Endterm Inleiding Belastingrecht samenvatting
Fiscale geschiedenis
Belastingheffing Romeinse tijd
- Belastingen waren buitengewone heffingen in tijden van noodzaak (oorlogvoering) aan
boeren en burgers
- Grondbelasting → draagkrachtbeginsel
- Vruchtbare grond zwaarder belast dan woestijngrond
- Belasting in natura (runderhuiden)
Belastingheffing Middeleeuwen
- Geestelijken en adel vrijgesteld van belasting (privilege)
- Belastingbetalers: laagste klassen
Belastingheffing Spaanse overheersing
- Drie categorieën van belastingheffing
1. De Honderdste penning → eenmalig 1% belasting over alle roerende en
onroerende zaken
2. De Twintigste penning → omzetbelasting van 5% op de verkoopprijs
van onroerende zaken
3. De Tiende penning → omzetbelasting van 10% op verkoop van
roerende zaken, zoals voedsel en kleding → veel kritiek hierop →
Tachtigjarige oorlog
Belastingheffing Gouden Eeuw
- Eind 16e eeuw ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- Geen algemeen belastingstelsel → slechts regionale heffing in de vorm
van accijnzen op eerste levensbehoeften
Belastingheffing Franse bezetting
- Franse verovering → einde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- Centraal bestuur met democratie → gemoderniseerde wetboeken
- 1806 eerste algemene belastingstelsel (Gogel):
- Privileges afgeschaft → belastingheffing eerlijk verdeeld (rijken betalen
meer dan armen)
- Directe en indirecte belastingen:
- Direct: belastingen op inkomen, winst en vermogen → draag je
zelf af aan de belastingdienst (inkomstenbelasting en
vennootschapsbelasting)
- Indirect: belasting verwerkt in prijs van goederen en diensten →
anderen dragen af aan de belastingdienst (BTW en accijnzen)
- Accijnzen: verschaffen inkomsten aan staat en ontmoedigen
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
- Veel veranderingen door de tijd heen aan belastingwetten (indirecte belasting
afgeschaft, vermogen belasten)
- €100.000 vermogen (vermogensbelasting) + €2.000 (inkomstenbelasting)
- Wet IB 1964 → max. 80% van inkomen aan inkomsten- en
vermogensbelasting (anticumulatieregeling)
- Wet IB 1994 → synthetisch belastingstelsel: “geen gescheiden boxen”
, - Wet IB 2001 → analytisch belastingstelsel: “schotten tussen de boxen”
- Iedere box een eigen tarief
Pierson → volgens historici de grondlegger van ‘onze’ inkomstenbelasting
Algemene aspecten
Waarom wordt er belasting geheven?
Drie functies:
1. Budgettaire functie: financieren van collectieve uitgaven van de overheid (sociale
rechtsstaat)
2. Herverdelende functie: zorgen dat inkomensverschillen tussen arm en rijk niet te groot
worden
3. Instrumentele functie: sociaal of economisch doel bereiken (minder belasting op een
Tesla). Dit zorgt voor verandering in gedrag van burgers en is erg ingrijpend!
- Principiële grens: er moet een overtuigende motivering zijn bij inbreuk van het
gelijkheidsbeginsel en draagkrachtbeginsel
- Praktische grens: rekening houden met effectiviteit en doelmatigheid
- Voorbeeld Tesla
Draagkrachtbeginsel
Draagkrachtbeginsel: “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten”
- Belastingheffing is afhankelijk van de mogelijkheid om belasting te betalen. Als iemand
geen betaalcapaciteit heeft, kan hij ook geen belasting betalen
Welke factoren dragen bij aan draagkracht?
