College 1
We zijn bezig met het vak landschappen. De eerste colleges gaan over processen en daar heb je als
het goed is ook de eerste toets over. Het gaat bij landschappen en hoe ze ontstaan natuurlijk ook over
de geofactoren. De geofactoren hebben soms direct of indirect invloed op onze landschappen. Het
gaat vooral nu over bodem, substraat (gesteente & reliëf), en water. De andere spelen ook wel een
rol, maar daar komt vrij weinig uitleg van.
De landschappen van Nederland zijn vrij minimaal, maar toch zijn er wel duidelijke verschillen in de
landschappen. Veel landschappen hebben een andere ontstaansgeschiedenis en daar ga je in deze
samenvatting achter komen. De volgende landschappen zijn:
- Löss (fijner versie van zand)
- Zand (vaak hoger gedeelte in Nederland)
- Duinen (ontstaan geschiedenis is anders dan zand
- Rivierklei (klei wat met rivieren is meegenomen)
- Zeeklei (klei dat wordt aangeslipt door de zee
- Veen (Hoog- en laagveen)
Het Nederlandse landschap is pas 11.000 jaar geleden ontstaan en is dus een vrij jong gedeelte van
de wereld. Op de klok van het ontstaan van de aarde zijn we maar in de laatste 0.2 seconden
ontstaan in een periode van een volledige dag (24u).
, Belangrijk
- De laatste ijstijden is het pleistoceen zijn belangrijk.
- Het Holoceen zitten we nu in (tussenijstijd)
Het Kwartier
- Het pleistoceen met de verschillende ijstijden (glacialen) en tussenijstijden
- Het Holoceen tot nu (eigenlijk een warme tussen ijstijd)
- Deze periode zijn belangrijk voor Nederland
Preglaciaal - Voor IJstijd Nederland (meer dan 238.000 jaar geleden)
In het Preglaciaal is er veel minder neerslag in Nederland. De gemiddelde tempratuur is ook niet hoog
en die bedraagt in deze periode ongeveer 2 graden. Nederland heeft natuurlijk ook rivieren die
stromen, alleen stromen deze rivieren heel onregelmatig. Er is dus ook geen stabiel regiem. In de
zomer legde de rivier vooral grof zand en grind neer.
Saale IJstijd Tijdens IJstijd (238.000 – 128.000 jaar geleden)
Landijs vanuit Scandinavië schoof onze kant op. Een groot gedeelte van Nederland (ongeveer tot
midden-Nederland) was bedekt met een groot pak ijs. Het pak ijs op verschillende plekken in
Nederland kon wel 1 kilometer dik zijn!
Het ijs zorgde ervoor dat er verschillende soorten stenen werden meegenomen. Deze stenen werden
bijvoorbeeld morene genoemd. Het kon ook zijn dat deze stenen onder het pak ijs terecht en
vermengde met de bodem (leem). Deze stenen in combinatie met leem werden keileem. Dit keileem
werd afgezet in ons land en zijn tegenwoordig te zien in de Veluwe bijvoorbeeld. Deze ‘’heuvels’’
worden heuvelruggen of stuwwallen genoemd.
Einde van Saale IJstijd (128.000-116.000 jaar geleden)
Aan het einde van de Saale IJstijd smelt al het ijs weg. Het pak ijs heeft nu wat achtergelaten. De
stuwwallen en heuvelruggen met keileem in Noord/Midden-Nederland waren nu niet meer met ijs
bedekt.
Wat gebeurde er?
Het gesmolten ijs dat van de stuwwallen afliep namen sediment mee naar beneden. Daar ontstonden
grote spoelwaaiers met grind/zand; ook wel Sandr genoemd.
Weichsel IJstijd (116.000 – 11.500 jaar geleden)
De Noordzee komt helemaal droog te liggen, omdat het IJs nu werd opgezogen door het ijs pak dat
dit keer niet in Nederland kwam. De Noordzee kon nu allemaal zand over Nederland leggen en dit
gebeurde ook. Bijna in heel Nederland werd dekzand afgelegd, alleen in Zuid-Limburg werd löss
afgezet.
Waarom alleen daar?
