Materieel Strafrecht
Hoorcolleges (en videocolleges)
Aanvullingen of wijzigingen graag laten weten kusjes xx
1
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1........................................................................................................................................ 4
Hoorcollege 2........................................................................................................................................ 8
Videocollege over hoofdlijnen Kelk en De Jong..............................................................................13
Hoorcollege 3 – strafrechtelijke causaliteit......................................................................................19
Resumé................................................................................................................................................ 19
Causaliteit gaat dus over de relatie tussen een (potentiële) oorzaak (gedraging verdachte) –
intreden van (wettelijk strafbaar gesteld) gevolgd dat is ingetreden.............................................19
Causaal verband wordt soms verondersteld, zie o.a.:....................................................................19
Voorwaardelijk opzet.......................................................................................................................... 19
Culpoze gevolgsdelicten.................................................................................................................... 19
Daderschap van de corporatie.......................................................................................................... 19
Strafbare poging................................................................................................................................. 19
Noodweerexces.................................................................................................................................. 19
Redelijke toerekening als huidige leer (zie opname voor andere leerdelen en voor-/nadelen).. .19
Wat is redelijk? Een aansprakelijkheidsvraag en minder een objectieve kwestie geworden sinds
1978...................................................................................................................................................... 19
Casuïstiek speelt een grote rol – factoren zijn van betekenis........................................................19
Aard van de gedraging = geschikt om gevolg teweeg te brengen? Voorzienbaarheid?..............19
Aanwezigheid van opzet kan bijdragen aan vaststelling causaliteit..............................................19
Ratio van de delictsomschrijving (beschermd belang kan op causaliteit wijzen)........................19
Complexe causale keten en de bijbehorende redelijke afweging – belangrijk voor tentamen,
omdat causaliteit hier moeilijk wordt medische hulp gaat fout, mensen die niet ervaren zijn die
gaan reanimeren (schakels die er tussen zitten, die eerst duidelijk een verband laten zien,
waarna daarna getwijfeld wordt aan de causaliteit)........................................................................20
Conditio sine qua non als ondergrens/andere leren – onmisbare schakel wordt ook wel gezegd
.............................................................................................................................................................. 20
Aard van de gedraging....................................................................................................................... 20
HR Aortaperforatie.............................................................................................................................. 20
Slachtoffer was met mes in de buik gestoken… is intreden van de dood dan redelijk toe te
rekenen? Of had arts kleine perforaties moeten ontdekken? Als er sprake is van een medische
omissie dan nog is dood redelijkerwijze aan verdachte toe te rekenen........................................20
HR Haarlemse Doodslag en bijbehorende NJ-noot: nadere invulling. Het feit dat überhaupt
medische zorg nodig is, is aan handelen van verdachte te danken..............................................20
2
, ’t Hart onderscheidt drie situaties bij medisch ingrijpen................................................................20
1. Gedraging van verdachte veroorzaakte niet-letaal letsel, maar medisch ingrijpen
noodzakelijk........................................................................................................................................ 20
2. Niet-letaal letsel, maar complicaties bij medische behandeling waaraan slachtoffer overlijdt
.............................................................................................................................................................. 20
3. Letaal letsel, maar medisch ingrijpen had dood kunnen voorkomen........................................20
Onmisbare schakel: medische hulp dat nodig zou zijn geweest...................................................20
Ad complexe causale keten............................................................................................................... 20
HR Injecteren HIV-besmet bloed (samenlezen met HR Bloedvergiftiging)....................................20
Conditio sine qua non als ondergrens voor redelijke toerekening; kan gedraging van verdachte
een onmisbare schakel hebben gevormd........................................................................................ 20
Is het gevolg met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door gedraging veroorzaakt...........20
Alternatieve gang van zaken = hoogst onwaarschijnlijk.................................................................20
HR Bloedvergiftiging (samenlezen met HR Injecteren HIV-besmet bloed)....................................21
Interveniërende factoren behoeven niet aan redelijke toerekening in de weg te staan, als kan
worden vastgesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de tussenkomende factor tot gevolg
heeft veroorzaakt................................................................................................................................ 21
HR Niet behandelde longinfectie....................................................................................................... 21
Bewuste keuze slachtoffer om van medische behandeling af te zien, hoeft niet aan redelijke
toerekening in de weg te staan; dader heeft omstandigheden zelf in het leven geroepen..........21
Hoorcollege 4 – poging, voorbereiding, samenloop en ne bis in idem.........................................25
