Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Een samenvatting voor heel stof van bedrijfseconomie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
19
Geüpload op
22-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Een hele mooie samenvatting voor Bedrijfseconomie, bruikbaar in 5 HAVO, 5 vwo en 6 vwo

Voorbeeld van de inhoud

Bedrijfseconomie samenvatting H1-2, 16-20 & 25-39
17.3 Obligatielening:
In een prospectus worden de bijzonderheden over de onderneming en obligatielening
opgenomen zoals:

- De verhouding tussen eigen en vreemd vermogen
- De resultaten van de afgelopen jaren en de toekomstverwachtingen
- Het doel van de lening en de grootte van het te lenen bedrag
- De datum waarop de emissiekoers bekend wordt gemaakt
- De manier van aflossen en wanneer
- Het tijdstip waarop moet worden ingeschreven
- Het tijdstip waarop de obligaties beschikbaar zijn en moeten worden betaald

De beurskoers van obligaties is afhankelijk van de rentestand van de nieuw uit te geven
obligaties. Als de nieuwe rentestand hoger is dan de interestvoet dan is de koers lager dan
100%

De onderneming kan een obligatielening op verschillende manieren aflossen:

- Aflossing in 1 keer aan het einde van de looptijd van de lening
- Aflossing in gedeelten gedurende een aantal jaren door middel van uitloting->
gebeurt op basis van eindcijfer, alle obligaties waarvan het nummer op dat cijfer
eindigt worden afgelost.
- Inkopen van de eigen obligaties.
Agio op obligaties ontstaat doordat de interest op de obligaties hoger is dan de marktrente
op het moment van plaatsing. Is de marktrente hoger dan de interest op de obligatielening
dan is alleen plaatsing onder pari mogelijk-> disagio.

17.4 Converteerbare obligatielening:
Bij een converteerbare obligatielening kan een obligatiehouder zijn obligaties (vaak met
bijbetaling) omruilen tegen aandelen. Totaal van de om te ruilen obligaties + bijbetaling voor
1 aandeel= conversieprijs van een aandeel.

Als de uitgever van de lening kan bepalen of/wanneer er wordt omgeruild is de emissiekoers
vaak lager of het interestpercentage hoger doordat de obligatiehouder door deze
onzekerheid minder voor de obligatie wil betalen. Als de obligatiehouder het moment van
conversie kan bepalen is hij bereid om meer te betalen. Hij kan dan zijn obligaties omruilen
voor aandelen als de aandelenkoers is gestegen.

Op winstdelende obligaties wordt behalve een vast percentage van de nominale waarde een
uitkering gedaan die afhankelijk is van de gemaakte winst.

Bij een achtergestelde obligatie ontvangen de houders van deze obligatie pas interest en
aflossing nadat aan alle verplichtingen tegenover de andere schuldeisers is voldaan. De
interestvoet van een achtergestelde obligatie is door het grotere risico hoger dan die van een
gewone obligatie.



17.5 Leverancierskrediet:
Bij leverancierskrediet levert de leverancier goederen die pas later door de afnemer hoeven
te worden betaald.:

,De leverancier verleent aan een consument. Waarom doet de leverancier dit?

- Hij hoeft niet aan dit krediet te verdienen-> wel het geval bij afbetalingskredieten!
- Voor banken brengen deze kleine kredieten veel werk met zich mee waardoor de
kosten hoog zijn-> kosten voor leverancier zijn lager.
- Door de kredietverlening bindt de leverancier zich aan de klant.
Leverancierskrediet waarbij de krediettermijn langer is dan de termijn die tussen 2
loonbetalingen zit kan financiële problemen geven. De consument neemt verplichtingen op
waardoor hij inkomen besteed dat pas later wordt gevormd. Dit heeft 2 bezwaren:

- Je weet nooit zeker dat dit inkomen in de toekomst ook inderdaad wordt gevormd.
- In de toekomst kunnen zich behoeften voordoen die veel belangrijker zijn.


Productief leverancierskrediet:

Verstrekt door de ene leverancier (bedrijf) aan het andere bedrijf. Het is voor de afnemer kort
vermogen. De kosten van het leverancierskrediet kunnen lager zijn omdat het risico voor de
leverancier kleiner is dan voor de bank omdat de leverancier meestal beter dan de bank kan
beoordelen hoe de afnemer er voorstaat.

De kosten van leverancierskrediet zijn vaak korting voor contante betaling-> korting voor een
snelle betaling.



