Paragraaf 1: de opbouw van de aarde
In het middelpunt van de aarde bevindt zich een aardkern, bestaande uit een binnen en buitenkern.
Om deze aardkern heen ligt een laag die we de aardmantel noemen. Het (vaste) gesteente in de
aardmantel wordt door de hitte in de aardkern verwarmd. Om deze hitte kwijt te kunnen, komt het
materiaal in de aardmantel in beweging, de zogenaamde convectiestromen. Alleen op een diepte
tussen de 100 en 200 kilometer bevindt zich een laag die voor een klein deel gesmolten is: de
asthenosfeer. Al het vaste gesteente hierboven, inclusief de aardkorst (licht) noemen we de
lithosfeer.
De oceanische korst bestaat vooral uit basalt (hogere dichtheid) en de continentale korst bestaat
vooral uit graniet (lagere dichtheid).
Paragraaf 2: Platentektoniek
Drie soorten plaatbewegingen
1. Divergent = uit elkaar
Er ontstaat nieuw land. Vaak vindt deze beweging onder water plaats.
Twee aardplaten bewegen uit elkaar. Er ontstaat een breuk in de aardkorst die direct wordt
opgevuld met lava. Door het stollen hiervan ontstaat een nieuwe oceaanbodem, die langzaam
aangroeit vanuit de midoceanische rug, ook wel de spreidingszone genoemd.
- Ridge push: Drijvende kracht voor plaatbewegingen. Magma duwt van onderuit tegen de
mid oceanische rug, waardoor deze door zijn eigen gewicht naar de zijkant zakt (basaldrag)
- Hoe verder van de breuk, hoe ouder het gesteente
2. Convergent = naar elkaar toe
, A. O.P <-> C.P
De zwaardere oceaanbodem (hogere dichtheid) duikt onder het continent de asthenosfeer in
(subductie).
O = subductiezone
C.P
O.P
B. O.P <-> O.P
O.P
diepzeetrog (subductie)
O.P
De oudere oceanische plaat duikt onder de jongere plaat. Bij deze subductie ontstaan de
diepzeetroggen.
Slab pull = Trekkracht. De onderduikende oceanische plaat trekt de bovenliggende plaat mee
C. C.P <-> C.P
C.P
plooiingsgebergte
C.P GEEN VULKANEN!!
3. Transform / transversaal = langs elkaar
In het middelpunt van de aarde bevindt zich een aardkern, bestaande uit een binnen en buitenkern.
Om deze aardkern heen ligt een laag die we de aardmantel noemen. Het (vaste) gesteente in de
aardmantel wordt door de hitte in de aardkern verwarmd. Om deze hitte kwijt te kunnen, komt het
materiaal in de aardmantel in beweging, de zogenaamde convectiestromen. Alleen op een diepte
tussen de 100 en 200 kilometer bevindt zich een laag die voor een klein deel gesmolten is: de
asthenosfeer. Al het vaste gesteente hierboven, inclusief de aardkorst (licht) noemen we de
lithosfeer.
De oceanische korst bestaat vooral uit basalt (hogere dichtheid) en de continentale korst bestaat
vooral uit graniet (lagere dichtheid).
Paragraaf 2: Platentektoniek
Drie soorten plaatbewegingen
1. Divergent = uit elkaar
Er ontstaat nieuw land. Vaak vindt deze beweging onder water plaats.
Twee aardplaten bewegen uit elkaar. Er ontstaat een breuk in de aardkorst die direct wordt
opgevuld met lava. Door het stollen hiervan ontstaat een nieuwe oceaanbodem, die langzaam
aangroeit vanuit de midoceanische rug, ook wel de spreidingszone genoemd.
- Ridge push: Drijvende kracht voor plaatbewegingen. Magma duwt van onderuit tegen de
mid oceanische rug, waardoor deze door zijn eigen gewicht naar de zijkant zakt (basaldrag)
- Hoe verder van de breuk, hoe ouder het gesteente
2. Convergent = naar elkaar toe
, A. O.P <-> C.P
De zwaardere oceaanbodem (hogere dichtheid) duikt onder het continent de asthenosfeer in
(subductie).
O = subductiezone
C.P
O.P
B. O.P <-> O.P
O.P
diepzeetrog (subductie)
O.P
De oudere oceanische plaat duikt onder de jongere plaat. Bij deze subductie ontstaan de
diepzeetroggen.
Slab pull = Trekkracht. De onderduikende oceanische plaat trekt de bovenliggende plaat mee
C. C.P <-> C.P
C.P
plooiingsgebergte
C.P GEEN VULKANEN!!
3. Transform / transversaal = langs elkaar