Ik heb de STARR-methode gebruikt om een overzichtelijk beeld van de situatie te
krijgen. Hierdoor is het overzichtelijk waar mijn tips en tops in mijn handelen
tijdens de situatie zitten.
Situatie:
Zondag 24 mei had ik een avonddienst op woning 1021.
Om 15:30 had ik mijn collega gevraagd om mw P uit bed te halen, bij
binnenkomst was mw afwezig mw kon niet praten en staarde vooruit.
Mijn collega haalde mij erbij zodat ik kon klinisch redeneren.
Mw is bekend met tia’s dus hier hield ik dan ook meteen rekening mee.
Taak:
Mijn taak was om mijn collega aan te sturen en mw gerust te stellen.
Ik heb mijn collega aan gestuurd om de verpleegkundige dienst te bellen om de
controles door te geven. Het doel hiervan was dat als mw verdere achteruitgang
de verpleegkundige dienst op de hoogte was. In de avond heb ik de eerste
contactpersoon op de hoogte gebracht en belangrijke informatie doorgeven zover
dit mogelijk was aangezien er geen arts is geweest om mw te controleren.
Actie:
Ik heb als eerste bij mw de controles uitgevoerd, deze waren niet afwijkend.
Ik heb mijn collega aangestuurd om de verpleegkundige dienst op de hoogte te
stellen met de controles en mijn observatie van mw.
De verpleegkundige dienst gaf aan dat ik gedurende avond mw moest blijven
observeren en aan het einde van mijn dienst nog terug te bellen zodat zij dit dan
aan de nachtdienst kon overdragen. Ik heb de eerste contactpersoon op de
hoogte gebracht en aangeven dat maandag de artsenvisite is en mw dan ook
besproken zou worden. De eerste contactpersoon gaf aan dat zij een algehele
controle wilde van mw dit dan ook op de artsenvisite gezet. De arts gaf aan dat
de afdeling de trombosedienst moest bellen zodat mw haar INR geprikt kon
worden omdat deze voorheen ook al een keer te hoog was. Ik heb deze taak
opgepakt en heb geregeld dat mw de volgende dag meteen werd geprikt.
Hieruit kwam dat mw haar INR 5,3 was dit is te hoog en hierdoor heeft mw
waarschijnlijk weer een tia doorgemaakt. De eerste contactpersoon heb ik weer
op de hoogte gebracht met de uitkomst en uitgelegd dat de arts dit niet met
zekerheid kan zeggen maar dit wel een grote aanleiding geweest kan zijn.
Reflectie:
Ik vond dat ik mijn taak als verpleegkundige goed had uitgevoerd.
Ik heb mw gedurende avond nog geobserveerd en dit ook goed gerapporteerd en
dit ook doorgegeven aan de verpleegkundige dienst.
In de na middag was mw goed aanspreekbaar en was mw haar motoriek weer in
orde. De eerste contactpersoon gaf ook aan dat zij het fijn vond dat ik haar
gebeld heb. Ik heb die avond feedback aan mijn collega gevraagd die er die
middag bij aanwezig was.