CGO casus 3 – Marieke
Psychologie
Nature = alle eigenschappen die aangeboren zijn
Nurture = omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen
Psychosociale stadia van Erikson:
AFPF casus 3 – Marieke
Pharynx = keel, gang van ong. 12-14 cm, van achter de mond naar zesde
halswervel (waar hij slokdarm vormt)
Structuur: slijmvliezen (beschermt het weefsel tegen voedsel dat
passeert), submucosa (bescherming tegen infectie) en gladde
spieren (helpen de pharynx permanent open te houden, zodat
ademhaling niet wordt belemmerd)
Functies: doorgang voor lucht en voedsel, opwarming en
bevochtiging, gehoor, bescherming, spraak
Larynx = strottenhoofd, verbindt laryngopharynx en trachea
, Structuur: larynx bestaat uit 9 onregelmatig gevormde
kraakbeenderen die door ligamenten en membranen met elkaar
verbonden zijn
- Epiglottis: sluit de larynx af tijdens het slikken, waardoor
trachea en bronchi beschermd zijn tegen ongewenste inhalatie
van vreemde voorwerpen
Functies: geluid produceren, spraak, bescherming onderste
luchtwegen, doorgang voor lucht, bevochtigen, filteren en opwarmen
Trachea = luchtpijp
Functies: ondersteuning en doorgang (kraakbeen houdt trachea
permanent open, maar weefselbanden bieden flexibiliteit zodat
hoofd en nek vrij kunnen bewegen), mucociliair transport (slijm
met aanhangende deeltjes omhoog drijven naar larynx, zodat het
wordt doorgeslikt of opgehoest), hoestreflex, opwarming,
bevochtiging en filtering
Neusholten
Functies: opwarming luchtstroom (door doorbloeding slijmvlies),
filtering en zuivering, bevochtiging
Fysiologie van spraak:
Spraak wordt geproduceerd wanneer de tong, wangen en lippen geluiden
versterken en manipuleren die door de stembanden geproduceerd worden.
Bronchiën = vertakkingen van de luchtpijp
Bronchiolen = luchtkanalen in de longen die zich vertakken als
boomtakken van de bronchiën
Alveoli = kleine zakjes of blaadjes aan de uiteinden van de bronchiale
boom, hier vindt gaswisseling plaats
Mediastinum = tussen de longen in, bevat; hart, grote bloedvaten,
trachea, rechter en linker stambronchus, oesophagus, lymfeklieren,
lymfevaten en zenuwen
Longhilus = holte in elk van de 2 longen, waar bronchus en slagaders en
aders door het longvlies heen gaan (poort)
Longkwabben = specifieke delen van de longen die een cruciale rol
spelen bij het ademhalingssysteem
Pleura = gesloten zak (in elke long) die pleurale vloeistof bevat
Psychologie
Nature = alle eigenschappen die aangeboren zijn
Nurture = omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen
Psychosociale stadia van Erikson:
AFPF casus 3 – Marieke
Pharynx = keel, gang van ong. 12-14 cm, van achter de mond naar zesde
halswervel (waar hij slokdarm vormt)
Structuur: slijmvliezen (beschermt het weefsel tegen voedsel dat
passeert), submucosa (bescherming tegen infectie) en gladde
spieren (helpen de pharynx permanent open te houden, zodat
ademhaling niet wordt belemmerd)
Functies: doorgang voor lucht en voedsel, opwarming en
bevochtiging, gehoor, bescherming, spraak
Larynx = strottenhoofd, verbindt laryngopharynx en trachea
, Structuur: larynx bestaat uit 9 onregelmatig gevormde
kraakbeenderen die door ligamenten en membranen met elkaar
verbonden zijn
- Epiglottis: sluit de larynx af tijdens het slikken, waardoor
trachea en bronchi beschermd zijn tegen ongewenste inhalatie
van vreemde voorwerpen
Functies: geluid produceren, spraak, bescherming onderste
luchtwegen, doorgang voor lucht, bevochtigen, filteren en opwarmen
Trachea = luchtpijp
Functies: ondersteuning en doorgang (kraakbeen houdt trachea
permanent open, maar weefselbanden bieden flexibiliteit zodat
hoofd en nek vrij kunnen bewegen), mucociliair transport (slijm
met aanhangende deeltjes omhoog drijven naar larynx, zodat het
wordt doorgeslikt of opgehoest), hoestreflex, opwarming,
bevochtiging en filtering
Neusholten
Functies: opwarming luchtstroom (door doorbloeding slijmvlies),
filtering en zuivering, bevochtiging
Fysiologie van spraak:
Spraak wordt geproduceerd wanneer de tong, wangen en lippen geluiden
versterken en manipuleren die door de stembanden geproduceerd worden.
Bronchiën = vertakkingen van de luchtpijp
Bronchiolen = luchtkanalen in de longen die zich vertakken als
boomtakken van de bronchiën
Alveoli = kleine zakjes of blaadjes aan de uiteinden van de bronchiale
boom, hier vindt gaswisseling plaats
Mediastinum = tussen de longen in, bevat; hart, grote bloedvaten,
trachea, rechter en linker stambronchus, oesophagus, lymfeklieren,
lymfevaten en zenuwen
Longhilus = holte in elk van de 2 longen, waar bronchus en slagaders en
aders door het longvlies heen gaan (poort)
Longkwabben = specifieke delen van de longen die een cruciale rol
spelen bij het ademhalingssysteem
Pleura = gesloten zak (in elke long) die pleurale vloeistof bevat