Soms verhoogt de leverancier het factuurbedrag met een toeslag voor kredietbeperking. Bij
kredietbeperkingstoeslag moet de afnemer een toeslag betalen als hij niet binnen de
gestelde termijn betaalt.

17.8 Leasing:
Leasing is het huren van duurzame productiemiddel in plaats van deze te kopen. Door
leasing wordt het risico van economische veroudering overgedragen aan de verhuurder.

Waarom leasing?

- Bij snelle technologische ontwikkelingen waardoor de huidige gebruikte apparatuur
sterk in waarde zal dalen.
- Gespecialiseerde producten die gespecialiseerd onderhoud nodig hebben.
- De onderneming komt niet ineens voor grote uitgaven te staan.


Operational leasing:
De leaseovereenkomst is op korte termijn opzegbaar. Het risico van economische
veroudering is voor de verhuurder (leasemaatschappij). De verhuurder zorgt voor het
onderhoud en de verzekering van het geleaste productiemiddel. Het staat niet op de balans.

Financial leasing:
Er wordt een overeenkomst gesloten voor de geschatte economische levensduur van het te
leasen object. Het is tussentijds niet opzegbaar. Het risico van economische veroudering is
nu voor rekening van de huurder. De onderhoudskosten en de verzekeringskosten zijn ook
voor de huurder. Het is gebruikelijk dat de huurder het gehuurde na afloop van de
verhuurtermijn tegen een lage prijs kan kopen. Het staat op de balans.

18.1 Cashflow:

, Als een onderneming de voorraad vaste kapitaalgoederen uitbereid zijn dat
uitbreidingsinvesteringen. Hierdoor neemt de productiecapaciteit toe-> de maximaal haalbare
productieomvang die een onderneming in een bepaalde periode kan realiseren met de
beschikbare productiemiddelen.

Bij technische veroudering/slijtage verminderen vaste kapitaalgoederen in waarde door het
gebruik en het verloop van de tijd. Bij economische veroudering dalen vaste
kapitaalgoederen in waarde door nieuwe technische veranderingen.

Bij een vervangingsinvestering vervangt een onderneming een versleten of verouderd
kapitaalgoed. Hierdoor blijft de productiecapaciteit hetzelfde.

Bij elke beslissing probeert de onderneming de onzekerheden zo klein mogelijk te maken->
risicoreductie. Bij een investering in een nieuwe machine is het onzeker:

- Hoe hoog de aanvullende uitgaven zijn.
- Hoe hoog de ontvangsten zijn door verkoop van de met de investering gemaakte
producten.


Het verschil tussen de geldstroom die de onderneming door de investering ontvangt en de
geldstroom die zij uitgeeft-> cashflow. De cashflow van een investeringsproject bestaat uit
alle ontvangsten en uitgaven die voorkomen uit dat project. Je kan van een
investeringsproject op 3 momenten de cashflow bepalen:

1. Aan het begin van de looptijd. Aan het begin van het investeringsproject koopt de
onderneming de nodige vaste en vlottende activa. (Negatieve) cashflow begin
looptijd=investeringen (in vaste en vlottende activa).
2. Tijdens de looptijd. Gedurende de looptijd van het investeringsproject is de cashflow
gelijk aan de verwachte ontvangsten uit het investeringsproject – de verwachte
uitgaven van het project. Cashflow tijdens de looptijd= nettoresultaat (resultaat na
belastingen) + afschrijvingskosten.
3. Aan het einde van de looptijd. Aan het einde van het project heeft de onderneming de
activa niet meer nodig. De verwachte opbrengst bij verkoop na afloop van een project
is de restwaarde. Cashflow einde looptijd= desinvesteringen (restwaarde).
Ook het tijdstip waarop de cashflows worden ontvangen spelen een rol bij een
investeringsbeslissing-> hoe langer het duurt voordat een onderneming cashflow ontvangt,
hoe hoger de onzekerheid.



18.3 Nettocontantewaardemethode:
De nettocontantewaardemethode houdt wel rekening met de tijdstippen waarop de cashflows
worden ontvangen. Je maakt de cashflows contant tegen de gewenste interestvoet naar het
moment van de investering. Van deze contante waarde trek je het geïnvesteerde bedrag af.
De netto contante waarde blijft over-> positief-> investeren. Je kiest altijd voor het project
met de hoogste netto contante waarde.

Als je een keuze moet maken uit projecten met een verschillend investeringsbedrag kies je
op basis van de netto contante waarde per geïnvesteerde euro.

Nadeel nettocontantewaardemethode:

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
22 april 2025
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€7,06
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
roderickvanzeumeren
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
roderickvanzeumeren
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
9 maanden geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen