Ontwikkelingspsychologie =De ontwikkeling van kinderen, 2 manieren van
kijken: leeftijdsfasen en ontwikkelingsgebieden.
Het begin van adolescent is afhankelijk aan de lichamelijke veranderingen van
het kind. Zo kan een ene meisje al op haar 10e ongesteld worden en zo ook
sneller begint aan het adolescent fase dan een meisje die op haar 14e pas
ongesteld word
- Motorische Ontwikkeling
Ontwikkeling van het lichaam
Grove motoriek = Bewegen en coördineren van het hele lichaam: lopen,
huppelen, een bal schieten.
Fijne motoriek = Oog-hand coördinatie: schrijven en knippen.
Zintuigen
- Cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling van het verstand.
Denkproces
De abstracte wereld van waarnemen, verwerken, onthouden en
terughalen
Taalontwikkeling en Creativiteit
- Sociale ontwikkeling
Beleving van jezelf in een wereld met anderen, De interactie met elkaar
Emotionele ontwikkeling
Morele ontwikkeling: wat is het verschil tussen goed en fout?
Identiteitsontwikkeling: Hoe word je van een hulpeloze baby’tje tot een
volwaardig persoon met een eigen identiteit
,Centrale vraag ontwikkelingspsychologie: Welk deel is
aangeboren en aangeleerd?
Nature & Nurture : Welk deel van de ontwikkeling is aangeboren en welke
aangeleerd?
Verband tussen genen en gedrag:
Aangeboren, maar aangepast door evolutie
Darwin, natuurlijke selectie en adaptieve kenmerken (moet je kennen)
- Hij stelde dat soorten zich over tijd aanpassen aan hun omgeving
door natuurlijke selectie.
Genotype: genen van vader en moeder, hoe die ontwikkelen hangt af
van omgeving, alle genen in het DNA
Fenotype: al jouw waarneembare kenmerken (fysiek en gedrag). Hoe
jij uiteindelijk geworden bent : haarkleur, oogkleur en lichaamslengte,
maar ook gedragskenmerken zoals temperament of intelligentie.
Het fenotype ontstaat door een combinatie van erfelijke aanleg
(genotype) en invloeden uit de omgeving. Bijvoorbeeld:
Een kind kan een genetische aanleg hebben voor muzikaliteit, maar
zonder oefening en muzikale training zal dit talent zich minder
ontwikkelen.
Fenotypen= genotypen + milieu
De hersenen van de kinderen zijn van nature getraind om klaar te staan
om iets aan te leren. Taal wordt aangeleerd door bijvoorbeeld de moeder,
dus het kind kan dat niet van nature. Maar weet wel dat die een taal gaat
aanleren.
,Erfelijkheid en omgeving
Van Genotype naar Fenotype
Multifactoriële overerving – combinatie van geno en feno- betekent dat
een eigenschap wordt bepaald door zowel genetische factoren als
omgevingsinvloeden. Het genotype (de erfelijke aanleg) bepaalt een
bepaald bereik waarbinnen een eigenschap zich kan ontwikkelen, en de
omgeving beïnvloedt hoe deze eigenschap uiteindelijk tot uiting komt in
het fenotype (de zichtbare of meetbare kenmerken).
- Vb :Lichaamslengte → wordt bepaald door meerdere genen, maar ook
door voeding en gezondheid.
Intelligentie → zowel genetische aanleg als stimulatie vanuit de
omgeving speelt een rol.
Diabetes of hartziekten → genetische aanleg kan een risico geven,
maar levensstijl (zoals voeding en beweging) beïnvloedt of iemand de
ziekte krijgt.
Genotype-omgevingseffecten beschrijven hoe iemands genetische
aanleg (genotype) en omgeving elkaar beïnvloeden. Je hebt de aanleg al
gekregen en de omgeving gaat er wat mee doen. Met andere woorden: de
genen waarmee je geboren wordt, bepalen niet alleen je mogelijkheden,
maar ze beïnvloeden ook hoe je omgeving op jou reageert en hoe jij je
omgeving ervaart.
Drie soorten:
Actief: → Het kind kiest zelf een omgeving die past bij zijn genetische
aanleg.
- Een leergierig kind gaat uit zichzelf veel boeken lezen.
- Een sportief kind sluit zich aan bij een voetbalclub, terwijl een
creatief kind liever schildert.
Passief → De omgeving sluit automatisch aan bij de genetische aanleg,
zonder dat het kind hier iets voor hoeft te doen, de ouders doen het.
- Ouders die muzikaal zijn (genotype) zorgen voor een omgeving met
veel muziek en instrumenten, waardoor hun kind ook muzikaal
wordt.
- Kinderen van sportieve ouders groeien vaak op in een omgeving
waar veel wordt gesport.
gaat over de invloed van de ouders.
Evocatief → De genetische aanleg van een kind roept bepaalde reacties
op uit de omgeving
, Stel, een baby heeft van nature een vrolijk en sociaal karakter
(genetische aanleg).
Gevolg: mensen reageren hier positief op. Geven meer aandacht.
Effect: Doordat het kind zoveel positieve sociale interacties krijgt, wordt
het nog socialer en ontwikkelt het betere sociale vaardigheden.
Samenwerking van Nature vs Nurture :
De discussie over nature (erfelijkheid) en nurture (omgeving) gaat over de
vraag in hoeverre onze eigenschappen worden bepaald door onze genen
of door de omgeving waarin we opgroeien. In werkelijkheid spelen beide
factoren een rol en beïnvloeden ze elkaar voortdurend.
Intelligentie : Hoe genen en omgeving invloed hebben op
Intelligentie
Er is een relatie tussen genen en IQ. Dit betekent dat mensen met een
bepaalde genetische aanleg gemiddeld een hoger IQ kunnen hebben dan
anderen.
🔹 Genen worden belangrijker naarmate je ouder wordt, omdat
ouders steeds minder invloed hebben op het kind (nature)
- Als je klein bent, bepalen je ouders en omgeving zoals school en
opvoeding grotendeels hoe slim je wordt.. Dit komt omdat kinderen
weinig controle hebben over hun eigen keuzes.
- Oudere kinderen en volwassenen kiezen vaker een omgeving die bij
hun genetische aanleg past. Iemand met een natuurlijke aanleg
voor intellectuele nieuwsgierigheid zal bijvoorbeeld eerder boeken
lezen.
- Hierdoor wordt de invloed van genen op IQ sterker naarmate
men ouder wordt.
🔹 Invloed van omgevingsfactoren (nurture): De omgeving speelt een
grote rol, vooral in je jeugd
stimereln op jonge leeftijd (zoals boeken, onderwijs en uitdaging)
kan het IQ verhogen.
Goede voeding en gezondheid zorgen ervoor dat je hersenen zich
goed ontwikkelen..
omstandigheden, zoals verwaarlozing of armoede, kunnen de
ontwikkeling van intelligentie belemmeren.
Persoonlijkheid
Persoonlijkheid = genen + omgeving
🔹 Genetische invloed (nature)