3
Hoorcolleges (en videocolleges)
Aanvullingen of wijzigingen graag laten weten kusjes xx
1
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1........................................................................................................................................ 4
Hoorcollege 2........................................................................................................................................ 8
Videocollege over hoofdlijnen Kelk en De Jong..............................................................................13
Hoorcollege 3 – strafrechtelijke causaliteit......................................................................................19
Resumé................................................................................................................................................ 19
Causaliteit gaat dus over de relatie tussen een (potentiële) oorzaak (gedraging verdachte) –
intreden van (wettelijk strafbaar gesteld) gevolgd dat is ingetreden.............................................19
Causaal verband wordt soms verondersteld, zie o.a.:....................................................................19
Voorwaardelijk opzet.......................................................................................................................... 19
Culpoze gevolgsdelicten.................................................................................................................... 19
Daderschap van de corporatie.......................................................................................................... 19
Strafbare poging................................................................................................................................. 19
Noodweerexces.................................................................................................................................. 19
Redelijke toerekening als huidige leer (zie opname voor andere leerdelen en voor-/nadelen).. .19
Wat is redelijk? Een aansprakelijkheidsvraag en minder een objectieve kwestie geworden sinds
1978...................................................................................................................................................... 19
Casuïstiek speelt een grote rol – factoren zijn van betekenis........................................................19
Aard van de gedraging = geschikt om gevolg teweeg te brengen? Voorzienbaarheid?..............19
Aanwezigheid van opzet kan bijdragen aan vaststelling causaliteit..............................................19
Ratio van de delictsomschrijving (beschermd belang kan op causaliteit wijzen)........................19
Complexe causale keten en de bijbehorende redelijke afweging – belangrijk voor tentamen,
omdat causaliteit hier moeilijk wordt medische hulp gaat fout, mensen die niet ervaren zijn die
gaan reanimeren (schakels die er tussen zitten, die eerst duidelijk een verband laten zien,
waarna daarna getwijfeld wordt aan de causaliteit)........................................................................20
Conditio sine qua non als ondergrens/andere leren – onmisbare schakel wordt ook wel gezegd
.............................................................................................................................................................. 20
Aard van de gedraging....................................................................................................................... 20
HR Aortaperforatie.............................................................................................................................. 20
Slachtoffer was met mes in de buik gestoken… is intreden van de dood dan redelijk toe te
rekenen? Of had arts kleine perforaties moeten ontdekken? Als er sprake is van een medische
omissie dan nog is dood redelijkerwijze aan verdachte toe te rekenen........................................20
HR Haarlemse Doodslag en bijbehorende NJ-noot: nadere invulling. Het feit dat überhaupt
medische zorg nodig is, is aan handelen van verdachte te danken..............................................20
2
, ’t Hart onderscheidt drie situaties bij medisch ingrijpen................................................................20
1. Gedraging van verdachte veroorzaakte niet-letaal letsel, maar medisch ingrijpen
noodzakelijk........................................................................................................................................ 20
2. Niet-letaal letsel, maar complicaties bij medische behandeling waaraan slachtoffer overlijdt
.............................................................................................................................................................. 20
3. Letaal letsel, maar medisch ingrijpen had dood kunnen voorkomen........................................20
Onmisbare schakel: medische hulp dat nodig zou zijn geweest...................................................20
Ad complexe causale keten............................................................................................................... 20
HR Injecteren HIV-besmet bloed (samenlezen met HR Bloedvergiftiging)....................................20
Conditio sine qua non als ondergrens voor redelijke toerekening; kan gedraging van verdachte
een onmisbare schakel hebben gevormd........................................................................................ 20
Is het gevolg met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door gedraging veroorzaakt...........20
Alternatieve gang van zaken = hoogst onwaarschijnlijk.................................................................20
HR Bloedvergiftiging (samenlezen met HR Injecteren HIV-besmet bloed)....................................21
Interveniërende factoren behoeven niet aan redelijke toerekening in de weg te staan, als kan
worden vastgesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de tussenkomende factor tot gevolg
heeft veroorzaakt................................................................................................................................ 21
HR Niet behandelde longinfectie....................................................................................................... 21
Bewuste keuze slachtoffer om van medische behandeling af te zien, hoeft niet aan redelijke
toerekening in de weg te staan; dader heeft omstandigheden zelf in het leven geroepen..........21
Hoorcollege 4 – poging, voorbereiding, samenloop en ne bis in idem.........................................25
3