- inkomen/winst
- Vermogen
- Consumptie
Voorbeeld: loonheffingskorting
De drie boxen
Art. 2.3 Wet IB
De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar
genoten:
a. Belastbare inkomen uit werk en woning
- Ondernemingswinst
- Loon
- Resultaat overig werk
- Eigen woning
- Pensioen
b. Belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en
- Aanmerkelijk belang in een vennootschap
c. Belastbare inkomen uit sparen en beleggen
- Overig vermogen
Aandelen 5% → box 2, minder → box 3
→ rangorderegeling: belast in box waar het bestanddeel eerst wordt genoemd
Partnerbegrip
- Voor alle belastingen: 5a AWR
- Echtgenoot of notarieel samenlevingscontract
, - Veel heffingswetten hebben eigen aanvullend partnerbegrip dat alleen geldt als AWR
geen partnerschap oplevert
- Voor de Wet IB: art. 1.2 IB
- Bij conflict: 5a AWR of eerder genoemde omstandigheid gaat voor
Voorbeeld Piet en Jan zijn getrouwd en wonen samen in een huis. Halverwege 2020 besluiten
ze te scheiden, ze blijven nog wel samenwonen tot eind 2021
- Art. 5a lid 4 sub a en b AWR
- Art. 5a lid 2 AWR
Gevolg voor partners
- Art. 2.17 lid 5 IB: bepaald inkomen aan elkaar toerekenen
- Eigen woning
- Aanmerkelijk belang
- Persoonsgebonden aftrek
Inkomen uit werk en woning
Art. 2.10 Wet IB
1. De belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald aan de
hand van de volgende tabel → (zie artikel)
Bronnentheorie
Bron van inkomen
Eisen bron van inkomen:
1. Deelname aan het economisch verkeer; en
2. Winstoogmerk:
- Objectief: winst kan redelijkerwijs worden verwacht
- Subjectief: winst wordt beoogd
Als je constateert dat er een bron van inkomen is, dan moet je hem nog matchen aan de
belastingwet
- Ondernemer, arbeid, resultaat uit overige werkzaamheden
Alles dat een “werkzaamheid” is valt altijd in box 1, door resultaat uit overige werkzaamheden
als restcategorie
Deelname aan het economisch verkeer
Deelname aan het economisch verkeer
- Elimineert de privésfeer
- Deelname feitelijk beoordelen
- Aan wie worden prestaties geleverd?
- Met welk doel?
- Is er een tegenprestatie?
Winstoogmerk
Winstoogmerk
- Doel van dit criterium: elimineren van hobby’s
- Als er een voordeel wordt behaald is aan deze vraag altijd voldaan
Objectief: is voordeel te verwachten?
- Een eeuwig verlieslijdende hobby maakt nog geen onderneming
Subjectief: wordt voordeel beoogd?
Fiscale geschiedenis
Belastingheffing Romeinse tijd
- Belastingen waren buitengewone heffingen in tijden van noodzaak (oorlogvoering) aan
boeren en burgers
- Grondbelasting → draagkrachtbeginsel
- Vruchtbare grond zwaarder belast dan woestijngrond
- Belasting in natura (runderhuiden)
Belastingheffing Middeleeuwen
- Geestelijken en adel vrijgesteld van belasting (privilege)
- Belastingbetalers: laagste klassen
Belastingheffing Spaanse overheersing
- Drie categorieën van belastingheffing
1. De Honderdste penning → eenmalig 1% belasting over alle roerende en
onroerende zaken
2. De Twintigste penning → omzetbelasting van 5% op de verkoopprijs
van onroerende zaken
3. De Tiende penning → omzetbelasting van 10% op verkoop van
roerende zaken, zoals voedsel en kleding → veel kritiek hierop →
Tachtigjarige oorlog
Belastingheffing Gouden Eeuw
- Eind 16e eeuw ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- Geen algemeen belastingstelsel → slechts regionale heffing in de vorm
van accijnzen op eerste levensbehoeften
Belastingheffing Franse bezetting
- Franse verovering → einde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- Centraal bestuur met democratie → gemoderniseerde wetboeken
- 1806 eerste algemene belastingstelsel (Gogel):
- Privileges afgeschaft → belastingheffing eerlijk verdeeld (rijken betalen
meer dan armen)
- Directe en indirecte belastingen:
- Direct: belastingen op inkomen, winst en vermogen → draag je
zelf af aan de belastingdienst (inkomstenbelasting en
vennootschapsbelasting)
- Indirect: belasting verwerkt in prijs van goederen en diensten →
anderen dragen af aan de belastingdienst (BTW en accijnzen)
- Accijnzen: verschaffen inkomsten aan staat en ontmoedigen
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
- Veel veranderingen door de tijd heen aan belastingwetten (indirecte belasting
afgeschaft, vermogen belasten)
- €100.000 vermogen (vermogensbelasting) + €2.000 (inkomstenbelasting)
- Wet IB 1964 → max. 80% van inkomen aan inkomsten- en
vermogensbelasting (anticumulatieregeling)
- Wet IB 1994 → synthetisch belastingstelsel: “geen gescheiden boxen”
, - Wet IB 2001 → analytisch belastingstelsel: “schotten tussen de boxen”
- Iedere box een eigen tarief
Pierson → volgens historici de grondlegger van ‘onze’ inkomstenbelasting
Algemene aspecten
Waarom wordt er belasting geheven?
