Samenvatting aardrijkskunde, hoofdstuk 2: Wereldbeeld Lieke Janssen V4
Paragraaf 1: patronen, verschillen in welvaart
Hoe meet je welvaart?
1. Bruto binnenlands product per inwoner (bbp/hoofd), soms wordt het bnp/hoofd gebruikt
2. Samenstelling van beroepsbevolking;
Primaire sector – landbouw, mijnbouw, visserij, akkerteelt, etc.
Secundaire sector – industrie
Tertiaire sector – diensten zoals leraren, artsen, etc.
3. VN-ontwikkelingsindex of Human Development Index (HDI) Men kijkt naar:
Inkomen
Levensverwachting
Analfabetisme
De index loopt van 0 tot 1, hoe hoger de score hoe beter het welzijn.
SDG’s (Sustainable Development Goals) Doel: regionale ongelijkheid tegengaan. Reden: de VN
Millenniumdoelen (tot 2015) waren niet haalbaar
Naast welvaart is er nog een andere manier van meten: het welzijn.
- Welzijn is breder begrip dan welvaart. Bij welzijn is het van belang of iemand kan voorzien in
de basisbehoeften, zoals eten en onderdak.
Problemen bij het meten van de welvaart
Verschil in koopkracht van de dollar; in het ene land kan je van een dollar veel meer kopen
dan in het andere land.
Informele sector telt niet mee; ruilhandel en zelfvoorzieningen tellen niet mee in officiële
economische statistieken. In veel arme landen is de informele sector groot en lijkt het land
dus armer dan je op basis van het bbp/hoofd zou vermoeden
Bbp is een gemiddelde; sociale ongelijkheid. Je spreekt van sociale ongelijkheid wanneer de
verschillen in inkomen en ontwikkelingskansen tussen groepen mensen groot zijn. Een klein
deel heeft heel veel en veel mensen hebben weinig.
Het laat geen regionale verschillen zien; in een land zijn rijke en arme regio’s, er is regionale
ongelijkheid. Het inkomen in een regio noemt men het bruto regionaal product/hoofd
(brp/hoofd).
Je kunt de wereld in drie hoofdgroepen opdelen:
Centrum: rijke, vooral westerse landen
Semiperiferie: landen die de laatste twintig jaar een flinke groei hebben doorgemaakt
Periferie: de armste landen
Deze blokken zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden zoals door handelsrelaties. Vanwege
die verbondenheid noem je het een wereldsysteem.
Paragraaf 2: patronen, bevolkingsspreiding en cultuurgebieden
Het verschil tussen bevolkingsdichtheid en bevolkingsspreiding:
, Bevolkingsdichtheid geeft het gemiddeld aantal mensen per km² weer.
Bevolkingsspreiding geeft aan waar de mensen wonen.
Vier dichtbevolkte gebieden zijn Zuid-Azië, Oost-Azië, West-Europa en de Oostkust van de VS
- Tien procent van het aardoppervlak wordt bewoond door de bijna de gehele
wereldbevolking, tachtig procent woont op het noordelijk halfrond tussen 20° en 60
noorderbreedte en veertig procent woont binnen honderd kilometer van zee
Bevolkingsspreiding verklaard
1. Natuurlijke mogelijkheden
Een geschikt (liefst gematigd) klimaat
Vruchtbare bodems
Beschikbaarheid van water
Niet te bergachtig
2. Ligging
Gebieden die gunstig liggen of goed verbonden zijn met:
Economische kerngebieden
Dichtbevolkte gebieden zijn vaak aantrekkelijker voor migranten
De meeste grote steden liggen aan de kust:
Kustvlaktes zijn makkelijk in te richten
Steden aan de kust zijn goed bereikbaar
3. het koloniale verleden
De kolonisator stichtte handelsposten aan de kust om van daaruit goederen naar het
moederland over te brengen.
Cultuurgebieden
Cultuur is een breed begrip waar veel tastbare, maar ook immateriële elementen deel van uitmaken.
- Voorbeelden van tastbare elementen zijn de inrichting van gebieden, bouwstijl,
landbouwwijze, kleding, etc.
- Een voorbeeld van immateriële elementen zijn normen en waarden, maar ook bijvoorbeeld
de manier van opvoeden.
Het cultuurgebied dat bestaat uit het grootste oppervlak is het westers cultuurgebied, deze is ook op
veel plaatsen in de wereld dominant aanwezig. Het cultuurgebied met de meeste leden is het
Chinese cultuurgebied.
- Een cultuurgebied wordt voortdurend van buitenaf beïnvloed. De verspreiding vanuit een
kerngebied van cultuurelementen zoals taal, religie, sport en mode noem je diffusie. Vaak
wordt hierbij het nieuwe cultuurelement aangepast aan de bestaande cultuur.
In vroegere tijden werden grote delen van de wereld beïnvloed vanuit het West-Europese
cultuurgebied door:
Kolonisatie
Tegenwoordig spelen deze een belangrijke rol bij diffusie:
Toerisme
Migratie
(Sociale) media
Paragraaf 1: patronen, verschillen in welvaart
Hoe meet je welvaart?
