Grasple les 1
Beschrijvende statistieken:
Descriptives → Descriptive statistics. Sleep de variabelen naar het
rechtervakje met ‘variables’. Je kan de variabelen en statistieken
omdraaien door op ‘Transpose descriptives table’ te klikken, recht onder
de variabelen.
Aantal categorieën bij variabelen checken:
Ga naar de dataset en dubbelklik op de juiste variabele.
Frequentietabel maken:
Descriptives → Descriptive statistics. Ga naar Tables onderaan het menu
en klik op ‘frequency tables’. Als je variabele meer dan 10 waarden heeft,
kan je daaronder het bereik aanpassen bij ‘Maximum distinct values’.
Onder ‘Statistics’ kunnen statistieken worden toegevoegd en verwijderd,
zoals de modus en het bereik.
Grasple les 2
Cirkeldiagram maken:
Descriptives → Descriptive statistics. Selecteer de variabele en klik op
‘Basic plots’. Selecteer de optie ‘Pie charts’ aan de rechterkant.
Labels toevoegen aan variabele:
Ga naar de dataset. Dubbelklik op de naam van de variabele. Nu kan je in
‘label’ de juiste naam typen. Druk op enter na invoer van iedere tabel.
Grafiek opsplitsen: