensibel: C2/C3/C4 spinale wortels
,Innervatie arm → 5 zenuwen uit de plexus brachialis
● n. Radialis
○ Verloop: in de bovenarm via mediaal naar dorsaal; in de elleboog en de onderarm ligt de
zenuw dorsaal en diep. In de pols en hand ligt de zenuw dorsaal; er is één oppervlakkige
tak (sensibel)
○ Motorische functies: supinatie artt. Radioulnaris; extensoren art. cubiti , dorsaalflexoren
art. manus en extensoren van de vingers
○ Sensibel gebied: dorsale zijde van de boven en onderarm en ook nog aan de duimkant
● n. ulnaris
○ Verloop: bovenarm mediaal; in de elleboog dorsaal langs de epicondylus medialis;
ventraal mediaal in de onderarm; ventraal door carpale tunnel in pols; in de hand loopt
hij vanaf de pinkzijde in een boog richting de duim
○ Motorische functies: palmairflexoren art. manus pinkzijde, flexoren vingers pinkzijde,
ab- en adductoren vingers en de adductor van de duim
○ Sensibel gebied: mediaal aan de pinkzijde, zowel ventraal als dorsaal
● n. Medianus
○ Verloop: loopt ventraal in de bovenarm; mediaan in de elleboog; ventraal in de
onderarm en weer ventraal mediaan in de pols
○ Motorische functies: spieren ventraal in de onderarm (aan de duimzijde) → pronatie,
palmairflexoren art. manus laterale zijde, flexoren vingers laterale zijde, flexoren en
abductoren duim.
○ Sensibel gebied: topje van de vingers, handpalmen
● n. musculocutaneus:
○ Verloop: ventraal tussen m. biceps brachii en m. brachialis; loopt ook nog door in de
onderarm maar alleen kleine sensibele takjes. Loopt niet door in de pols dus kan daar
ook geen functie hebben.
○ Functie motorisch: m. coracobrachialis, m. biceps brachii, m. brachialis → flexie art.
cubiti en anteflexie art. Humeri.
○ Sensibel gebied: ventraal onderaan (sensibele takjes)
● n. axillaris
○ Verloop: loopt kort in het okselgebied
○ Functie motorisch: innervatie m. deltoideus → abductie art. Humerus
○ Sensibel gebied: schoudergebied lateraal
,Innervatie nek/romp
N. XI (n. accessorius) + spinale wortels (Cervicaal, Thoracaal en Lumbaal) → segmentale innervatie vanuit
de embryologie.
Innervatie been
● n. ischiadicus: ligt dorsaal ten opzichte van de femur → heeft heel veel aftakkingen en
innerveert de rest of zorgt voor de rest van de motorische functies (dus plantairflexie of flexie
art. genus)
● n. femoralis:
○ Verloop: ventraal in het bovenbeen
○ Motorische functies: innervatie m. quadriceps → anteflexie art. coxae en extensie art.
genus.
○ Sensibel gebied: ventromediaal bovenbeen, onderbeen en voet.
● n. Obturatorius
○ Verloop: mediaal in het bovenbeen
○ Motorische functies: adductie art. coxae
○ Sensibel gebied: liesgebied
● n. gluteus superior
○ Verloop: direct naar m. gluteus medius en m. gluteus minimus → alle abductoren art.
coxae
● n. gluteus inferior
○ Verloop: direct naar m. gluteus maximus
College 2b Zenuwen en ruggenmerg
Bijv. de spinale wortel van T1 ligt onder de wervel T1
Intumescentie: relatief meer volume door een meer
cellichamen →
- Cervicale intumescentie (C5-T1)
- Lumbale intumescentie (L2-S2)
Witte stof: rostraal de meeste hoeveelheid witte stof; caudaal het minst.
→ Hoeveelheid witte + grijze stof bepalen de grootte van transversale doorsnede van het ruggenmerg
Benoemen van locatie in het ruggenmerg
, Grijze stof: laminae van Rexed → histologische indeling van het ruggenmerg
● Lamina I: kleine cellen → axonen vormen banen voor nociceptie/temperatuur/jeuk
(paleospinothalamisch)
● Lamina II: weinig neuronen (pijn), veel vezels
● Lamina III + IV: grotere cellen → spelen een rol in tast en gevoel van huidharen
● Lamina V: grote cellen → spelen een rol bij pijn/temperatuur/jeuk (neospinothalamisch)
● Lamina VI/VII/VIII: bevat interneuronen met verschillende celgroepen per segment
○ Lamina VI/VII mediaal (alleen in segmenten C8-L3) → groep interneuronen die
projecteren naar het cerebellum; hebben proprioceptie als functie
○ Lamina VI/VII lateraal: veel preganglionaire autonome motoneuronen
○ Lamina VII/VIII bevat veel premotor interneuronen
■ Lamina VII → distale motoriek: bewegingen in de gewrichten van arm en been
■ Lamina VIII → axiale motoriek: bewegingen in de gewrichten van nek/rug/buik
+ schouder en heup
● Lamina IX: bevat motoneuronen → alleen in de intumescenties liggen
laterale motoneuronen voor de distale motoriek (aansturing
armen/benen). Mediaal liggen de motoneuronen voor de axiale
motoriek.
● Lamina X: pijn → ook wel spinal gray commisure genoemd.
Overzicht lamina van Rexed