Drie functies:
1. Budgettaire functie: financieren van collectieve uitgaven van de overheid (sociale
rechtsstaat)
2. Herverdelende functie: zorgen dat inkomensverschillen tussen arm en rijk niet te groot
worden
3. Instrumentele functie: sociaal of economisch doel bereiken (minder belasting op een
Tesla). Dit zorgt voor verandering in gedrag van burgers en is erg ingrijpend!
- Principiële grens: er moet een overtuigende motivering zijn bij inbreuk van het
gelijkheidsbeginsel en draagkrachtbeginsel
- Praktische grens: rekening houden met effectiviteit en doelmatigheid
- Voorbeeld Tesla
Draagkrachtbeginsel
Draagkrachtbeginsel: “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten”
- Belastingheffing is afhankelijk van de mogelijkheid om belasting te betalen. Als iemand
geen betaalcapaciteit heeft, kan hij ook geen belasting betalen
Welke factoren dragen bij aan draagkracht?
- inkomen/winst
- Vermogen
- Consumptie
Voorbeeld: loonheffingskorting
De drie boxen
Art. 2.3 Wet IB
De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar
genoten:
a. Belastbare inkomen uit werk en woning
- Ondernemingswinst
- Loon
- Resultaat overig werk
- Eigen woning
- Pensioen
b. Belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en
- Aanmerkelijk belang in een vennootschap
c. Belastbare inkomen uit sparen en beleggen
- Overig vermogen
Aandelen 5% → box 2, minder → box 3
→ rangorderegeling: belast in box waar het bestanddeel eerst wordt genoemd
Partnerbegrip
- Voor alle belastingen: 5a AWR
- Echtgenoot of notarieel samenlevingscontract
, - Veel heffingswetten hebben eigen aanvullend partnerbegrip dat alleen geldt als AWR
geen partnerschap oplevert
- Voor de Wet IB: art. 1.2 IB
- Bij conflict: 5a AWR of eerder genoemde omstandigheid gaat voor
Voorbeeld Piet en Jan zijn getrouwd en wonen samen in een huis. Halverwege 2020 besluiten
ze te scheiden, ze blijven nog wel samenwonen tot eind 2021
- Art. 5a lid 4 sub a en b AWR
- Art. 5a lid 2 AWR
Gevolg voor partners
- Art. 2.17 lid 5 IB: bepaald inkomen aan elkaar toerekenen
- Eigen woning
- Aanmerkelijk belang
- Persoonsgebonden aftrek
Inkomen uit werk en woning
Art. 2.10 Wet IB
1. De belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald aan de
hand van de volgende tabel → (zie artikel)
Bronnentheorie
Bron van inkomen
Eisen bron van inkomen:
1. Deelname aan het economisch verkeer; en
2. Winstoogmerk:
- Objectief: winst kan redelijkerwijs worden verwacht
- Subjectief: winst wordt beoogd
Als je constateert dat er een bron van inkomen is, dan moet je hem nog matchen aan de
belastingwet
- Ondernemer, arbeid, resultaat uit overige werkzaamheden
Alles dat een “werkzaamheid” is valt altijd in box 1, door resultaat uit overige werkzaamheden
als restcategorie
Deelname aan het economisch verkeer
Deelname aan het economisch verkeer
- Elimineert de privésfeer
- Deelname feitelijk beoordelen
- Aan wie worden prestaties geleverd?
- Met welk doel?
- Is er een tegenprestatie?
Winstoogmerk
Winstoogmerk
- Doel van dit criterium: elimineren van hobby’s
- Als er een voordeel wordt behaald is aan deze vraag altijd voldaan
Objectief: is voordeel te verwachten?
- Een eeuwig verlieslijdende hobby maakt nog geen onderneming
Subjectief: wordt voordeel beoogd?