Modellen, theorieën & berekeningen
Literatuur:
Strategische & operationele Marketing: modellen
marketingplanning, Kernstof B en berekeningen
Rustenburg, De Gouw (8e druk) Borchert & Vink (2e editie)
Inhoud o.b.v Nima Exameneisen
1. Analyse van de omgeving 2
1.1 Interne organisatie analyse 2
1.1.1 Duurzaam concurrentievoordeel 2
1.1.2 Business Definition van Abell 2
1.1.3 Business Canvasmodel Osterwalder 2
1.1.4 Waardeketen van Porter 4
1.1.5 7S-model van McKinsey 5
1.1.6 Servqual-model 6
1.1.7 Balanced Scorecard methode 6
1.1.8 Samenwerkingsverbanden 7
1.2 Meso- en macro analyse 9
1.2.1 Vijfkrachtenmodel van Porter 9
1.2.2 Marktvormen en structuur 11
1.2.3 DESTEP 11
1.3 Portfolio-analyse 12
1.3.1 BCG model 12
1.3.2 MABA-analyse 13
1.3.3 Marges berekenen 13
1.4 Financiële analyse 13
1.4.1 Kengetallen en berekeningen 13
1.4.2 Break-even berekening 15
1.4.3 Investeringsanalyse en selectie 16
1.5 Marketing en sales 17
1.5.1 Brand equity van Aaker 17
1.5.2 Merkwaardepiramide van Keller 17
1.5.2 CLV en CRM 18
1.5.3 Endorsementstrategieën 19
1.5.4 De 4 C’s van Van Belleghem 20
1.5.5 Ashridge Missie-model 20
, 1.5.6 Prijszetting en strategie 20
2. Van SWOT-analyse tot centraal probleem 22
2.1 SWOT analyse 22
2.1.1 Confrontatiematrix en aandachtsvelden 22
2.2 Gap analyse 23
2.3 Centraal probleem formuleren 23
3. Van centraal probleem naar opties 24
3.1 Opties formuleren en beoordelen 24
3.1.1 Ansoffs groeistrategieën 24
3.1.2 Kotlers marktleider strategieën 25
3.1.3 Porters generieke concurrentiestrategie 25
3.1.4 Bowmans strategische klok 26
3.1.5 Treacy en wiersema waardestrategieën 27
3.1.6 Kim en Mauborgnes blue ocean 27
3.1.7 Platform strategie 28
3.1.8 SFA strategische opties beoordelen 29
3.2 Internationale opties formuleren 30
3.2.1 Entreestrategie 30
4. Segmentatie, targeting en positionering 32
4.1 Segmentatiestrategie 32
4.2 Perceptual mapping 32
4.3 Customer journey 33
5. Operationele implementatie 34
5.1 4C model 34
6. Wetgeving 35
6.1 AVG 35
6.2 Cookies 35
1
,1. Analyse van de omgeving
1.1 Interne organisatie analyse
1.1.1 Duurzaam concurrentievoordeel
SCA: Sustainable competitive advantage, beheersen over een set specifieke kennis of
bekwaamheden die de concurrent niet heeft.
Vier kenmerken
1. SCA geeft substantiële meerwaarde.
2. Moeilijk te imiteren door concurrenten.
3. Duurzaam in de tijd, bijv. in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen of
wetgeving.
4. In eigendom van de organisatie.
1.1.2 Business Definition van Abell
Wanneer te gebruiken? Om groeirichtingen te bepalen langs een van de drie assen.
Business Scope: huidig werkterrein
Business Domain: het potentiële werkterrein
1.1.3 Business Canvasmodel Osterwalder
Een hulpmiddel om de organisatie in kaart te brengen, waarbij alle facetten beschreven
worden die invloed hebben op het creëren van meerwaarde.
Wanneer te gebruiken? Als de organisatie op meerdere vlakken samenwerkt met
verschillende partners om hun producten/diensten te vermarkten.
2
, Structuur van de bouwstenen
Infrastructuur
1. Key activities
Acties om te ondernemen, onderverdeeld in productie, probleemoplossing
(diensten) en platform/netwerk.
2. Key partners
Wie zijn de belangrijke partners en waarom? Vier partnerschappen: strategische
allianties tussen niet-concurrenten, coöptatie (tussen concurrenten), joint ventures
en koper-leverancier relaties.
3. Key resources
Welke informatiebronnen worden geraadpleegd voor succesvolle
waardepropositie? Vier vormen: fysieke middelen (winkels, productiefaciliteiten
etc.), intellectueel (merken, kennis, databases en partnerschappen), human
resources en financiële middelen.
Aanbod
4. Value proposition
De geselecteerde bundel aan producten/diensten die de behoeften van de klant
vervult. Waarden kunnen kwantitatief (prijs, snelheid, service) en kwalitatief
(ervaring, ontwerp) zijn.
Klant
5. Customer Relationships
Welk type relatie is er, uiteenlopend van persoonlijk tot geautomatiseerd. Drie
varianten: acquisitie, retentie, verkoop stimulans met selling-up.
6. Channels
Welke kanalen worden ingezet, van offline naar online. Met als doel communicatie,
distributie en verkoop.
7. Customer segments
Voor wie wordt waarde gecreëerd en wie zijn de belangrijkste klanten?
Financiën
8. Cost structure
Welke kosten vloeien voort uit het business model, wat kosten key resources en
kernactiviteiten.
9. Revenue streams
Waarmee worden inkomsten gegenereerd? Voorbeelden: goederenverkoop,
gebruikersfee, abonnementsgelden, uitlenen, huren, leasen, licentieverlening.
3