,Les 1 Wat is psychologie en pedagogiek?
Definitie psychologie en pedagogiek Gedrag
Psychologie: De wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken,
voelen)
Pedagogiek: De wetenschap van het opvoeden
Beide zijn empirische wetenschappen. Hierbij worden dingen Gedachten Gevoelens
bewezen door observatie en experimenten.
Relevantie psychologie en pedagogiek voor het sociaal werk
1. Helpen je bij het contact te maken en het probleem van een client beter begrijpen
2. Je kan je een betere voorstelling maken, van wat mensen doen en hoe zij reageren
3. Je doet veel kennis op over jezelf, je verbreedt je referentiekader
7 perspectieven binnen de psychologie:
Biologische en neurologische perspectief
- Phineas Gage (man met een staaf door zijn hoofd)
- Gedrag wordt veroorzaakt door onze genen, hersenen en hormonen
- Neurowetenschap
Psychodynamische perspectief
- Sigmund Freud 1856-1939
- Gedrag wordt sterk bepaald door het onbewuste
- In dat onbewuste zitten aangeboren driften en verdrongen ervaringen
- Eerste 5 levensjaren zijn bepalend voor de ontwikkeling van je persoonlijkheid
- De persoonlijkheid is opgebouwd uit:
o Het onbewuste
o Het bewuste
o Het geweten
Behavioristisch perspectief
- Watson
- De psychologie moet wetenschappelijker worden (zoals de natuurwetenschap)
- Alleen gedrag dat waarneembaar/ meetbaar is en waarmee je experimenten kunt
doen is relevant
- Doel van de psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag
te beïnvloeden
- Gedrag van mensen wordt vooral bepaald door leerprocessen (conditionering)
- Belonen en straWen
Gestalt perspectief
- Een gestalt = een geheel
- We nemen geen aparte
onderdelen, maar gehelen waar
- Ook ons gedrag wordt beïnvloed door de neiging gestalten te zien
en ze zelf te scheppen. We willen ons leven als een geheel voelen
2
, Humanistisch perspectief
- Behavioristen deden veel onderzoek met dieren – het typische menselijke
verdween uit beeld: bewustzijn, vrije wil, liefde, religiositeit, vriendschap,
empathie, kunst, ontplooiing…
- Focus werd het uniek menselijke
- En hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot gezonden individuen
Abraham Maslow – theorie van fundamentele behoeften: voorwaarden voor ontplooiing
Carl Rogers – cliëntgericht, non-directieve therapie; niet sturen maar voorwaarden
scheppen voor groei door vooral actief te luisteren naar de cliënt
Cognitieve perspectief
- Gedrag wordt (ook) sterk bepaald door begrip, kennis opvatting, overtuiging,
geheugen, vermogen problemen op te lossen – kortom, door cognitie
- De mens is een informatie verwerkend wezen
- Dus studie van ‘wat in het hoofd gebeurt’ (en wat je dus niet zo direct kon
waarnemen of meten): Gedachten, leren, geheugen, perceptie
- Belangrijke praktische toepassing: cognitieve therapie – het beïnvloeden van
denkbeelden zodat het gedrag ook verandert
- Gevoelens en gedrag komen voort uit de gedachten
Systeemperspectief
- De kracht van de situatie: sociale en culturele invloeden hebben
vaak meer invloed op ons gedrag dan onze persoonlijkheid
- Het socioculturele perspectief richt zich op:
o Sociale invloeden op gedrag en mentale processen
o Hoe individuen functioneren in groepen
o Culturele verschillen
3