Observatiedoel: Ik wil onderzoeken hoe mijn zus (20) en mijn vader (63) met elkaar
omgaan in een thuissituatie, omdat ik benieuwd ben hoe zij met elkaar communiceren
en hoe anders dat is dan hoe ik met mijn vader communiceer.
Centrale observatievraag: Hoe gaan mijn zus (20) en mijn vader (63) met elkaar om
tijdens gesprekken thuis?
Deelvragen: 1. Welke communicatiestijlen gebruiken mijn zus en mijn vader tijdens
hun gesprekken?
2. Hoe reageren ze op elkaars opmerkingen en emoties tijdens hun
gesprekken?
Te observeren kenmerk: non-verbale communicatie
Dimensies van het kenmerk: lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen, gebaren
Observatie-items:
Tijdens mijn observatie ga ik vooral letten op hoe Roos en Jack op elkaar reageren, ik
weet namelijk dat zij allebei een kort lontje kunnen hebben en dat zij beide graag hun
gelijk willen krijgen. Ik ga letten op welke manier zij met elkaar communiceren tijdens
een gesprek, hoe zij reageren op elkaar en op welke manieren zij gebruik maken van
non-verbale communicatie.
Hier samengevat waar ik op ga letten:
• Lichaamstaal, is hun houding open of juist gesloten
• Gezichtsuitdrukkingen, zijn er emoties zichtbaar?
• Gebaren, hoe ondersteunen hun gebaren hun woorden?
(PS, ik heb toestemming om hun namen te gebruiken)
, 1. Wie ga je observeren en waarom? Wat zouden degenen die je gaat
observeren kunnen hebben aan de resultaten van je observatie? Of wat zou
je er zelf als Sociaal werker aan kunnen hebben/van kunnen leren?
Ik ga Roos (20) en Jack (63) observeren, omdat ik benieuwd ben naar hun
interactie en communicatie in een thuissituatie. Aangezien ik weet dat ze allebei
een kort lontje kunnen hebben en geneigd zijn om hun gelijk te willen krijgen,
verwacht ik dat hun gesprekken heel interessant kunnen worden. Door hen te
observeren, kan ik inzicht krijgen in hoe zij met elkaar omgaan. De resultaten van
de observatie kunnen belangrijk zijn voor beide partijen, omdat ze meer bewust
kunnen worden van hun gedrag en hoe dit hun beïnvloedt. Als sociaal werker kan
ik hierdoor leren hoe de interactie tussen hen verloopt en daar op de juiste
manier naar handelen.
2. Is er sprake van een participerende of van een niet-participerende
observatie? Leg uit.
Er is hier sprake van een niet-participerende observatie, Dit betekent dat ik niet
actief deelneem aan de interactie tussen Roos en Jack, maar hen van een
afstand observeer zonder in te grijpen. Door niet deel te nemen kan ik objectiever
observeren.
.
3. Is er sprake van een verhulde of van een niet-verhulde observatie? Leg uit.
De observatie van Roos en Jack is een niet-verhulde observatie, omdat ze weten
dat ik aanwezig ben en hierdoor weten dat zij worden geobserveerd
4. Hoe zorg je ervoor dat je zo objectief mogelijk gaat observeren? Leg uit.
Om zo objectief mogelijk te observeren, stel ik duidelijke criteria op voor de
interactie tussen Roos en Jack. Ik let bijvoorbeeld op hoe vaak ze naar elkaar
luisteren, hoe hun lichaamstaal is, welke gebaren ze gebruiken en wat hun
gezichtsuitdrukkingen zeggen. Tijdens de observatie probeer ik geen aannames
te maken of hun gedrag te interpreteren op basis van mijn eigen ideeën of
vooroordelen.