1. Bruto binnenlands product per inwoner (bbp/hoofd), soms wordt het bnp/hoofd gebruikt
2. Samenstelling van beroepsbevolking;
Primaire sector – landbouw, mijnbouw, visserij, akkerteelt, etc.
Secundaire sector – industrie
Tertiaire sector – diensten zoals leraren, artsen, etc.
3. VN-ontwikkelingsindex of Human Development Index (HDI) Men kijkt naar:
Inkomen
Levensverwachting
Analfabetisme
De index loopt van 0 tot 1, hoe hoger de score hoe beter het welzijn.
SDG’s (Sustainable Development Goals) Doel: regionale ongelijkheid tegengaan. Reden: de VN
Millenniumdoelen (tot 2015) waren niet haalbaar
Naast welvaart is er nog een andere manier van meten: het welzijn.
- Welzijn is breder begrip dan welvaart. Bij welzijn is het van belang of iemand kan voorzien in
de basisbehoeften, zoals eten en onderdak.
Problemen bij het meten van de welvaart
Verschil in koopkracht van de dollar; in het ene land kan je van een dollar veel meer kopen
dan in het andere land.
Informele sector telt niet mee; ruilhandel en zelfvoorzieningen tellen niet mee in officiële
economische statistieken. In veel arme landen is de informele sector groot en lijkt het land
dus armer dan je op basis van het bbp/hoofd zou vermoeden
Bbp is een gemiddelde; sociale ongelijkheid. Je spreekt van sociale ongelijkheid wanneer de
verschillen in inkomen en ontwikkelingskansen tussen groepen mensen groot zijn. Een klein
deel heeft heel veel en veel mensen hebben weinig.
Het laat geen regionale verschillen zien; in een land zijn rijke en arme regio’s, er is regionale
ongelijkheid. Het inkomen in een regio noemt men het bruto regionaal product/hoofd
(brp/hoofd).
Je kunt de wereld in drie hoofdgroepen opdelen:
Centrum: rijke, vooral westerse landen
Semiperiferie: landen die de laatste twintig jaar een flinke groei hebben doorgemaakt
Periferie: de armste landen
Deze blokken zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden zoals door handelsrelaties. Vanwege
die verbondenheid noem je het een wereldsysteem.
Paragraaf 2: patronen, bevolkingsspreiding en cultuurgebieden
Het verschil tussen bevolkingsdichtheid en bevolkingsspreiding:
, Bevolkingsdichtheid geeft het gemiddeld aantal mensen per km² weer.
Bevolkingsspreiding geeft aan waar de mensen wonen.
Vier dichtbevolkte gebieden zijn Zuid-Azië, Oost-Azië, West-Europa en de Oostkust van de VS
- Tien procent van het aardoppervlak wordt bewoond door de bijna de gehele
wereldbevolking, tachtig procent woont op het noordelijk halfrond tussen 20° en 60
noorderbreedte en veertig procent woont binnen honderd kilometer van zee
Bevolkingsspreiding verklaard
1. Natuurlijke mogelijkheden
Een geschikt (liefst gematigd) klimaat
Vruchtbare bodems
Beschikbaarheid van water
Niet te bergachtig
2. Ligging
Gebieden die gunstig liggen of goed verbonden zijn met:
Economische kerngebieden
Dichtbevolkte gebieden zijn vaak aantrekkelijker voor migranten
De meeste grote steden liggen aan de kust:
Kustvlaktes zijn makkelijk in te richten
Steden aan de kust zijn goed bereikbaar
3. het koloniale verleden
De kolonisator stichtte handelsposten aan de kust om van daaruit goederen naar het
moederland over te brengen.
Cultuurgebieden
Cultuur is een breed begrip waar veel tastbare, maar ook immateriële elementen deel van uitmaken.
- Voorbeelden van tastbare elementen zijn de inrichting van gebieden, bouwstijl,
landbouwwijze, kleding, etc.
- Een voorbeeld van immateriële elementen zijn normen en waarden, maar ook bijvoorbeeld
de manier van opvoeden.
Het cultuurgebied dat bestaat uit het grootste oppervlak is het westers cultuurgebied, deze is ook op
veel plaatsen in de wereld dominant aanwezig. Het cultuurgebied met de meeste leden is het
Chinese cultuurgebied.
- Een cultuurgebied wordt voortdurend van buitenaf beïnvloed. De verspreiding vanuit een
kerngebied van cultuurelementen zoals taal, religie, sport en mode noem je diffusie. Vaak
wordt hierbij het nieuwe cultuurelement aangepast aan de bestaande cultuur.
In vroegere tijden werden grote delen van de wereld beïnvloed vanuit het West-Europese
cultuurgebied door:
Kolonisatie
Tegenwoordig spelen deze een belangrijke rol bij diffusie:
Toerisme
Migratie
(Sociale) media