Aangezien de andere korrels te zwaar waren en löss heel fijn zand is. (<0.05 mm)
We zijn bezig met het vak landschappen. De eerste colleges gaan over processen en daar heb je als
het goed is ook de eerste toets over. Het gaat bij landschappen en hoe ze ontstaan natuurlijk ook over
de geofactoren. De geofactoren hebben soms direct of indirect invloed op onze landschappen. Het
gaat vooral nu over bodem, substraat (gesteente & reliëf), en water. De andere spelen ook wel een
rol, maar daar komt vrij weinig uitleg van.
De landschappen van Nederland zijn vrij minimaal, maar toch zijn er wel duidelijke verschillen in de
landschappen. Veel landschappen hebben een andere ontstaansgeschiedenis en daar ga je in deze
samenvatting achter komen. De volgende landschappen zijn:
- Löss (fijner versie van zand)
- Zand (vaak hoger gedeelte in Nederland)
- Duinen (ontstaan geschiedenis is anders dan zand
- Rivierklei (klei wat met rivieren is meegenomen)
- Zeeklei (klei dat wordt aangeslipt door de zee
- Veen (Hoog- en laagveen)
Het Nederlandse landschap is pas 11.000 jaar geleden ontstaan en is dus een vrij jong gedeelte van
de wereld. Op de klok van het ontstaan van de aarde zijn we maar in de laatste 0.2 seconden
ontstaan in een periode van een volledige dag (24u).
, Belangrijk
- De laatste ijstijden is het pleistoceen zijn belangrijk.
- Het Holoceen zitten we nu in (tussenijstijd)
Het Kwartier
- Het pleistoceen met de verschillende ijstijden (glacialen) en tussenijstijden
- Het Holoceen tot nu (eigenlijk een warme tussen ijstijd)
- Deze periode zijn belangrijk voor Nederland
Preglaciaal - Voor IJstijd Nederland (meer dan 238.000 jaar geleden)
In het Preglaciaal is er veel minder neerslag in Nederland. De gemiddelde tempratuur is ook niet hoog
en die bedraagt in deze periode ongeveer 2 graden. Nederland heeft natuurlijk ook rivieren die
stromen, alleen stromen deze rivieren heel onregelmatig. Er is dus ook geen stabiel regiem. In de
zomer legde de rivier vooral grof zand en grind neer.
Saale IJstijd Tijdens IJstijd (238.000 – 128.000 jaar geleden)
Landijs vanuit Scandinavië schoof onze kant op. Een groot gedeelte van Nederland (ongeveer tot
midden-Nederland) was bedekt met een groot pak ijs. Het pak ijs op verschillende plekken in
Nederland kon wel 1 kilometer dik zijn!
Het ijs zorgde ervoor dat er verschillende soorten stenen werden meegenomen. Deze stenen werden
bijvoorbeeld morene genoemd. Het kon ook zijn dat deze stenen onder het pak ijs terecht en
vermengde met de bodem (leem). Deze stenen in combinatie met leem werden keileem. Dit keileem
werd afgezet in ons land en zijn tegenwoordig te zien in de Veluwe bijvoorbeeld. Deze ‘’heuvels’’
worden heuvelruggen of stuwwallen genoemd.
Einde van Saale IJstijd (128.000-116.000 jaar geleden)
Aan het einde van de Saale IJstijd smelt al het ijs weg. Het pak ijs heeft nu wat achtergelaten. De
stuwwallen en heuvelruggen met keileem in Noord/Midden-Nederland waren nu niet meer met ijs
bedekt.
Wat gebeurde er?
Het gesmolten ijs dat van de stuwwallen afliep namen sediment mee naar beneden. Daar ontstonden
grote spoelwaaiers met grind/zand; ook wel Sandr genoemd.
Weichsel IJstijd (116.000 – 11.500 jaar geleden)
De Noordzee komt helemaal droog te liggen, omdat het IJs nu werd opgezogen door het ijs pak dat
dit keer niet in Nederland kwam. De Noordzee kon nu allemaal zand over Nederland leggen en dit
gebeurde ook. Bijna in heel Nederland werd dekzand afgelegd, alleen in Zuid-Limburg werd löss
afgezet.
Waarom alleen daar?
Aangezien de andere korrels te zwaar waren en löss heel fijn zand is. (<0.05 mm)